# Esperanto voorzetsels: alle 33 met voorbeelden

Source: https://esperantopedia.org/nl/grammatica/voorzetsels/
Language: nl
Updated: 2026-10-28

> Esperanto heeft 33 officiële voorzetsels, alle uit het Fundamento van 1905. Betekenis en voorbeeld per voorzetsel, plus je, de richting-n en voorvoegsels.

Het Esperanto heeft **33 officiële voorzetsels**, en ze stonden allemaal al in het *Fundamento de Esperanto* (1905). Ze veranderen nooit van vorm, staan altijd vóór hun zelfstandig naamwoord, en dat woord blijft in de grondvorm (regel 8 van de [16 regels](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/16-regels/)).

Er is één uitzondering: na een voorzetsel van plaats geeft de uitgang *-n* een beweging naar een plaats aan. Past geen enkel voorzetsel bij de bedoelde betekenis, dan gebruikt het Esperanto *je*, het enige voorzetsel zonder eigen betekenis.

## Voorzetsels van plaats en beweging in één oogopslag

Twaalf woorden zeggen waar iets zich bevindt ten opzichte van iets anders, en vijf beschrijven beweging: *al* „naar”, *de* „van”, *el* „uit”, *tra* „door” en *ĝis* „tot aan”. *Malantaŭ* „achter” hoort niet bij de 33, maar is gebouwd uit *mal-* + *antaŭ*. Elke voorbeeldzin hieronder komt uit het PMEG.

en = in | Li kuŝis en la lito. | Hij lag in bed.
sur = op | La libro estas sur la tablo. | Het boek ligt op de tafel.
sub = onder | La lampo pendas sub la plafono. | De lamp hangt onder het plafond.
super = boven | Super la komodo pendis granda pentraĵo. | Boven de commode hing een groot schilderij.
apud = naast | Li staris tutan horon apud la fenestro. | Hij stond een uur lang naast het raam.
ĉe = bij | Ĉe la angulo de la strato ŝi haltis. | Bij de hoek van de straat bleef ze staan.
antaŭ = voor | Antaŭ la domo staras arbo. | Voor het huis staat een boom.
malantaŭ = achter | Tuj malantaŭ si ŝi aŭdis viran voĉon. | Vlak achter zich hoorde ze een mannenstem.
inter = tussen | Sur la kameno inter du potoj staras fera kaldrono. | Op de haard, tussen twee potten, staat een ijzeren ketel.
ĉirkaŭ = rond | La tero rondiras ĉirkaŭ la suno. | De aarde draait rond de zon.
trans = over | Ŝi saltis trans barilon. | Ze sprong over een hek.
ekster = buiten | Li loĝas ekster la urbo. | Hij woont buiten de stad.
al = naar | Vi devas nur iri al la fonto ĉerpi akvon. | Je hoeft alleen maar naar de bron te gaan om water te scheppen.
de = van | Mi venas de la avo. | Ik kom van opa.
el = uit | Li eliris el la dormoĉambro. | Hij kwam uit de slaapkamer.
tra = door | Mallarĝa vojeto kondukas tra tiu ĉi kampo al nia domo. | Een smal pad voert door dit veld naar ons huis.
ĝis = tot aan | Li kliniĝis ĝis la tero. | Hij boog zich neer tot aan de grond.

## Alle 33 voorzetsels

| Voorzetsel | Betekenis | Voorbeeld | Vertaling |
|---|---|---|---|
| *al* | naar, richting; aan (iemand) | *al la urbo; doni al Petro* | „naar de stad; aan Peter geven” |
| *anstataŭ* | in plaats van | *teo anstataŭ kafo* | „thee in plaats van koffie” |
| *antaŭ* | voor (plaats); voor (tijd) | *antaŭ la domo; antaŭ la leciono* | „voor het huis; voor de les” |
| *apud* | naast, bij | *apud la fenestro* | „naast het raam” |
| *ĉe* | bij; bij iemand thuis | *ĉe la tablo; ĉe mi* | „aan tafel; bij mij thuis” |
| *ĉirkaŭ* | rond; ongeveer | *ĉirkaŭ la lago; ĉirkaŭ tri horoj* | „rond het meer; ongeveer drie uur” |
| *da* | van (na een hoeveelheid) | *glaso da akvo* | „een glas water” |
| *de* | van, vanaf; van (bezitter); door (uitvoerder) | *de Varsovio; la libro de Petro; amata de ĉiuj* | „uit Warschau; het boek van Peter; door allen bemind” |
| *dum* | tijdens | *dum la tago* | „overdag” |
| *ekster* | buiten | *ekster la urbo* | „buiten de stad” |
| *el* | uit; van (materiaal); een van | *el la domo; el ligno; unu el ni* | „uit het huis; van hout; een van ons” |
| *en* | in; naar binnen (met *-n*) | *en la ĉambro; en la ĉambron* | „in de kamer; de kamer in” |
| *ĝis* | tot; tot aan | *ĝis morgaŭ; ĝis la stacio* | „tot morgen; tot aan het station” |
| *inter* | tussen, onder | *inter la arboj* | „tussen de bomen” |
| *je* | geen vaste betekenis | *je la tria horo* | „om drie uur” |
| *kontraŭ* | tegen; tegenover | *kontraŭ la vento* | „tegen de wind” |
| *krom* | behalve; naast | *ĉiuj krom mi* | „iedereen behalve ik” |
| *kun* | (samen) met | *kun amiko* | „met een vriend” |
| *laŭ* | volgens; langs | *laŭ mi; laŭ la rivero* | „volgens mij; langs de rivier” |
| *malgraŭ* | ondanks | *malgraŭ la pluvo* | „ondanks de regen” |
| *per* | door middel van, met (gereedschap) | *per krajono; per trajno* | „met een potlood; per trein” |
| *po* | per stuk, elk | *po tri pomoj* | „elk drie appels” |
| *por* | voor; om te | *por vi; por lerni* | „voor jou; om te leren” |
| *post* | na; achter | *post la leciono; post la domo* | „na de les; achter het huis” |
| *preter* | voorbij, langs (in beweging) | *preter la domo* | „langs het huis” |
| *pri* | over, betreffende | *pri la vetero* | „over het weer” |
| *pro* | wegens, vanwege | *pro la pluvo* | „vanwege de regen” |
| *sen* | zonder | *sen mono* | „zonder geld” |
| *sub* | onder | *sub la tablo* | „onder de tafel” |
| *super* | boven | *super la urbo* | „boven de stad” |
| *sur* | op | *sur la tablo* | „op de tafel” |
| *tra* | door | *tra la arbaro* | „door het bos” |
| *trans* | aan de overkant van, over | *trans la rivero* | „aan de overkant van de rivier” |

Woorden als *malantaŭ* „achter” (*mal-* + *antaŭ*) en *ekde* „vanaf” zijn uit deze 33 gebouwd en worden niet apart geteld. Het PMEG noemt ook enkele niet-officiële voorzetsels, zoals *far* „door (een auteur)”. De meeste schrijvers gebruiken liever *fare de*.

## Nederlandse voorzetsels met meerdere Esperanto-vertalingen

Nederlandse voorzetsels als „met”, „van”, „voor” en „door” splitsen zich elk in meerdere Esperanto-voorzetsels. Let ook op „geen voorzetsel” na een hoeveelheid.

| Nederlands | Esperanto | Voorbeeld |
|---|---|---|
| met (gezelschap) | *kun* | *Mi manĝas kun amiko.* – „Ik eet met een vriend.” |
| met (gereedschap) | *per* | *Mi manĝas per forko.* – „Ik eet met een vork.” |
| (geen voorzetsel, hoeveelheid) | *da* | *kilogramo da pomoj* – „een kilo appels” |
| van (bezit, herkomst) | *de* | *la domo de mia patro* – „het huis van mijn vader” |
| van (materiaal, deel van een groep) | *el* | *ringo el oro* – „een ring van goud” |
| voor (plaats of tijd) | *antaŭ* | *antaŭ la domo* – „voor het huis” |
| voor (doel, voordeel) | *por* | *Ĝi estas por vi.* – „Het is voor jou.” |
| voor (reden) | *pro* | *Dankon pro la helpo.* – „Bedankt voor de hulp.” |
| voor (duur) | *dum* of *-n* | *dum du semajnoj* / *du semajnojn* – „twee weken lang” |
| door (uitvoerder) | *de* | *amata de ĉiuj* – „door allen bemind” |
| door (heen) | *tra* | *tra la arbaro* – „door het bos” |

## Werkwoorden zonder voorzetsel

Het Nederlands kent veel werkwoorden met een vast voorzetsel: wachten *op*, kijken *naar*, luisteren *naar*, bang zijn *voor*. In het Esperanto nemen dezelfde werkwoorden meestal gewoon een lijdend voorwerp met *-n* (zie de [accusatief](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/accusatief/)):

| Nederlands | Esperanto | Voorbeeld |
|---|---|---|
| wachten op | *atendi* | *Mi atendas la buson.* – „Ik wacht op de bus.” |
| kijken naar | *rigardi* | *Ni rigardas filmon.* – „We kijken naar een film.” |
| luisteren naar | *aŭskulti* | *Ŝi aŭskultas muzikon.* – „Zij luistert naar muziek.” |
| zoeken naar | *serĉi* | *Mi serĉas miajn ŝlosilojn.* – „Ik zoek naar mijn sleutels.” |
| bang zijn voor | *timi* | *Li timas la hundon.* – „Hij is bang voor de hond.” |

## Je: het voorzetsel zonder betekenis

Regel 14 van het Fundamento zegt dat elk voorzetsel een vaste betekenis heeft. Past er geen enkel, dan gebruik je *je*. De meest voorkomende toepassingen (PMEG) zijn:

- **Kloktijd en feesten:** *je la oka* – „om acht uur”; *je Pasko* – „met Pasen”.
- **Verschil in maat:** *je unu jaro pli juna* – „een jaar jonger”.
- **Lichaamsdelen en toestanden:** *kapti je la brako* – „bij de arm grijpen”; *malsana je la brusto* – „ziek aan de borst”.
- **Gevoelens en geloof:** *kredi je Dio* – „in God geloven”.

Het PMEG raadt af *je* te gebruiken als er een preciezer voorzetsel bestaat. Voor kloktijden: zie [getallen en tijd](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/getallen/).

## Richting: voorzetsel + -n

Voorzetsels van plaats (*en, sur, sub, antaŭ, apud, inter, trans* en andere) zeggen **waar** iets is. Zet je *-n* achter het zelfstandig naamwoord, dan zeggen ze **waarheen** (regel 13). Dat is een van de toepassingen van de [accusatief](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/accusatief/). Het Nederlands maakt een vergelijkbaar onderscheid met een achterplaatsing: „in de kamer” tegenover „de kamer in”.

| Plaats (zonder -n) | Beweging (met -n) |
|---|---|
| *La kato saltas sur la tablo.* – „De kat springt (rond) op de tafel.” | *La kato saltas sur la tablon.* – „De kat springt de tafel op.” |
| *La birdo flugas en la ĉambro.* – „De vogel vliegt in de kamer rond.” | *La birdo flugas en la ĉambron.* – „De vogel vliegt de kamer in.” |

Alleen voorzetsels die ook een plaats kunnen aanduiden, krijgen deze *-n*. *Al, el, de* en *ĝis* duiden nooit een plaats aan en krijgen daarom nooit *-n*: *al la urbo*, *el la lernejo*. De *-n* van richting drukt altijd een beweging naar een plaats toe uit, nooit een beweging van die plaats weg (PMEG).

## De accusatief in plaats van een voorzetsel

Regel 14 staat ook de kale *-n* toe in plaats van *je*: *Mi ridas je lia naiveco* = *Mi ridas lian naivecon* – „Ik lach om zijn naïviteit”. Tegenwoordig is dat zeldzaam bij werkwoorden als *ridi*. Bij tijd en maat komt het vaak voor:

- *Mi venos lundon.* – „Ik kom maandag.”
- *Ni restis tri tagojn.* – „We bleven drie dagen.”
- *Ĝi kostas dek eŭrojn.* – „Het kost tien euro.”

## Voorzetsels als voorvoegsel en als stam

De meeste voorzetsels werken ook als voorvoegsel bij werkwoorden. De betekenis blijft dicht bij die van het voorzetsel:

| Woord | Delen | Betekenis |
|---|---|---|
| *alveni* | al + veni | „aankomen” |
| *eliri* | el + iri | „naar buiten gaan” |
| *eniri* | en + iri | „binnengaan” |
| *kunlabori* | kun + labori | „samenwerken” |
| *subskribi* | sub + skribi | „ondertekenen” |
| *transiri* | trans + iri | „oversteken” |
| *priskribi* | pri + skribi | „beschrijven” |
| *antaŭvidi* | antaŭ + vidi | „voorzien” |

Het Nederlands kent iets vergelijkbaars met scheidbare werkwoorden (aankomen, uitgaan, samenwerken). In het Esperanto blijft het woord altijd heel: *Mi alvenas* „ik kom aan”.

Ze krijgen ook gewone uitgangen: *apuda* „naburig”, *kontraŭa* „tegenovergesteld”, *antaŭe* „voorheen”, *poste* „daarna”, *kune* „samen”, *ĉirkaŭi* „omringen”. Een hele woordgroep kan één woord worden: *sen hejmo* → *senhejma* „dakloos”, *inter nacioj* → *internacia* „internationaal”. Zie [woordvorming](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/woordvorming/) en [voorvoegsels](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/voorvoegsels/).

## Voorbeelden in zinnen

- *La kato dormas sub la tablo.* – „De kat slaapt onder de tafel.”
- *La kato kuris sub la tablon.* – „De kat is onder de tafel gerend.”
- *Mi atendos vin antaŭ la kinejo.* – „Ik zal voor de bioscoop op je wachten.”
- *Post la leciono ni iris al kafejo.* – „Na de les gingen we naar een café.”
- *Ŝi venas el Brazilo.* – „Ze komt uit Brazilië.”
- *Mi ricevis leteron de mia avino.* – „Ik kreeg een brief van mijn oma.”
- *Ni promenis tra la arbaro.* – „We wandelden door het bos.”
- *Mi laboras ĉe granda firmao.* – „Ik werk bij een groot bedrijf.”
- *Li parolis pri sia vojaĝo dum la tuta vespero.* – „Hij praatte de hele avond over zijn reis.”

## Veelgestelde vragen

### Hoeveel voorzetsels heeft het Esperanto?
Het Esperanto heeft 33 officiële voorzetsels, allemaal uit het Fundamento van 1905. Afgeleide vormen als *malantaŭ* en niet-officiële woorden als *far* worden niet meegeteld.

### Welke naamval volgt op een voorzetsel in het Esperanto?
De grondvorm: *kun mia amiko*. De enige uitzondering is richting na een voorzetsel van plaats, waar het zelfstandig naamwoord *-n* krijgt: *en la domon* „het huis in”.

### Wat is het verschil tussen kun en per?
*Kun* betekent „samen met” een persoon of zaak; *per* betekent „door middel van” een werktuig of methode. *Mi skribas kun amiko per krajono* – „Ik schrijf samen met een vriend, met een potlood.”

### Wanneer gebruik ik je?
Gebruik *je* alleen als geen ander voorzetsel past. Het komt het vaakst voor bij kloktijden: *je la tria* – „om drie uur”.

### Wat is het verschil tussen de en da?
*Da* verbindt een hoeveelheid met datgene wat gemeten wordt: *glaso da vino* „een glas wijn”. *De* geeft bezitter, herkomst of uitvoerder aan: *la glaso de Petro* „het glas van Peter”.

## Bronnen

- [Fundamento de Esperanto – grammatica in het Engels (regels 8, 13, 14)](https://www.akademio-de-esperanto.org/fundamento/gramatiko_angla.html)
- [PMEG – Rolvortetoj (voorzetsels)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/rolmontriloj/rolvortetoj/index.html)
- [PMEG – Lokaj rolvortetoj (voorzetsels van plaats, met voorbeeldzinnen)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/rolmontriloj/rolvortetoj/lokaj_rolvortetoj/index.html)
- [PMEG – Direktaj rolvortetoj (al, el, ĝis)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/rolmontriloj/rolvortetoj/direktaj_rolvortetoj/index.html)
- [PMEG – Je](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/rolmontriloj/rolvortetoj/je.html)
- [PMEG – N voor richting](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/rolmontriloj/n/direkto.html)
- [PMEG – Afiksecaj elementoj (voorzetsels in samenstellingen)](https://bertilow.com/pmeg/vortfarado/afiksoj/afiksecaj_elementoj/index.html)
- [PMEG – Neoficialaj vortetoj](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/neoficialaj_vortetoj.html)
- [Wikipedia – Esperanto grammar](https://en.wikipedia.org/wiki/Esperanto_grammar)
