# Dagen van de week en maanden in het Esperanto

Source: https://esperantopedia.org/nl/zinnen/dagen-maanden/
Language: nl
Updated: 2026-10-08

> Esperanto-dagen (lundo, mardo…), maanden (Januaro…Decembro) en seizoenen met uitspraak, plus de datum zeggen en de klok lezen, ook „half vier”.

De Esperanto-dagen van de week zijn ***lundo, mardo, merkredo, ĵaŭdo, vendredo, sabato, dimanĉo*** – maandag tot en met zondag. De maanden zijn ***Januaro, Februaro, Marto, Aprilo, Majo, Junio, Julio, Aŭgusto, Septembro, Oktobro, Novembro, Decembro***. Het zijn allemaal zelfstandige naamwoorden op *-o*, en de meeste zullen je als Nederlandstalige bekend voorkomen. De uitspraakkolom verdeelt de woorden in lettergrepen, met de beklemtoonde lettergreep in hoofdletters.

## Dagen van de week

| Nederlands | Esperanto | Uitspraak |
|---|---|---|
| maandag | *lundo* | LUN-do |
| dinsdag | *mardo* | MAR-do |
| woensdag | *merkredo* | mer-KRE-do |
| donderdag | *ĵaŭdo* | ĴAŬ-do |
| vrijdag | *vendredo* | ven-DRE-do |
| zaterdag | *sabato* | sa-BA-to |
| zondag | *dimanĉo* | di-MAN-ĉo |

De namen volgen sterk het Frans (*lundi, mardi, mercredi, jeudi, vendredi, dimanche*); *sabato* staat dichter bij het Italiaans *sabato*. Net als in het Nederlands schrijf je de dagen met een kleine letter, want het zijn geen eigennamen. *Semajnfino* betekent „weekend”. Let bij de uitspraak op de *u* in *lundo*: die klinkt als Nederlands „oe”, niet als de Nederlandse „u” in „uur”. En de *ĵ* in *ĵaŭdo* is de „zj” van „bagage”.

**„Op maandag”** is *lundon* (met *-n*) of *en lundo*: *Mi venos lundon* – „Ik kom maandag”. Het bijwoord *lunde* heeft een andere betekenis: „op maandagen”, dus elke maandag of op een willekeurige maandag. Het Nederlands kent hetzelfde onderscheid: „maandag” (één bepaalde dag) tegenover „maandags” (steeds weer).

**Waar komen de namen vandaan?** *Lundo* en „maandag” verwijzen allebei naar de maan. *Merkredo*, *ĵaŭdo* en *vendredo* gaan terug op de Romeinse goden Mercurius, Jupiter en Venus. Onze „woensdag”, „donderdag” en „vrijdag” zijn genoemd naar de Germaanse goden Wodan, Donar en Frigg, die men als evenbeelden van diezelfde Romeinse goden zag (Wikipedia). „Zaterdag” betekent „dag van Saturnus”, terwijl *sabato* teruggaat op de sabbat. *Dimanĉo* komt van „dag van de Heer”, net als Frans *dimanche*; „zondag” is de dag van de zon.

## Maanden van het jaar

| Nederlands | Esperanto | Uitspraak |
|---|---|---|
| januari | *Januaro* | ja-nu-A-ro |
| februari | *Februaro* | fe-bru-A-ro |
| maart | *Marto* | MAR-to |
| april | *Aprilo* | a-PRI-lo |
| mei | *Majo* | MA-jo |
| juni | *Junio* | ju-NI-o |
| juli | *Julio* | ju-LI-o |
| augustus | *Aŭgusto* | aŭ-GUS-to |
| september | *Septembro* | sep-TEM-bro |
| oktober | *Oktobro* | ok-TO-bro |
| november | *Novembro* | no-VEM-bro |
| december | *Decembro* | de-CEM-bro |

Onthoud dat [*j* klinkt als de Nederlandse j in „ja”](https://esperantopedia.org/nl/leren/alfabet/): *Januaro* begint zoals „ja”, en *Junio* zoals „joe”. Omdat de klemtoon op de voorlaatste lettergreep valt, krijgen *Junio* en *Julio* de klemtoon op de *i*. De *c* in *Decembro* is een „ts” (de-TSEM-bro), geen „s” of „k”.

**Hoofdletter of kleine letter?** In het *Fundamento* en bij Zamenhof staan de maandnamen met een hoofdletter, en de naslaggrammatica PMEG beveelt dat aan, omdat maanden eigennamen zijn. In het Nederlands schrijf je maanden met een kleine letter („oktober”), en veel Esperantisten doen dat nu ook (*januaro*); PMEG noemt dat zeer gebruikelijk maar niet aanbevolen. In beide gevallen krijgen maanden nooit het lidwoord *la*.

## Seizoenen en tijdwoorden

| Nederlands | Esperanto | Uitspraak |
|---|---|---|
| lente | *printempo* | prin-TEM-po |
| zomer | *somero* | so-ME-ro |
| herfst | *aŭtuno* | aŭ-TU-no |
| winter | *vintro* | VIN-tro |
| dag / nacht | *tago / nokto* | TA-go / NOK-to |
| ochtend / avond | *mateno / vespero* | ma-TE-no / ves-PE-ro |
| twaalf uur 's middags / middernacht | *tagmezo / noktomezo* | tag-ME-zo / nok-to-ME-zo |
| namiddag | *posttagmezo* | post-tag-ME-zo |
| week / maand / jaar | *semajno / monato / jaro* | se-MAJ-no / mo-NA-to / JA-ro |
| vandaag | *hodiaŭ* | ho-DI-aŭ |
| gisteren / morgen | *hieraŭ / morgaŭ* | hi-E-raŭ / MOR-gaŭ |
| eergisteren | *antaŭhieraŭ* | an-taŭ-hi-E-raŭ |
| overmorgen | *postmorgaŭ* | post-MOR-gaŭ |

Voeg *-e* toe voor bijwoorden van tijd: *somere* „in de zomer”, *vintre* „in de winter”, *matene* „'s ochtends”. Met het [accusatief *-n*](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/accusatief/) betekent een tijdsaanduiding „op dat moment”: *la pasintan semajnon* „vorige week”, *la venontan monaton* „volgende maand”. Let op: het Nederlandse „'s middags” beslaat de hele middag en is dus *posttagmeze*; *tagmezo* is het middaguur rond twaalf uur.

## Hoe zeg je de datum?

Een datum gebruikt een rangtelwoord (op *-a*) voor de dag, dan *de* en de maand. Waar je in het Nederlands „zeven oktober” zegt, met een hoofdtelwoord, zeg je in het Esperanto letterlijk „de zevende van oktober”:

| Esperanto | Nederlands |
|---|---|
| *Kiu dato estas hodiaŭ?* | Wat is de datum vandaag? |
| *Hodiaŭ estas la sepa de Oktobro.* | Vandaag is het 7 oktober. |
| *Hodiaŭ estas merkredo, la 7-a de Oktobro 2026.* | Vandaag is het woensdag 7 oktober 2026. |
| *Mi naskiĝis la 3-an de Majo.* | Ik ben geboren op 3 mei. |
| *Esperanto aperis en 1887.* | Het Esperanto verscheen in 1887. |

Twee details zijn belangrijk. *De* staat altijd tussen dag en maand, omdat het getal in feite het (niet uitgesproken) woord *tago* beschrijft: *la unua de Majo* = „de eerste (dag) van mei”. Om **op** een datum uit te drukken, voeg je *-n* toe aan het getal: *la 3-an de Majo* „op 3 mei”. Schriftelijk raadt PMEG het internationale formaat 2026-10-07 of een uitgeschreven maand aan, omdat 7.10 en 10/7 in verschillende landen verschillend worden gelezen.

## Hoe zeg je hoe laat het is?

| Esperanto | Nederlands |
|---|---|
| *Kioma horo estas?* | Hoe laat is het? |
| *Estas la tria (horo).* | Het is drie uur. |
| *Estas la tria kaj dek kvin.* | Het is kwart over drie (3.15 uur). |
| *Estas la tria kaj duono.* | Het is half vier (3.30 uur). |
| *Estas kvarono antaŭ la kvara.* | Het is kwart voor vier. |
| *Je la oka.* | Om acht uur. |
| *Je la dek-kvina kaj tridek.* | Om 15.30 uur. |
| *Je kioma horo komenciĝas la koncerto?* | Hoe laat begint het concert? |

Kloktijden gebruiken rangtelwoorden, net als datums: *la tria* is letterlijk „het derde (uur)”. Om **om** een tijdstip uit te drukken, gebruik je *je*, niet *-n* – PMEG waarschuwt dat *la trian* „op de derde dag van de maand” zou betekenen. Zowel het 12-uurs- als het 24-uurssysteem komt voor; voeg zo nodig *antaŭtagmeze* (v.m.) of *posttagmeze* (n.m.) toe.

**Pas op voor „half vier”.** In het Nederlands is „half vier” 3.30 uur, dus je telt naar het volgende uur toe. Het Esperanto telt vanaf het uur dat net voorbij is: 3.30 uur is *la tria kaj duono*, letterlijk „drie en een half”. *La kvara kaj duono* is 4.30 uur.

Voor de getallen zelf zie [Esperanto-getallen](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/getallen/); voor kaartjes en reserveringen zie [reiszinnen](https://esperantopedia.org/nl/zinnen/reizen/).

## Veelgestelde vragen

### Wat zijn de dagen van de week in het Esperanto?

*Lundo, mardo, merkredo, ĵaŭdo, vendredo, sabato, dimanĉo* – maandag tot en met zondag. Ze worden met een kleine letter geschreven.

### Schrijf je maanden in het Esperanto met een hoofdletter?

Traditioneel wel: *Januaro, Februaro…* Het *Fundamento* en PMEG gebruiken hoofdletters, maar maanden met een kleine letter (*januaro*) zijn tegenwoordig heel gewoon, zoals in het Nederlands.

### Hoe zeg je „op maandag” in het Esperanto?

*Lundon* of *en lundo* voor een bepaalde maandag. Voor een vaste gewoonte gebruik je *lunde*, „maandags”.

### Hoe schrijf je de datum in het Esperanto?

*La 7-a de Oktobro 2026* – de dag als rangtelwoord, dan *de* en de maand. Voor „op die datum” voeg je *-n* toe: *la 7-an de Oktobro*.

## Bronnen

- [PMEG: Datoj (datums)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/nombroj/datoj.html)
- [PMEG: Horoj (kloktijden)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/nombroj/horoj.html)
- [PMEG: Majuskloj ĉe propraj nomoj (maanden en weekdagen)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/propraj_nomoj/majuskloj.html)
- [PMEG: N-finaĵo por tempopunkto (lundon, la sekvantan dimanĉon)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/rolmontriloj/n/tempopunkto.html)
- [PMEG: Uzo de E-vortoj (lunde, matene)](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/e-vortoj/uzo.html)
- [PMEG: Bazaj elparolaj reguloj (klemtoon)](https://bertilow.com/pmeg/skribo_elparolo/elparolo/bazaj_reguloj.html)
- Wikipedia (nl), namen van de weekdagen: [Week](https://nl.wikipedia.org/wiki/Week), [Woensdag](https://nl.wikipedia.org/wiki/Woensdag), [Donderdag](https://nl.wikipedia.org/wiki/Donderdag), [Vrijdag](https://nl.wikipedia.org/wiki/Vrijdag), [Zaterdag](https://nl.wikipedia.org/wiki/Zaterdag)
