# Esperanto les 2: familie, zelfstandige naamwoorden, meervoud

Source: https://esperantopedia.org/nl/leren/cursus/les-02/
Language: nl
Updated: 2026-10-08

> Elk Esperanto-zelfstandig naamwoord eindigt op -o, het meervoud krijgt -j en la is „de” en „het” in één. Leer familiewoorden en zeg „mijn” en „hier is”.

In deze les leer je hoe Esperanto-zelfstandige naamwoorden werken. Elk zelfstandig naamwoord eindigt op *-o*, het meervoud krijgt *-j* en één lidwoord, *la*, betekent „de” of „het” voor alle woorden. Je beschrijft ook je familie met *mia* „mijn”, wijst dingen aan met *jen* „hier is, hier zijn” en voegt mensen toe met *kaj* „en” en *ankaŭ* „ook”.

## Dialoog

Een week later hebben Ana en Tomo een videogesprek. Ana laat een foto van haar familie zien.

| Esperanto | Nederlands |
|---|---|
| **Ana:** Saluton, Tomo! Jen foto de mia familio. | Hoi, Tomo! Hier is een foto van mijn familie. |
| **Tomo:** Saluton! Ho, granda familio! | Hoi! Oh, wat een grote familie! |
| **Ana:** Jes! Jen miaj gepatroj, Paulo kaj Rita. | Ja! Dit zijn mijn ouders, Paulo en Rita. |
| **Tomo:** Kaj la knabo? | En de jongen? |
| **Ana:** La knabo estas mia frato, Pedro. Li estas studento, kiel mi. | De jongen is mijn broer, Pedro. Hij is student, net als ik. |
| **Tomo:** Kaj la du knabinoj? | En de twee meisjes? |
| **Ana:** Ili estas miaj fratinoj, Bia kaj Lara. Ili estas ĝemeloj. | Dat zijn mijn zussen, Bia en Lara. Ze zijn een tweeling. |
| **Tomo:** Kaj la kato? | En de kat? |
| **Ana:** La kato estas Kafo. Ĝi estas la ĉefo de la familio! | De kat is Kafo („Koffie”). Die is de baas van de familie! |
| **Tomo:** Ha ha! Jen ankaŭ mia familio: miaj gepatroj, mia fratino Marta kaj mi. | Ha ha! Hier is ook mijn familie: mijn ouders, mijn zus Marta en ik. |
| **Ana:** Kaj la sinjorino? | En die mevrouw? |
| **Tomo:** Ŝi estas mia avino, Zofia. Ŝi estas la ĉefo de nia familio! | Dat is mijn oma, Zofia. Zij is de baas van onze familie! |
| **Ana:** Ha ha! Kafo kaj Zofia – du ĉefoj! | Ha ha! Kafo en Zofia – twee bazen! |

## Nieuwe woorden

| Esperanto | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| *familio* | familie, gezin | zelfstandig naamwoord |
| *foto* | foto | zelfstandig naamwoord |
| *patro* | vader | *patrino* „moeder” |
| *gepatroj* | ouders | *ge-* = beide geslachten |
| *frato* | broer | *fratino* „zus” |
| *avo* | opa, grootvader | *avino* „oma, grootmoeder”, *geavoj* „grootouders” |
| *knabo* | jongen | *knabino* „meisje” |
| *studento* | student | voor iedereen |
| *ĝemeloj* | tweeling | enkelvoud *ĝemelo* „tweelingbroer of -zus” |
| *kato* | kat | |
| *ĉefo* | baas, hoofd, leider | |
| *sinjorino* | mevrouw, dame | *sinjoro* „meneer, heer” |
| *la* | de, het | het enige lidwoord |
| *jen* | hier is, hier zijn, kijk | om iets aan te wijzen |
| *de* | van | *foto de mia familio* |
| *mia* | mijn | *miaj* voor een meervoud |
| *via* | jouw, je, uw | |
| *nia* | ons, onze | |
| *du* | twee | getallen in les 8 |
| *granda* | groot | bijvoeglijk naamwoord (les 3) |
| *kiel* | zoals, net als | *kiel mi* „net als ik” |
| *ho* | oh | tussenwerpsel |

## Grammatica

### Zelfstandige naamwoorden eindigen op *-o*

Elk Esperanto-zelfstandig naamwoord eindigt op *-o*: *familio, patro, kato, foto*. Zo herken je een zelfstandig naamwoord meteen, ook als je het woord niet kent. Zelfstandige naamwoorden hebben geen grammaticaal geslacht: *la familio* en *la kato* gebruiken hetzelfde *la*. Je hoeft dus nooit te leren of een woord „de” of „het” is. Meer op de pagina over [zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/naamwoorden/).

### Het meervoud: voeg *-j* toe

Voeg *-j* toe voor het meervoud. De uitgang *-oj* klinkt als *ooi* in „mooi”.

| Enkelvoud | Meervoud | Nederlands |
|---|---|---|
| *frato* | *fratoj* | broers |
| *familio* | *familioj* | families |
| *knabino* | *knabinoj* | meisjes |
| *ĉefo* | *ĉefoj* | bazen |

Er zijn geen onregelmatige meervouden: *infano* „kind” → *infanoj* „kinderen”, *homo* „mens” → *homoj* „mensen”. Wie Nederlands kent, weet hoe lastig het meervoud daar is (-en, -s, -eren, -'s, klinkerwissel als in „stad – steden”). In het Esperanto is het altijd *-j*.

### Eén lidwoord: *la*

*La* betekent „de” of „het” en verandert nooit: *la knabo, la knaboj, la knabino*. Gebruik het ongeveer waar je in het Nederlands „de” of „het” gebruikt. Voor „een” gebruik je geen lidwoord: *kato* is „een kat”, *la kato* is „de kat”. De details staan op de pagina over het [lidwoord](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/lidwoord/).

### Vrouwelijke vormen met *-in-*

Een paar woorden voor mensen zijn standaard mannelijk: familiewoorden als *patro, frato, avo*, en ook *knabo* „jongen” en *sinjoro* „heer”. Het achtervoegsel *-in-* maakt de vrouwelijke vorm: *patrino* „moeder”, *fratino* „zus”. Het voorvoegsel *ge-* betekent „beide geslachten samen”: *gepatroj* „ouders”, *gefratoj* „broers en zussen”. De meeste andere woorden voor personen, zoals *studento* en *amiko*, kun je voor iedereen gebruiken. Het achtervoegsel lijkt op Nederlands „-in” in „vriendin” en „koningin”.

| Mannelijk | Vrouwelijk | Beide |
|---|---|---|
| *patro* – vader | *patrino* – moeder | *gepatroj* – ouders |
| *frato* – broer | *fratino* – zus | *gefratoj* – broers en zussen |
| *avo* – opa | *avino* – oma | *geavoj* – grootouders |
| *knabo* – jongen | *knabino* – meisje | *geknaboj* – jongens en meisjes |

patrino = moeder | patr = vader
gepatroj = ouders | patr = vader

:::match Familiewoorden
patrino = moeder
frato = broer
fratino = zus
gepatroj = ouders
avino = oma
knabo = jongen
:::

### „Mijn”, „jouw”, „ons”: voeg *-a* toe aan het voornaamwoord

Bezittelijke voornaamwoorden zijn voornaamwoorden met de uitgang *-a* van het bijvoeglijk naamwoord. Voor een meervoud krijgen ze net als het zelfstandig naamwoord een *-j*: *mia frato* „mijn broer”, *miaj fratoj* „mijn broers”. Het Nederlands kiest tussen „mijn”, „jouw”, „uw”, „ons” en „onze”, afhankelijk van persoon, beleefdheid en „de”/„het”; het Esperanto maakt het eenvoudiger. Alle vormen vind je op de pagina over [voornaamwoorden](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/voornaamwoorden/).

| Voornaamwoord | Bezittelijk | Voorbeeld |
|---|---|---|
| *mi* | *mia* – mijn | *mia familio* |
| *vi* | *via* – jouw, uw, jullie | *via frato* |
| *li* | *lia* – zijn | *lia patrino* |
| *ŝi* | *ŝia* – haar | *ŝiaj gepatroj* |
| *ĝi* | *ĝia* – zijn (van een zaak of dier) | *ĝia nomo* |
| *ni* | *nia* – ons, onze | *nia avino* |
| *ili* | *ilia* – hun | *ilia kato* |

:::write Zet in het meervoud
? *knabino* „meisje”
= knabinoj
? *la kato* „de kat”
= la katoj
? *mia amiko* „mijn vriend”
= miaj amikoj
! mia amikoj → *Mia* werkt als een bijvoeglijk naamwoord en krijgt dus ook -j: *miaj amikoj*.
? *nia avo* „onze opa”
= niaj avoj
! nia avoj → *Nia* krijgt ook -j: *niaj avoj*.
:::

### *Jen*, *kaj*, *ankaŭ*

*Jen* wijst iets aan: *Jen mia frato* – „Hier is mijn broer”, *Jen la fotoj* – „Hier zijn de foto's”. *Kaj* verbindt woorden en zinnen: *Paulo kaj Rita*. *Ankaŭ* betekent „ook” en staat meestal vlak voor het woord waar het over gaat: *Ankaŭ Marta estas studento* – „Marta is ook student”. Na een naam of voornaamwoord hoor je het ook andersom, met dezelfde betekenis: *Marta ankaŭ estas studento*.

:::order Bouw de zin
? Hier zijn mijn ouders.
= Jen miaj gepatroj.
- mia
? Hier is een foto van mijn familie.
= Jen foto de mia familio.
- la
? De kat is de baas van de familie.
= La kato estas la ĉefo de la familio.
= La ĉefo de la familio estas la kato.
? Marta is ook student (net als Pedro).
= Ankaŭ Marta estas studento.
= Marta ankaŭ estas studento.
:::

## Oefeningen

:::quiz Oefeningen bij les 2
? Wat is het meervoud van *frato*?
= fratoj
? Welk woord is vrouwelijk?
- *patro*
- *fratino* *
- *knabo*
? Vertaal: „de katten”
= la katoj
? Wat betekent *Jen miaj gepatroj*?
- „Dit zijn mijn ouders.” *
- „Dit is mijn vader.”
- „Dit zijn mijn grootouders.”
? Vul het lidwoord in: *___ familio estas granda.*
= La
? Vertaal: „mijn zussen”
= miaj fratinoj
? Welke zin betekent „Marta is ook student”?
- *Ankaŭ Marta estas studento.* *
- *Jen Marta, la studento.*
- *Marta estas mia studento.*
? Wat betekent *gepatroj*?
- grootouders
- ouders *
- broers en zussen
? Vertaal: „Hier is mijn broer.”
= Jen mia frato | Jen estas mia frato
:::

## Cultuurhoekje

Sommige gezinnen spreken thuis Esperanto. Kinderen die ermee opgroeien heten *denaskuloj* – „mensen vanaf hun geboorte” – en onderzoekers schatten dat er ongeveer 1.000 tot 2.000 van zijn. Sommigen komen uit stellen die elkaar via het Esperanto leerden kennen en geen andere gemeenschappelijke taal hebben; vaker kiezen ouders die wél een gemeenschappelijke taal delen er zelf voor om Esperanto met hun kinderen te spreken. Lees meer over [Esperanto als moedertaal](https://esperantopedia.org/nl/over-esperanto/moedertaalsprekers/).

## Veelgestelde vragen

### Heeft het Esperanto grammaticaal geslacht?

Nee. Zelfstandige naamwoorden hebben geen geslacht en *la* is voor elk woord hetzelfde. Alleen woorden voor mensen en dieren kunnen het geslacht tonen, en *-in-* maakt de vrouwelijke vorm. Je hoeft dus niet te onthouden welke woorden „de” en welke „het” krijgen.

### Hoe zeg je „een” in het Esperanto?

Dat doe je niet. Het Esperanto heeft geen onbepaald lidwoord: *kato* betekent „een kat” of „kat”, en *la kato* betekent „de kat”.

### Waarom is het *miaj gepatroj* en niet *mia gepatroj*?

*Mia* werkt als een bijvoeglijk naamwoord, en bijvoeglijke naamwoorden krijgen *-j* als hun zelfstandig naamwoord in het meervoud staat. Die overeenkomst oefen je in [les 3](https://esperantopedia.org/nl/leren/cursus/les-03/).

## Bronnen

- [Fundamento de Esperanto – grammatica in het Engels (regels 1–3)](https://www.akademio-de-esperanto.org/fundamento/gramatiko_angla.html)
- [PMEG: La – bazaj reguloj (het lidwoord)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/difiniloj/la/bazaj_reguloj.html)
- [PMEG: Nombro – bazaj reguloj (het meervoud)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/unu-nombro_multe-nombro/bazaj_reguloj.html)
- [PMEG: Seksa signifo de O-vortoj (mannelijke, vrouwelijke en neutrale zelfstandige naamwoorden)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/o-vortoj/seksa_signifo.html)
- [PMEG: Posedaj pronomoj (bezittelijke voornaamwoorden)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/pronomoj/posedaj.html)
- [PMEG: Ankaŭ (plaats in de zin)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/e-vortecaj_vortetoj/ceteraj/ankau.html)
- [Jouko Lindstedt, „Native Esperanto as a test case for natural language”, SKY Journal of Linguistics 19 (2006)](https://journal.fi/finjol/article/view/153130/98645)
- [Wikipedia: Native Esperanto speakers](https://en.wikipedia.org/wiki/Native_Esperanto_speakers)
