# Esperanto les 7: vragen stellen met ĉu en ki-woorden

Source: https://esperantopedia.org/nl/leren/cursus/les-07/
Language: nl
Updated: 2026-10-08

> Zet ĉu voor een zin voor een ja/nee-vraag. Leer kio, kiu, kie, kiam, kial, kiel en kiom en antwoord met jes, ne en ĉar „omdat”.

In deze les leer je vragen stellen. Zet *ĉu* voor een bewering en het wordt een ja/nee-vraag – zonder dat je werkwoord en onderwerp hoeft om te draaien. Voor al het andere zijn er vraagwoorden die allemaal met *ki-* beginnen: *kio* „wat”, *kiu* „wie, welke”, *kie* „waar”, *kiam* „wanneer”, *kial* „waarom”, *kiel* „hoe” en *kiom* „hoeveel”. Je antwoordt met *jes*, *ne* en *ĉar* „omdat”.

## Dialoog

Juli. Tomo is aangekomen in de congresstad en kan het congresgebouw niet vinden. Hij ziet een vrouw met een groene ster.

| Esperanto | Nederlands |
|---|---|
| **Tomo:** Pardonu, ĉu vi parolas Esperanton? Mi vidas vian verdan stelon. | Pardon, spreek je Esperanto? Ik zie je groene ster. |
| **Keiko:** Jes, kompreneble! Ĉu vi venas al la kongreso? | Ja, natuurlijk! Kom je naar het congres? |
| **Tomo:** Jes. Sed kio estas la adreso de la kongresejo? | Ja. Maar wat is het adres van het congresgebouw? |
| **Keiko:** Ne gravas, mi ankaŭ iras tien. Kiel vi nomiĝas? | Geen probleem, ik ga er ook naartoe. Hoe heet je? |
| **Tomo:** Mi nomiĝas Tomo. Kaj vi? | Ik heet Tomo. En jij? |
| **Keiko:** Mi estas Keiko, el Japanio. | Ik ben Keiko, uit Japan. |
| **Tomo:** Kiam vi alvenis? | Wanneer ben je aangekomen? |
| **Keiko:** Hieraŭ. La flugo estis tre longa! Kaj de kie vi venas? | Gisteren. De vlucht was heel lang! En waar kom jij vandaan? |
| **Tomo:** El Pollando. Kiom longe vi lernas Esperanton? | Uit Polen. Hoe lang leer je al Esperanto? |
| **Keiko:** De dek jaroj. Kaj vi? | Al tien jaar. En jij? |
| **Tomo:** Nur de naŭ monatoj. | Pas negen maanden. |
| **Keiko:** Vi parolas tre bone! Kial vi lernas ĝin? | Je spreekt heel goed! Waarom leer je het? |
| **Tomo:** Ĉar mi ŝatas lingvojn… kaj ĉar mia amikino Ana estas ĉi tie. | Omdat ik talen leuk vind… en omdat mijn vriendin Ana hier is. |
| **Ana:** Tomo! Ĉu vere estas vi? | Tomo! Ben jij het echt? |
| **Tomo:** Ana! Finfine! | Ana! Eindelijk! |
| **Keiko:** Ho, do ŝi estas la fama Ana! Kiu volas kafon? | Oh, dus zij is die beroemde Ana! Wie wil er koffie? |

*Kiom longe vi lernas…?* gebruikt de tegenwoordige tijd, omdat het leren nog doorgaat. *De* + een tijdsduur betekent „al … lang” (en het duurt nog voort): *Mi lernas Esperanton de naŭ monatoj* – „Ik leer al negen maanden Esperanto”. Net als in het Nederlands gebruik je hier dus de tegenwoordige tijd.

## Nieuwe woorden

| Esperanto | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| *ĉu* | (woord voor ja/nee-vragen); of | |
| *kio* | wat | *kion* als lijdend voorwerp |
| *kiu* | wie; welke, welk | *kiun* als lijdend voorwerp |
| *kie* | waar | *de kie* „waarvandaan” |
| *kiam* | wanneer | |
| *kial* | waarom | |
| *kiel* | hoe | *Kiel vi nomiĝas?* |
| *kiom* | hoeveel | *kiom longe* „hoe lang” |
| *ĉar* | omdat; want | |
| *pardonu* | pardon, sorry | van *pardoni* „vergeven” |
| *paroli* | spreken | les 6; *paroli Esperanton* |
| *lerni* | leren | |
| *nomiĝi* | heten | *Mi nomiĝas Tomo.* |
| *alveni* | aankomen | *al* „naar” + *veni* „komen” |
| *stelo* | ster | *la verda stelo* „de groene ster” |
| *adreso* | adres | |
| *kongreso* | congres | *kongresejo* „congresgebouw” |
| *flugo* | vlucht | |
| *jaro* | jaar | |
| *monato* | maand | |
| *lingvo* | taal | |
| *amikino* | vriendin | *amiko* + *-in-* |
| *fama* | beroemd | |
| *nur* | alleen, maar, pas | |
| *tien* | daarheen | les 9 |

## Grammatica

### Ja/nee-vragen met *ĉu*

Voor een ja/nee-vraag zet je *ĉu* aan het begin van de zin. Verder verandert er niets. De volledige regels staan op de pagina [vragen en ontkenning](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/vragen-en-ontkenning/). Het Nederlands vormt een ja/nee-vraag door werkwoord en onderwerp om te draaien („Spreek je Esperanto?”); in het Esperanto draai je niets om, maar zet je *ĉu* vooraan.

| Bewering | Vraag |
|---|---|
| *Vi parolas Esperanton.* – Je spreekt Esperanto. | *Ĉu vi parolas Esperanton?* – Spreek je Esperanto? |
| *Ana estas ĉi tie.* – Ana is hier. | *Ĉu Ana estas ĉi tie?* – Is Ana hier? |
| *Vi alvenis hieraŭ.* – Je bent gisteren aangekomen. | *Ĉu vi alvenis hieraŭ?* – Ben je gisteren aangekomen? |

Antwoord met *jes* of *ne*, het liefst met een korte zin: *Jes, mi parolas.* / *Ne, mi ne parolas.* Om een bevestiging te vragen voeg je aan het eind *ĉu ne?* toe: *Vi venos, ĉu ne?* – „Je komt toch?”

:::order Maak er een vraag van
? Spreek je Esperanto?
= Ĉu {vi} {parolas} {Esperanton}?
- Esperanto
? Ben je gisteren aangekomen?
= Ĉu {vi} {alvenis} {hieraŭ}?
- alvenas
? Is de koffie lekker?
= Ĉu la kafo estas bongusta?
- kafon
:::

### Zeven vraagwoorden

Al deze woorden beginnen met *ki-*. Ze horen bij een grotere familie van 45 woorden, de [correlatieven](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/correlatieven/), die je in [les 11](https://esperantopedia.org/nl/leren/cursus/les-11/) als volledige tabel ziet.

| Woord | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| *kio* | wat (een zaak) | *Kio okazis?* – Wat is er gebeurd? |
| *kiu* | wie; welke, welk | *Kiu volas kafon?* – Wie wil koffie? |
| *kie* | waar | *Kie estas la kongresejo?* – Waar is het congresgebouw? |
| *kiam* | wanneer | *Kiam vi alvenis?* – Wanneer ben je aangekomen? |
| *kial* | waarom | *Kial vi lernas Esperanton?* – Waarom leer je Esperanto? |
| *kiel* | hoe | *Kiel vi fartas?* – Hoe gaat het met je? |
| *kiom* | hoeveel | *Kiom kostas la kafo?* – Hoeveel kost de koffie? |

Let op: het Nederlandse „wie” en „welke/welk” zijn in het Esperanto hetzelfde woord, *kiu*: *Kiu volas kafon?* – „Wie wil koffie?”, maar ook *Kiu libro?* – „Welk boek?”. En voor „hoe” kiest het Esperanto tussen *kiel* (op welke manier) en *kia* (wat voor soort, zoals in „Hoe is het weer?”).

Voor „hoeveel” met een zelfstandig naamwoord voeg je *da* toe: *Kiom da lingvoj vi parolas?* – „Hoeveel talen spreek je?” Het zelfstandig naamwoord na *da* krijgt nooit *-n*.

:::match Vraagwoorden
kio = wat
kiu = wie
kie = waar
kiam = wanneer
kial = waarom
kiel = hoe
kiom = hoeveel
:::

### Vraagwoorden met *-n*

Is het vraagwoord het lijdend voorwerp, dan krijgt het *-n*, net als een zelfstandig naamwoord: *kio* → *kion*, *kiu* → *kiun*.

| Esperanto | Nederlands |
|---|---|
| *Kion vi trinkas?* | Wat drink je? |
| *Kiun vi vidas?* | Wie zie je? |
| *Kiu vidas vin?* | Wie ziet jou? |

:::write Met of zonder -n?
? *___ vi trinkas?* „Wat drink je?”
= Kion
? *___ vidas vin?* „Wie ziet jou?”
= Kiu
? *___ vi vidas?* „Wie zie je?”
= Kiun
? *___ okazis?* „Wat is er gebeurd?”
= Kio
:::

### *Kial* beantwoorden met *ĉar*

*Kial?* vraagt naar een reden en *ĉar* geeft die: *Kial vi lernas Esperanton? – Ĉar mi ŝatas lingvojn.* – „Waarom leer je Esperanto? – Omdat ik talen leuk vind.” *Ĉar* is zowel „omdat” als „want”. Na „omdat” zet het Nederlands het werkwoord achteraan („omdat ik talen leuk *vind*”); in het Esperanto verandert de woordvolgorde na *ĉar* niet: *ĉar mi ŝatas lingvojn*.

## Oefeningen

:::quiz Oefeningen bij les 7
? Maak er een vraag van: *Vi parolas Esperanton.*
= Ĉu vi parolas Esperanton
? Welk woord betekent „waar”?
- *kiam*
- *kie* *
- *kiu*
? Welk woord betekent „waarom”?
- *kial* *
- *kiel*
- *kiom*
? Vertaal: „Wanneer ben je aangekomen?”
= Kiam {vi} {alvenis}
? Vul in: *___ vi nomiĝas?* („Hoe heet je?”)
= Kiel
? Waar vraagt *Kiom kostas la kafo?* naar?
- de tijd
- de prijs *
- de plaats
? Vertaal: „Wie wil koffie?”
= Kiu volas kafon
? Kies het beste antwoord op *Kial vi lernas Esperanton?*
- *Ĉar mi ŝatas lingvojn.* *
- *Hieraŭ.*
- *En Japanio.*
? Vertaal: „Wat is er gebeurd?”
= Kio okazis
:::

## Cultuurhoekje

Niemand weet precies hoeveel mensen Esperanto spreken. Serieuze schattingen lopen uiteen van ongeveer 60.000 (Svend Vendelbo Nielsen, 2017) tot zo'n 2 miljoen (de enquêtes van Sidney Culbert), en tegen maart 2020 waren zo'n 2,8 miljoen mensen aan de Esperanto-cursussen van Duolingo begonnen. Tomo's herkenningsteken heeft ook een geschiedenis: de groene ster werd begin jaren 1890 een teken waaraan Esperanto-sprekers elkaar herkennen. Zie [hoeveel mensen Esperanto spreken](https://esperantopedia.org/nl/over-esperanto/aantal-sprekers/).

## Veelgestelde vragen

### Kan ik een vraag stellen zonder *ĉu*?

In gesproken taal kan stijgende intonatie alleen al een vraag maken, zoals in Ana's *Vi kuiras?* in les 4. Schriftelijk maakt *ĉu* de vraag duidelijk, en het is de standaardvorm.

### Wat is het verschil tussen *kio* en *kiu*?

*Kio* vraagt in het algemeen naar een zaak: *Kio estas tio?* – „Wat is dat?”. *Kiu* vraagt naar een persoon, of naar één van meerdere dingen: *Kiu libro?* – „Welk boek?”.

### Hoe antwoord ik op een ontkennende vraag?

Gebruik een volledige zin. Bij *Ĉu vi ne volas kafon?* – „Wil je geen koffie?” – begrijpen sprekers *jes* en *ne* op verschillende manieren, dus zeg *Jes, mi volas* of *Ne, mi ne volas*. Een woord als het Nederlandse „jawel” kent het Esperanto niet.

## Bronnen

- [Fundamento de Esperanto – grammatica in het Engels](https://www.akademio-de-esperanto.org/fundamento/gramatiko_angla.html)
- [PMEG: Ĉu-demandoj (ja/nee-vragen)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/demandoj_respondoj/chu.html)
- [PMEG: Respondvortoj (antwoordwoorden, ontkennende vragen)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/demandoj_respondoj/respondvortoj.html)
- [PMEG: Tabelvortoj – bazaj reguloj (ki-woorden)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/tabelvortoj/bazaj_reguloj.html)
- [Libera Folio: „Nova takso: 60.000 parolas Esperanton” (2017)](https://www.liberafolio.org/2017/02/13/nova-takso-60-000-parolas-esperanton/)
- [Libera Folio: „Kie estas la Duolinganoj?” (2020)](https://www.liberafolio.org/2020/03/31/kie-estas-la-duolinganoj/)
- [Wikipedia (nl): Symbolen van Esperanto (de groene ster)](https://nl.wikipedia.org/wiki/Symbolen_van_Esperanto)
- [Vikipedio: Verda stelo](https://eo.wikipedia.org/wiki/Verda_stelo)
