# Betrekkelijke bijzinnen in het Esperanto: kiu, kio, kies

Source: https://esperantopedia.org/nl/grammatica/betrekkelijke-bijzinnen/
Language: nl
Updated: 2026-10-28

> Esperanto-betrekkelijke bijzinnen beginnen met kiu, kio of kies. Kiu past zich aan in getal en -n volgt de rol in de bijzin: la libro, kiun mi legas.

Een betrekkelijke bijzin in het Esperanto begint met een ki-woord, meestal *kiu*, dat staat voor het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft: *La libro, kiun mi legas, estas bona.* – „Het boek dat ik lees, is goed.” *Kiu* betekent „die”, „dat” en „wie” in één woord. Het krijgt *-j* bij een meervoudig zelfstandig naamwoord en *-n* als het in zijn eigen bijzin lijdend voorwerp is. Het PMEG noemt ze *rilataj subfrazoj*.

De bijzin staat direct na het zelfstandig naamwoord. Net als in het Nederlands laat het Esperanto het betrekkelijk voornaamwoord nooit weg: „het boek dat ik las” is *la libro, kiun mi legis*. Anders dan in een Nederlandse bijzin gaat de persoonsvorm niet naar het eind: „het boek dat ik gisteren las” is *la libro, kiun mi legis hieraŭ*.

## Welk betrekkelijk woord gebruik je?

| Het zelfstandig naamwoord dat je beschrijft | Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|---|
| een persoon of zaak, onderwerp van de bijzin | *kiu*, *kiuj* | *La viro, kiu loĝas tie, estas mia onklo.* – „De man die daar woont, is mijn oom.” |
| een persoon of zaak, lijdend voorwerp van de bijzin | *kiun*, *kiujn* | *La libroj, kiujn mi legas, estas bonaj.* – „De boeken die ik lees, zijn goed.” |
| een persoon of zaak na een voorzetsel | voorzetsel + *kiu* | *la amiko, kun kiu mi parolis* – „de vriend met wie ik sprak” |
| een bezitter | *kies* | *la knabino, kies patro estas kuracisto* – „het meisje wier vader arts is” |
| *tio, ĉio, io, nenio* of een heel idee | *kio*, *kion* | *ĉio, kion vi diris* – „alles wat je zei” |
| een plaats of tijd | *kie*, *kien*, *kiam* | *la urbo, kie mi naskiĝis* – „de stad waar ik geboren ben” |
| een manier, soort of hoeveelheid | *kiel*, *kia*, *kiom* | *tiom da tempo, kiom vi bezonas* – „zoveel tijd als je nodig hebt” |

## Kiu, kiuj, kiun, kiujn

*Kiu* komt in getal overeen met het zelfstandig naamwoord dat het vervangt, zoals een [bijvoeglijk naamwoord](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/naamwoorden/). Het Nederlands kiest tussen „die” en „dat” (de- of het-woord); het Esperanto kent die keuze niet. De *-n* (zie de [accusatief](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/accusatief/)) hangt alleen af van de eigen rol in de betrekkelijke bijzin, nooit van de rol van het zelfstandig naamwoord in de hoofdzin.

| Rol van *kiu* in zijn bijzin | Enkelvoud | Meervoud |
|---|---|---|
| onderwerp | *kiu* | *kiuj* |
| lijdend voorwerp | *kiun* | *kiujn* |
| na een voorzetsel | *kun kiu* | *kun kiuj* |

Om de vorm te kiezen, maak je van de bijzin een zin op zichzelf en kijk je wat *kiu* vervangt: *Mi legas la libron* geeft *la libro, kiun mi legas* (lijdend voorwerp, dus -n); *La viro loĝas tie* geeft *la viro, kiu loĝas tie* (onderwerp, geen -n).

- *Mi vidis la knabon, kiu kantis.* – „Ik zag de jongen die zong.” *Knabon* is lijdend voorwerp van *vidis*, maar *kiu* is onderwerp van *kantis*, dus geen -n.
- *La knabo, kiun mi vidis, kantis.* – „De jongen die ik zag, zong.” Nu is *knabo* het onderwerp en *kiun* het lijdend voorwerp.

## Voorzetsels voor kiu

Het voorzetsel staat direct voor *kiu*, en het paar opent de bijzin. Het Nederlandse „waar … mee” en „waarin” zijn in het Esperanto altijd voorzetsel + *kiu* (PMEG).

| Nederlands | Esperanto |
|---|---|
| de vriend met wie ik sprak (de vriend waar ik mee sprak) | *la amiko, kun kiu mi parolis* |
| de kamer waarin we slapen | *la ĉambro, en kiu ni dormas* |
| de kamer die ik binnenging | *la ĉambro, en kiun mi iris* |

Na een [voorzetsel](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/voorzetsels/) krijgt *kiu* geen -n, behalve voor richting: *en kiu* is „waarin”, *en kiun* is „waar … naar binnen” (beweging).

## Kio: na tio, ĉio, io en nenio

Is het beschreven woord een correlatief op *-o*, gebruik dan *kio* (lijdend voorwerp: *kion*), niet *kiu*. Het Nederlands doet hetzelfde met „wat”: „alles wat”, „niets wat”.

- *Tio, kio okazis, estis stranga.* – „Wat er gebeurde, was vreemd.”
- *Mi komprenis ĉion, kion vi diris.* – „Ik begreep alles wat je zei.”
- *Ŝi havas nenion, kion ŝi volas kaŝi.* – „Ze heeft niets wat ze wil verbergen.”

*Kio* volgt ook op een alleenstaand bijvoeglijk naamwoord dat „het ding” betekent: *la unua, kion mi lernis* – „het eerste wat ik leerde”; met een zelfstandig naamwoord is het weer *kiu*: *la unua vorto, kiun mi lernis*. En *kio* kan voor een hele zin staan: *Ŝi gajnis la konkurson, kio ĝojigis ĉiujn.* – „Ze won de wedstrijd, wat iedereen blij maakte.”

## Kies: „wiens”

*Kies* is het Nederlandse „wiens” of „wier”. Het krijgt nooit -j of -n; het zelfstandig naamwoord erna wel:

- *La knabino, kies patro estas kuracisto, loĝas apud mi.* – „Het meisje wier vader arts is, woont naast mij.”
- *Jen la viro, kies hundon mi trovis.* – „Hier is de man wiens hond ik gevonden heb.”

Het Nederlands vervangt „wiens” en „wier” in gewone spraak vaak door „van wie” of „waarvan”; in het Esperanto is *kies* de gewone vorm. *Kies* wijst vooral op bezit en toebehoren. Voor een deel van een groep gebruik je *el kiuj*: *Mi havas tri katojn, el kiuj unu estas nigra.* – „Ik heb drie katten, waarvan er één zwart is.”

## Kie, kiam, kiel en de paren tiu … kiu

Een ki-woord antwoordt vaak op een ti-woord van dezelfde groep in de hoofdzin, en daarom vormen de [correlatieven](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/correlatieven/) een tabel.

| Hoofdzin | Bijzin | Voorbeeld |
|---|---|---|
| *tiu* | *kiu* | *Tiu, kiu venis, estas mia frato.* – „Degene die kwam, is mijn broer.” |
| *tio* | *kio* | *Mi aŭdis tion, kion vi diris.* – „Ik hoorde wat je zei.” |
| *tia* | *kia* | *Mi serĉas tian ĉambron, kian vi priskribis.* – „Ik zoek een kamer zoals jij die beschreef.” |
| *tie*, *tien* | *kie*, *kien* | *Mi restos tie, kie vi estas.* – „Ik blijf waar jij bent.” |
| *tiam* | *kiam* | *Venu tiam, kiam vi povas.* – „Kom als je kunt.” |
| *tiel* | *kiel* | *Skribu tiel, kiel vi parolas.* – „Schrijf zoals je praat.” |

Het ti-woord mag wegvallen als het dezelfde vorm zou hebben als het ki-woord: *Kiu serĉas, trovas.* – „Wie zoekt, vindt.” Zijn de vormen verschillend, dan moet het blijven: *Mi konas tiun, kiu telefonis.* – „Ik ken degene die belde.” Je kunt niet zeggen *Mi konas, kiu telefonis*, omdat *tiun* een -n zou krijgen en *kiu* niet.

Na een zelfstandig naamwoord werken *kie* en *kiam* op dezelfde manier: *la tago, kiam ni renkontiĝis* – „de dag dat we elkaar ontmoetten”. *Kie* vervangt vaak „waarin”: *la ĝardeno, kie ni ludis* = *la ĝardeno, en kiu ni ludis* – „de tuin waar we speelden”. Als betrekkelijk woord is *kial* zeldzaam: schrijf *la kaŭzo, pro kiu ili foriris* – „de reden waarom ze vertrokken”.

## Ke of kiu?

Het Nederlandse „dat” doet twee dingen: het beschrijft een zelfstandig naamwoord („het boek dat ik las”) en het opent een mededeling („ik weet dat je gelijk hebt”). Het Esperanto scheidt die twee. *Ke* heeft geen eigen betekenis en markeert alleen het begin van een bijzin (PMEG). Zie [voegwoorden](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/voegwoorden/).

| Nederlands | Esperanto | Waarom |
|---|---|---|
| het boek dat ik las | *la libro, kiun mi legis* | Het boek is lijdend voorwerp van „lezen”. |
| Ik weet dat je gelijk hebt | *Mi scias, ke vi pravas.* | Een mededeling na een werkwoord van weten. |
| het nieuws dat Anna me vertelde | *la novaĵo, kiun Anna rakontis al mi* | Het nieuws is lijdend voorwerp van „vertellen”. |
| het nieuws dat Anna komt | *la novaĵo, ke Anna venos* | De bijzin geeft de inhoud van het nieuws. |

De test is het zelfstandig naamwoord terug in de bijzin zetten. *Mi legis la libron* werkt, dus gebruik *kiun*. *Anna venos* is al compleet zonder „nieuws”, dus gebruik *ke*.

## Vragen binnen een zin

Een vraag binnen een zin begint met *ĉu* (ja of nee) of met een ki-woord en krijgt geen vraagteken; zie [vragen en ontkenning](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/vragen-en-ontkenning/).

- *Mi ne scias, ĉu ŝi venos.* – „Ik weet niet of ze komt.”
- *Mi ne scias, kiu venos.* – „Ik weet niet wie er komt.”

Gebruik niet *se* („als”) voor „of”. Dezelfde ki-bijzin kan een vraag zijn of een betrekkelijke bijzin met een weggelaten *tion*: *Mi scias, kion vi diris* betekent „Ik weet wat je zei” – als vraag („ik weet welke woorden het waren”) of als betrekkelijke bijzin („ik weet datgene wat je zei”), met weinig verschil (PMEG).

## Komma's

Het PMEG stelt geen bindende komma-regels; een komma past waar een natuurlijke pauze valt, bijvoorbeeld voor een bijzin: *Mi vidis katon, kiu dormis sur la tablo.* – „Ik zag een kat die op de tafel lag te slapen.” Een bijzin in het midden krijgt aan beide kanten een komma: *La viro, kiu loĝas tie, estas mia onklo.* Je mag de komma's altijd zetten, ook om een bijzin die het zelfstandig naamwoord identificeert (PMEG). Dat wijkt af van het Nederlands, waar een bepalende bijzin meestal zonder komma staat („De man die daar woont is mijn oom”).

De komma komt vóór het voorzetsel, niet vóór *kiu*: *la amiko, kun kiu mi parolis*, nooit *la amiko kun, kiu mi parolis*.

## Typische fouten

| Fout | Beter | Waarom |
|---|---|---|
| *La libro, kiu mi legas* | *La libro, kiun mi legas* | *Kiu* is het lijdend voorwerp van *legas*. |
| *Mi vidis la viron, kiun kantis.* | *Mi vidis la viron, kiu kantis.* | *Kiu* is het onderwerp van *kantis*; de -n van *viron* wordt niet overgenomen. |
| *La libro, ke mi legis* | *La libro, kiun mi legis* | „Dat” als betrekkelijk voornaamwoord is *kiu*, niet *ke*. |
| *La libro mi legas* | *La libro, kiun mi legas* | Het betrekkelijk woord kan niet wegvallen. |
| *La amiko, mi parolis kun* | *La amiko, kun kiu mi parolis* | Het voorzetsel staat voor *kiu*. |
| *ĉio, kiu mi diris* | *ĉio, kion mi diris* | Na *ĉio* gebruik je *kio*. |
| *Mi pensas, kiu vi pravas.* | *Mi pensas, ke vi pravas.* | Een mededeling heeft *ke* nodig. |
| *Mi ne scias, se ŝi venos.* | *Mi ne scias, ĉu ŝi venos.* | *Ĉu* is „of”, *se* is „als”. |

## Voorbeelden in zinnen

- *La filmo, kiun ni vidis hieraŭ, estis tre amuza.* – „De film die we gisteren hebben gezien, was erg grappig.”
- *Mi havas amikon, kiu parolas kvin lingvojn.* – „Ik heb een vriend die vijf talen spreekt.”
- *La urbo, en kiu mi naskiĝis, estas malgranda.* – „De stad waarin ik geboren ben, is klein.”
- *La homoj, kun kiuj mi laboras, estas tre afablaj.* – „De mensen met wie ik werk, zijn erg aardig.”
- *Jen la instruisto, kies lecionojn mi ŝatas.* – „Hier is de leraar wiens lessen ik leuk vind.”
- *Ĉio, kion vi bezonas, estas en la sako.* – „Alles wat je nodig hebt, zit in de tas.”
- *Mi memoras la tagon, kiam ni unue renkontiĝis.* – „Ik herinner me de dag waarop we elkaar voor het eerst ontmoetten.”
- *Ŝi loĝas en la domo, kie loĝis ŝiaj geavoj.* – „Ze woont in het huis waar haar grootouders woonden.”

## Veelgestelde vragen

### Hoe zeg je „die”, „dat”, „wie” en „wat” in het Esperanto?
Gebruik *kiu* voor personen en zaken, en *kiuj* voor het meervoud: *la viro, kiu venis*. Na *tio, ĉio, io* en *nenio* gebruik je *kio*. „Dat” voor een mededeling is *ke*.

### Gebruik je kiu of kiun?
Gebruik *kiun* als het woord in zijn eigen bijzin lijdend voorwerp is (*la libro, kiun mi legas*) en *kiu* als het onderwerp is (*la viro, kiu loĝas tie*).

### Kun je het betrekkelijk voornaamwoord in het Esperanto weglaten?
Nee. „Het boek dat ik las” moet *la libro, kiun mi legis* zijn, en „de vriend met wie ik sprak” moet *la amiko, kun kiu mi parolis* zijn.

### Wat is het verschil tussen ke en kiu?
*Kiu* beschrijft een zelfstandig naamwoord en vervangt het in de bijzin. *Ke* opent alleen een bijzin die een mededeling of de inhoud van een zelfstandig naamwoord geeft: *Mi scias, ke vi pravas*; *la fakto, ke li venis*.

### Staat er een komma voor kiu?
Meestal wel: *Mi vidis la viron, kiu loĝas tie.* Het PMEG stelt geen bindende regels, maar een komma voor een bijzin is de normale gewoonte.

## Bronnen

- PMEG: [Rilataj subfrazoj](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/subfrazoj/rilataj/index.html), [Rilataj kiu, kio kaj kies](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/subfrazoj/rilataj/kiu_kio_kies/index.html) met de pagina's over [kiu](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/subfrazoj/rilataj/kiu_kio_kies/kiu.html), [kio](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/subfrazoj/rilataj/kiu_kio_kies/kio.html) en [kies](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/subfrazoj/rilataj/kiu_kio_kies/kies.html)
- PMEG: [Aliaj rilataj KI-vortoj](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/subfrazoj/rilataj/aliaj_ki-vortoj.html), [Forlaso de TI-vorto](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/subfrazoj/rilataj/ti-forlaso.html)
- PMEG: [Ke-frazoj](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/subfrazoj/ke/index.html), [Ke-frazoj kiel priskribo](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/subfrazoj/ke/priskribo.html), [Demandaj subfrazoj](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/subfrazoj/demandaj.html)
- PMEG: [Kio estas subfrazo?](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/subfrazoj/kio.html), [Helposignoj (komo)](https://bertilow.com/pmeg/skribo_elparolo/skribo/helposignoj.html)
- [Esperanto grammar – Wikipedia](https://en.wikipedia.org/wiki/Esperanto_grammar)
- Woordbetekenissen gecontroleerd in de [ReVo (Reta Vortaro)](https://reta-vortaro.de/revo/)
