la de, het mi ik, mij esti zijn vi jij, je, u, jullie ne nee, niet li hij, hem de van, uit, door al naar, aan, tot en in, binnen ke dat (voegwoord) kaj en tio dat (iets) ĉu of; leidt een ja/nee-vraag in ni wij, ons ŝi zij, haar (enkelvoud) tiu die, dat, die daar mia mijn por voor, om te povi kunnen kiu wie, welke, die havi hebben ili zij, ze, hen (meervoud) ĉi hier, deze (zoals in tiu ĉi) ĝi het sia zijn eigen, haar eigen, hun eigen pri over (een onderwerp) fari doen, maken kio wat via jouw, uw, jullie diri zeggen voli willen pli meer kun met kiel hoe, zoals scii weten oni men ĉiu elke, ieder, iedereen da van (na een hoeveelheid) devi moeten iri gaan tie daar sed maar kiam wanneer, als (tijd) tre zeer, heel el uit se als, indien ŝati leuk vinden, waarderen ol dan (bij vergelijking) lia zijn (van hem) paroli spreken, praten nur alleen, slechts, maar vidi zien sur op plej meest (overtreffende trap) homo mens per met, door middel van bona goed unu een, één je om, op, aan (algemeen voorzetsel) nia ons, onze veni komen dum tijdens, terwijl alia ander kial waarom io iets nun nu kredi geloven tiel zo, op die manier pro wegens, vanwege jam al, reeds neniam nooit bone goed kie waar si zich iu iemand, een zekere ĉio alles ankoraŭ nog tempo tijd ĉiam altijd pensi denken granda groot multa veel manĝi eten bezoni nodig hebben aŭ of antaŭ voor, vóór neniu niemand, geen libro boek infano kind jaro jaar lingvo taal multe veel, erg kiom hoeveel vere echt, werkelijk vivo leven tago dag okazi gebeuren, plaatsvinden ŝia haar (van haar) trovi vinden du twee doni geven post na, achter domo huis ĉe bij, aan nenio niets hodiaŭ vandaag tro te, te veel ankaŭ ook plu verder, langer helpi helpen aĉeti kopen resti blijven mono geld afero zaak, ding, aangelegenheid ĉar omdat, want amiko vriend bela mooi, knap nova nieuw tute helemaal, volledig peti vragen om, verzoeken kompreni begrijpen eĉ zelfs tuta heel, geheel bonvoli de goedheid hebben (bonvolu: alstublieft) laboro werk, arbeid labori werken ĝis tot jen kijk, hier is vivi leven iom wat, een beetje atendi wachten, verwachten laŭ volgens, langs patro vader sen zonder rigardi kijken naar, bekijken provi proberen lerni leren aŭto auto tiom zoveel legi lezen vorto woord tri drie kelka enkele, een paar aŭdi horen ami houden van, liefhebben loĝi wonen horo uur deziri verlangen, wensen ofte vaak ajn ook maar, dan ook (bij ki- en i-woorden) senti voelen sola alleen, enig mem zelf mondo wereld problemo probleem viro man hundo hond kia wat voor eble misschien, mogelijk lasi laten koni kennen tia zo'n, zulk ŝajni schijnen, lijken hejme thuis lando land uzi gebruiken morgaŭ morgen hieraŭ gisteren preni nemen, pakken opinii vinden, menen iam ooit, eens ludi spelen patrino moeder virino vrouw ĉambro kamer inter tussen, onder alveni aankomen kontraŭ tegen, tegenover ekzisti bestaan unua eerste akvo water morti sterven, doodgaan skribi schrijven lernejo school franca Frans sukcesi slagen, succes hebben ja immers, wel (nadruk) demandi vragen (een vraag stellen) urbo stad foriri weggaan, vertrekken forgesi vergeten trinki drinken angla Engels rajti mogen, het recht hebben do dus, dan frazo zin dek tien tuj meteen, onmiddellijk nomo naam aspekti eruitzien demando vraag kato kat iĝi worden viziti bezoeken kapabli in staat zijn, kunnen perdi verliezen ricevi ontvangen, krijgen dio God, god reveni terugkomen rapide snel preskaŭ bijna timi vrezen, bang zijn ilia hun sufiĉe genoeg, voldoende dormi slapen longe lang pordo deur knabo jongen ĉesi ophouden, stoppen plaĉi bevallen, aanstaan frato broer esperi hopen okulo oog komenci beginnen mano hand vero waarheid tiam toen, dan knabino meisje malbona slecht edzino echtgenote, vrouw renkonti ontmoeten ideo idee instruisto leraar, onderwijzer loko plaats simple gewoon, eenvoudig necesi nodig zijn filo zoon persono persoon serĉi zoeken studi studeren gepatro ouder (vader of moeder) vojo weg meti zetten, plaatsen, leggen montri tonen, laten zien baldaŭ binnenkort denove opnieuw juna jong lasta laatste memori zich herinneren, onthouden ebli mogelijk zijn grava belangrijk longa lang feliĉa gelukkig eraro fout, vergissing amo liefde tra door letero brief atingi bereiken troviĝi zich bevinden, te vinden zijn aŭskulti luisteren fratino zus, zuster arbo boom apud naast, bij scipovi kunnen, beheersen nek noch antaŭe eerder, vroeger decidi beslissen, besluiten malgranda klein nokto nacht eliri naar buiten gaan, verlaten respondi antwoorden vespere 's avonds semajno week propra eigen certe zeker fojo keer, maal sama dezelfde, gelijk vera waar, echt poste daarna, later sub onder familio familie fariĝi worden frue vroeg esperanto Esperanto (de taal) ĵus net, zojuist ambaŭ beide sidi zitten pagi betalen eniri binnengaan, binnenkomen alta hoog, groot (van gestalte) ŝanĝi veranderen, wisselen kafo koffie kvin vijf kuracisto dokter, arts facile gemakkelijk, makkelijk ekde sinds, vanaf malpli minder helpo hulp tablo tafel ruĝa rood fenestro raam, venster gravi belangrijk zijn tamen toch, echter ĉirkaŭ rond, om, ongeveer filmo film malnova oud trajno trein rakonti vertellen forlasi verlaten koro hart akcepti aannemen, accepteren tero aarde, grond kanti zingen pasigi doorbrengen (tijd) jes ja sendi sturen, zenden sinjoro meneer, heer blanka wit malfermi openen manki ontbreken, missen naĝi zwemmen matene 's ochtends opinio mening kvazaŭ alsof igi maken, ertoe brengen mortigi doden, vermoorden preferi de voorkeur geven aan, liever hebben morto dood intenci van plan zijn, voornemens zijn stari staan minuto minuut strato straat verŝajne waarschijnlijk malfacile moeilijk, met moeite floro bloem teni houden, vasthouden kune samen instrui onderwijzen, lesgeven fini beëindigen, afmaken konsideri beschouwen, overwegen gajni winnen, verdienen filino dochter verda groen monato maand kapo hoofd dua tweede porti dragen, brengen plenumi vervullen, uitvoeren bedaŭri betreuren, spijt hebben ĉiutage elke dag, dagelijks muziko muziek ĝardeno tuin kuri rennen, hardlopen besto dier festo feest agi handelen, doen historio geschiedenis ĉielo hemel, lucht zorgi zorgen, zich bekommeren finfine eindelijk, uiteindelijk signifi betekenen iomete een beetje manĝaĵo eten, voedsel fali vallen sekvi volgen ege uiterst, buitengewoon rivero rivier respondo antwoord kutime gewoonlijk telefoni bellen, telefoneren maniero manier nomi noemen, benoemen klarigi uitleggen studento student forta sterk milito oorlog mil duizend birdo vogel nigra zwart situacio situatie, toestand vetero weer surhavi aanhebben, dragen (kleding) suno zon naskiĝi geboren worden elekti kiezen, uitkiezen plia verder, extra kapti vangen, grijpen malfacila moeilijk, lastig arbaro bos veturi rijden, reizen (met een voertuig) momento ogenblik, moment danko dank kosti kosten plena vol, volledig krom behalve, naast parto deel fidi vertrouwen plano plan certi zeker zijn germana Duits pluvi regenen edzo echtgenoot, man maljuna oud (van mensen) mensogi liegen celo doel, bedoeling konsenti het eens zijn, instemmen permesi toestaan, toelaten atenti opletten, aandacht schenken same eveneens, op dezelfde manier japana Japans vizaĝo gezicht vendi verkopen kvar vier komputilo computer certa zeker, vast plori huilen, wenen vino wijn ekstere buiten novaĵo nieuws, nieuwtje ĝia zijn (van het) malfrue laat temi gaan over kvankam hoewel pano brood funkcii functioneren, werken fakte in feite, eigenlijk alporti brengen, halen pardoni vergeven for weg ĝuste precies, juist kies wiens kreski groeien daŭri duren, voortduren konduki leiden, brengen lumo licht blua blauw akiri verkrijgen, verwerven vojaĝi reizen teo thee akcidento ongeluk, ongeval riĉa rijk kaŝi verbergen, verstoppen ho oh pomo appel malami haten lavi wassen maro zee donaco geschenk, cadeau ludo spel lito bed interesa interessant ĉevalo paard stulta dom stranga vreemd, raar promesi beloven tasko taak, opdracht homa menselijk pasi voorbijgaan, passeren skatolo doos fumi roken rimarki opmerken, merken traduki vertalen venki overwinnen, winnen foto foto popolo volk restoracio restaurant finiĝi eindigen, aflopen parko park tial daarom buso bus fermi sluiten, dichtdoen aparteni behoren tot, toebehoren muro muur polico politie spekti toekijken, kijken naar vojaĝo reis regi regeren, heersen multo grote hoeveelheid, veel trafi raken, treffen kaŭzi veroorzaken ridi lachen unue eerst, ten eerste venonta volgende, komende ekzameno examen, toets farti zich voelen, het maken (gezondheid) lakto melk ĝui genieten nomiĝi heten aperi verschijnen ĝusta juist, correct super boven, over malfrui te laat zijn fiŝo vis supozi veronderstellen, aannemen haro haar leĝo wet ĝoji blij zijn, zich verheugen fakto feit ĉeesti aanwezig zijn kuŝi liggen imagi zich voorstellen, zich verbeelden daŭre voortdurend pravi gelijk hebben kisi kussen, zoenen oficejo kantoor, bureau ŝategi erg leuk vinden, zeer waarderen ulo vent, kerel amikino vriendin bildo beeld, afbeelding lernanto leerling tridek dertig biciklo fiets malsana ziek korpo lichaam nokte 's nachts plura meerdere, verscheidene ŝuo schoen konsilo raad, advies kialo reden reĝo koning sento gevoel monto berg almenaŭ minstens, tenminste apenaŭ nauwelijks, amper pasinta vorig, afgelopen precize precies, nauwkeurig nu nou, welnu simili lijken op voĉo stem voki roepen suferi lijden fino einde ŝlosilo sleutel komenciĝi beginnen (onovergankelijk) sukceso succes rifuzi weigeren, afwijzen laca moe glaso glas eta klein, piepklein konstrui bouwen preta klaar, gereed verki schrijven (een werk), componeren alvoki oproepen kuiri koken dudek twintig temo onderwerp, thema libera vrij prepari voorbereiden, klaarmaken solvi oplossen flugi vliegen pluvo regen hejmo huis, thuis rezulto resultaat, uitkomst ŝipo schip rakonto verhaal telefono telefoon ŝanco kans rompi breken ŝteli stelen aĝo leeftijd malantaŭ achter feliĉo geluk eviti vermijden, ontwijken konstruaĵo gebouw seĝo stoel ekscii te weten komen, vernemen ĵeti gooien, werpen biero bier purigi schoonmaken, reinigen subite plotseling malamiko vijand postuli eisen, vereisen preti klaar zijn vento wind kanto lied prezo prijs dolaro dollar des des te (in ju pli … des pli: hoe meer … des te meer) sano gezondheid ŝajne blijkbaar, schijnbaar sinjorino mevrouw kuko taart, koek forto kracht vortaro woordenboek hotelo hotel decido besluit, beslissing ĝeni storen, hinderen rezigni opgeven, afzien van fine eindelijk, tot slot frukto fruit, vrucht panjo mama danci dansen simpla eenvoudig duono helft proponi voorstellen, aanbieden scivoli nieuwsgierig zijn, zich afvragen koloro kleur malsano ziekte varma warm reiri teruggaan kelkfoje soms, enkele keren bebo baby pripensi overdenken, nadenken over aĵo ding, voorwerp piedo voet nepre beslist, absoluut bedaŭrinde helaas folio blad regulo regel ses zes estonteco toekomst farita gedaan, gemaakt okupata bezig, bezet ovo ei projekto project, plan starigi oprichten, rechtop zetten ŝatata geliefd, favoriet aldoni toevoegen fama beroemd, befaamd prezenti voorstellen, presenteren aĝa bejaard, op leeftijd fajro vuur bonega uitstekend, geweldig kristnasko Kerstmis halti stoppen, halt houden bruna bruin posedi bezitten diferenco verschil ia een of andere, van enige soort penso gedachte promeni wandelen krei scheppen, creëren erari zich vergissen, dwalen animo ziel, gemoed danki bedanken, danken najbaro buur ŝanĝiĝi veranderen (onovergankelijk) flanko kant, zijde malbone slecht propono voorstel, aanbod trakti behandelen neĝo sneeuw malvarma koud usona Amerikaans (van de VS) ju hoe (in ju pli … des pli: hoe meer … des te meer) vilaĝo dorp enlitiĝi naar bed gaan edziĝi trouwen (van een man) ellitiĝi opstaan (uit bed) proksime dichtbij, nabij registaro regering insulo eiland rajto recht prefere liever, bij voorkeur aviadilo vliegtuig boni goed zijn ĉapelo hoed malmulta weinig emi geneigd zijn, neigen valori waard zijn, gelden inviti uitnodigen ĉemizo overhemd anstataŭ in plaats van konfesi bekennen, belijden malaperi verdwijnen klaso klas facila gemakkelijk, eenvoudig ĉina Chinees robo jurk vesto kledingstuk stiri sturen, besturen terura verschrikkelijk, afschuwelijk tuŝi aanraken diskuti bespreken, discussiëren afabla vriendelijk, aardig sufiĉi volstaan, genoeg zijn interesi interesseren romano roman nuntempe tegenwoordig proksima dichtbij, nabij malsama verschillend, anders okazo gelegenheid, geval stelo ster danĝera gevaarlijk viando vlees kuirejo keuken savi redden horloĝo klok, horloge malŝati niet leuk vinden, een hekel hebben aan proksimume ongeveer relative relatief ekiri vertrekken, op weg gaan mateno ochtend paco vrede vespermanĝo avondeten ĉie overal espero hoop kastelo kasteel naturo natuur nombro getal, aantal sekreto geheim kampo veld konsisti bestaan (uit) malfermita open, geopend inteligenta intelligent, slim celi mikken op, beogen dento tand vestaĵo kledingstuk luno maan leciono les malmulte weinig situi gelegen zijn, zich bevinden aero lucht doloro pijn forigi verwijderen, wegdoen brako arm arto kunst neniel op geen enkele manier avo grootvader, opa mesaĝo bericht plani plannen aĝi … jaar oud zijn informo informatie, inlichting vespero avond religio religie, godsdienst kutimi gewoon zijn te, plegen ree weer, opnieuw flava geel ago daad, handeling universitato universiteit plezuro plezier, genoegen rusa Russisch sako zak revo droom daŭrigi voortzetten, doorgaan met manĝo maaltijd, eten biblioteko bibliotheek foje eens, soms interesiĝi belangstelling hebben, geïnteresseerd zijn onklo oom mallonga kort nutraĵo voedsel, levensmiddel fremda vreemd, buitenlands ripari repareren, herstellen sperto ervaring taso kopje, kop ŝajnigi doen alsof, voorwenden konduti zich gedragen soni klinken rapidi zich haasten konservi bewaren tria derde rilato relatie, verband malkovri ontdekken vekiĝi wakker worden amuza grappig, amusant pardono vergeving elteni verdragen, uithouden diversa verschillend, divers lago meer partopreni deelnemen koleri boos zijn saĝa wijs dika dik cent honderd teamo team, ploeg kunveno bijeenkomst, vergadering agrabla aangenaam, prettig butiko winkel konduto gedrag eblo mogelijkheid scio kennis konsili adviseren, aanraden multekosta duur danĝero gevaar pura schoon, zuiver bruo lawaai, geluid esprimi uitdrukken timo angst, vrees deziro wens, verlangen planedo planeet ĉefurbo hoofdstad kalkuli rekenen, berekenen mortinta dood, gestorven malofte zelden silenti zwijgen taŭgi deugen, geschikt zijn buŝo mond malrapide langzaam dolori pijn doen hejmtasko huiswerk estro leider, baas renkontiĝi elkaar ontmoeten rozo roos orelo oor konata bekend grupo groep kioma hoeveelste (in volgorde) solvo oplossing somero zomer ŝerco grap hispana Spaans sep zeven posteno functie, baan, post sciigi laten weten, op de hoogte brengen freneza gek, krankzinnig plendi klagen kontroli controleren junulo jongere, jongeman prezidanto voorzitter, president ferio vakantie, vrije dag kontenta tevreden mensogo leugen ie ergens neniom niets, in het geheel niet stacidomo station ŝtono steen surmeti aantrekken, opzetten gazeto krant, tijdschrift kruro been medikamento medicijn, geneesmiddel malgraŭ ondanks ĉarma charmant, bekoorlijk maljunulo oude man, oudere bati slaan france in het Frans avino grootmoeder, oma jarcento eeuw levi optillen, opheffen gasto gast meriti verdienen, waard zijn aliulo iemand anders komenco begin malfacili moeilijk zijn belega prachtig paĉjo papa posttagmeze 's middags edziniĝi trouwen (van een vrouw) tranĉilo mes dependi afhangen menso geest, verstand botelo fles donaci schenken, cadeau geven fojfoje af en toe, nu en dan koramikino vriendin (liefdespartner) griza grijs konscii zich bewust zijn ponto brug rekoni herkennen batali vechten, strijden disponi beschikken over malsanulejo ziekenhuis formo vorm ene binnen, erin drinki alcohol drinken enhavi bevatten, inhouden klopodi moeite doen, streven, pogen veri waar zijn ĝustatempe op tijd, tijdig eskapi ontsnappen, ontkomen krii schreeuwen, roepen kaŭzo oorzaak ordo orde supo soep okupita bezig, bezet enamiĝi verliefd worden forte sterk, krachtig politiko politiek bongusta lekker, smakelijk televido televisie entrepreno onderneming, project peco stuk turni draaien, keren klare duidelijk mirinda wonderlijk, verbazingwekkend marŝi lopen, marcheren rideti glimlachen ĉefa hoofd-, voornaamste fermita gesloten observi waarnemen, observeren papero papier ties van die, diens sonĝo droom (tijdens de slaap) teksto tekst demeti uitdoen, neerleggen akompani begeleiden antikva oud, antiek aserti beweren ŝtato staat elekto keuze, verkiezing ĝojo vreugde, blijdschap maltrafi missen, mislopen ok acht traduko vertaling rimedo middel ripozi rusten, uitrusten malriĉa arm rapida snel, vlug regiono streek, regio banko bank lundo maandag kutimo gewoonte malsati honger hebben scienco wetenschap sekva volgende subteni steunen, ondersteunen preĝejo kerk sistemo systeem superi overtreffen konvinki overtuigen malproksime ver weg vintro winter saluto groet, begroeting miliono miljoen matematiko wiskunde soldato soldaat firmao bedrijf, firma frapi slaan, kloppen grandega enorm, reusachtig kompreneble natuurlijk, vanzelfsprekend kulturo cultuur mendi bestellen supre boven, omhoog kapablo vermogen, bekwaamheid raporto verslag, rapport veki wekken komuna gemeenschappelijk, gezamenlijk okulvitro bril loĝejo woning kara lief, dierbaar, duur paŝo stap sango bloed sorto lot homaro mensheid malhelpi verhinderen, belemmeren bileto kaartje, ticket kinejo bioscoop eksterlande in het buitenland sperti ervaren, beleven memoro geheugen, herinnering nutri voeden serioza serieus, ernstig artikolo artikel hararo haar, haardos kolekti verzamelen libereco vrijheid trans over, aan de overkant van mantelo jas, mantel sukero suiker samtempe tegelijkertijd nubo wolk internacia internationaal koncerne met betrekking tot, betreffende perfekta perfect, volmaakt sidiĝi gaan zitten utili nuttig zijn, baten parolado toespraak, lezing tagmanĝo lunch, middagmaal malplena leeg rigardo blik freŝa vers, fris premi drukken, persen devo plicht haltigi stoppen, tot stilstand brengen malsukcesi mislukken krimo misdaad, misdrijf manko gebrek, tekort adreso adres socio maatschappij, samenleving sesa zesde trompi bedriegen ĵurnalo krant promeso belofte malsani ziek zijn nazo neus utila nuttig itala Italiaans stacio station, halte fieri trots zijn kurso cursus armilo wapen prizorgi zorgen voor, verzorgen advokato advocaat flughaveno luchthaven numero nummer dubi twijfelen plenigi vullen verko werk (kunst of literatuur) eŭropa Europees tagmanĝi lunchen antaŭa vorig, voorgaand maltrankviliĝi onrustig worden, zich zorgen maken protekti beschermen redoni teruggeven malfacilaĵo moeilijkheid natura natuurlijk necesa nodig, noodzakelijk taŭga geschikt, bruikbaar malbono het kwade, iets slechts fingro vinger