# Familie in het Esperanto: moeder, vader en familieleden

Source: https://esperantopedia.org/nl/zinnen/familie/
Language: nl
Updated: 2026-10-11

> Moeder is patrino, vader patro, ouders gepatroj: alle Esperanto-familiewoorden van grootouders tot schoonfamilie, met uitspraak en vragen om te stellen.

„Familie” is in het Esperanto ***familio***, „moeder” is ***patrino***, „vader” is ***patro*** en „ouders” is ***gepatroj***. De meeste familieleden volgen één patroon: de stam noemt een man (*frato* „broer”), het achtervoegsel *-in-* maakt er een vrouw van (*fratino* „zus”) en het voorvoegsel *ge-* noemt beide samen (*gefratoj* „broers en zussen”). De uitspraakkolom verdeelt de woorden in lettergrepen, met de beklemtoonde lettergreep in hoofdletters.

## Hoe familiewoorden zijn opgebouwd

| Woorddeel | Betekenis | Voorbeeld | Nederlands |
|---|---|---|---|
| stam + *-o* | mannelijk familielid | *frato* | broer |
| *-in-* | vrouwelijk | *fratino* | zus |
| *ge-* | beide geslachten samen | *gefratoj* | broers en zussen |
| *bo-* | aangetrouwd | *bofrato* | zwager |
| *vic-*, *duon-* | stief-, half- | *vicfrato*, *duonfrato* | stiefbroer, halfbroer |
| *pra-* | een generatie verder | *praavo* | overgrootvader |
| *-ĉj-*, *-nj-* | koosnaam, mannelijk / vrouwelijk | *fraĉjo*, *franjo* | broertje, zusje |

Dit zijn gewone [voorvoegsels](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/voorvoegsels/) en [achtervoegsels](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/achtervoegsels/); zie [woordvorming](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/woordvorming/) voor de algemene regels. Het Nederlands werkt hier op een vergelijkbare manier: „schoon-” (schoonmoeder) komt overeen met *bo-*, „stief-” met *vic-*, „half-” met *duon-* en „over-” (overgrootvader) met *pra-*.

## Familieleden per generatie

### Grootouders, ouders, ooms en tantes

| Nederlands | Esperanto | Uitspraak |
|---|---|---|
| grootvader | *avo* | A-vo |
| grootmoeder | *avino* | a-VI-no |
| grootouders | *geavoj* | ge-A-voj |
| vader | *patro* | PA-tro |
| moeder | *patrino* | pa-TRI-no |
| ouders | *gepatroj* | ge-PA-troj |
| oom | *onklo* | ON-klo |
| tante | *onklino* | on-KLI-no |
| ooms en tantes | *geonkloj* | ge-ON-kloj |

ReVo definieert *onklo* als een broer of zwager (*bofrato*) van een ouder.

### Je eigen generatie

| Nederlands | Esperanto | Uitspraak |
|---|---|---|
| broer | *frato* | FRA-to |
| zus | *fratino* | fra-TI-no |
| broers en zussen | *gefratoj* | ge-FRA-toj |
| neef (zoon van een oom of tante) | *kuzo* | KU-zo |
| nicht (dochter van een oom of tante) | *kuzino* | ku-ZI-no |
| neven en nichten | *gekuzoj* | ge-KU-zoj |
| echtgenoot, man | *edzo* | ED-zo |
| echtgenote, vrouw | *edzino* | ed-ZI-no |
| echtpaar | *geedzoj* | ge-ED-zoj |

Het Esperanto heeft geen aparte woorden voor oudere of jongere broers en zussen. PMEG zegt dat je zo nodig het bijvoeglijk naamwoord toevoegt: *pli aĝa fratino* „oudere zus”, *malpli aĝa frato* „jongere broer”. Het Nederlands zegt hier meestal „broers en zussen” (soms „siblings”); *gefratoj* is korter.

**Neef en nicht.** Het Nederlandse „neef” kan twee dingen betekenen: de zoon van je oom of tante, of de zoon van je broer of zus. Het Esperanto scheidt die strikt: de eerste is *kuzo*, de tweede *nevo*. Voor „nicht” geldt hetzelfde met *kuzino* en *nevino*.

### Kinderen, kleinkinderen, neven en nichten

| Nederlands | Esperanto | Uitspraak |
|---|---|---|
| zoon | *filo* | FI-lo |
| dochter | *filino* | fi-LI-no |
| zonen en dochters | *gefiloj* | ge-FI-loj |
| kind | *infano* | in-FA-no |
| tweelingbroer of -zus | *ĝemelo* | ĝe-ME-lo |
| neef (zoon van een broer of zus) | *nevo* | NE-vo |
| nicht (dochter van een broer of zus) | *nevino* | ne-VI-no |
| neven en nichten (kinderen van een broer of zus) | *genevoj* | ge-NE-voj |
| kleinzoon | *nepo* | NE-po |
| kleindochter | *nepino* | ne-PI-no |
| kleinkinderen | *genepoj* | ge-NE-poj |

*Infano* is neutraal en heeft in ReVo twee betekenissen: een jong mens tot ongeveer 12 jaar, en het kind van iemand, op elke leeftijd. *Nevo* is de zoon van je broer of zus en verschilt één letter van *nepo* „kleinzoon”.

### Andere woorden voor mensen in een familie

| Nederlands | Esperanto | Uitspraak |
|---|---|---|
| verwant, familielid | *parenco* | pa-REN-co |
| gezinslid, familielid | *familiano* | fa-mi-li-A-no |
| wees | *orfo* | OR-fo |
| verloofde (man / vrouw) | *fianĉo / fianĉino* | fi-AN-ĉo / fi-an-ĈI-no |
| weduwnaar / weduwe | *vidvo / vidvino* | VID-vo / vid-VI-no |

Trouwen is *edziĝi* (ReVo: een echtgenoot of partner worden), *edziniĝi* (een echtgenote worden) en *geedziĝi* (een echtpaar worden). Het Nederlandse „verloofde” is voor man en vrouw gelijk; het Esperanto maakt het geslacht zichtbaar.

## Aangetrouwde familie: het voorvoegsel bo-

*Bo-* markeert een aangetrouwd familielid. Het komt vooral voor in drie stammen en hun *-in-*vormen: *bopatro, bofilo* en *bofrato*.

| Nederlands | Esperanto | Uitspraak |
|---|---|---|
| schoonvader | *bopatro* | bo-PA-tro |
| schoonmoeder | *bopatrino* | bo-pa-TRI-no |
| schoonouders | *bogepatroj* | bo-ge-PA-troj |
| schoonzoon | *bofilo* | bo-FI-lo |
| schoondochter | *bofilino* | bo-fi-LI-no |
| zwager | *bofrato* | bo-FRA-to |
| schoonzus, zwagerin | *bofratino* | bo-fra-TI-no |

PMEG zegt dat *bofrato* de broer van je partner, de man van je broer of zus en de man van de zus van je partner dekt, ongeveer de reikwijdte van het Nederlandse „zwager”. Voor andere aangetrouwde familie (oom, neef, nicht) gebruiken sprekers meestal de gewone woorden zonder *bo-*.

## Stief- en halfverwanten: vic- en duon-

PMEG beveelt *vic-* aan voor familieleden die ontstaan door het hertrouwen van een ouder, en *duon-* alleen voor echte halfverwanten die één ouder delen.

| Nederlands | Esperanto | Uitspraak |
|---|---|---|
| stiefvader | *vicpatro* | vic-PA-tro |
| stiefmoeder | *vicpatrino* | vic-pa-TRI-no |
| stiefzoon | *vicfilo* | vic-FI-lo |
| stiefbroer | *vicfrato* | vic-FRA-to |
| halfbroer | *duonfrato* | du-on-FRA-to |
| halfzus | *duonfratino* | du-on-fra-TI-no |

## Overgrootouders en voorouders: pra-

*Pra-* verplaatst een familielid één generatie verder weg, terug in de tijd of vooruit. Herhaal het voor elke extra generatie.

| Nederlands | Esperanto | Uitspraak |
|---|---|---|
| overgrootvader | *praavo* | pra-A-vo |
| overgrootmoeder | *praavino* | pra-a-VI-no |
| betovergrootvader | *prapraavo* | pra-pra-A-vo |
| oudoom | *praonklo* | pra-ON-klo |
| achterkleinzoon | *pranepo* | pra-NE-po |
| voorouders | *prapatroj* | pra-PA-troj |

## Koosnamen: -ĉj- en -nj-

Het achtervoegsel *-ĉj-* maakt liefkozende mannelijke namen en *-nj-* vrouwelijke. Je houdt de eerste letters van de stam en laat de rest weg: *paĉjo* komt van *patro*, *panjo* van *patrino*, *onjo* van *onklino*.

| Nederlands | Esperanto | Uitspraak |
|---|---|---|
| papa | *paĉjo* | PAĈ-jo |
| mama | *panjo* | PAN-jo |
| opa | *avoĉjo* | a-VOĈ-jo |
| oma | *avinjo* | a-VIN-jo |
| oompje | *oĉjo* | OĈ-jo |
| tantetje | *onjo* | ON-jo |
| broertje | *fraĉjo* | FRAĈ-jo |
| zusje | *franjo* | FRAN-jo |

Dezelfde uitgangen maken koosnamen van voornamen: *Johano* → *Joĉjo*, *Mario* → *Manjo*.

## Nakomelingen: het achtervoegsel -id-

Het achtervoegsel *-id-* betekent nakomeling: *hundo* „hond” → *hundido* „puppy”. Bij mensen zegt PMEG dat het een kind of afstammeling van elke leeftijd aangeeft en vooral voorkomt bij titels en historische namen: *reĝido* „kind van een koning”. Voor gewone gezinnen zeg je *filo, filino* of *infano*. Het zelfstandig naamwoord *idaro* betekent alle nakomelingen van één persoon.

## Mannelijke stammen, vrouwelijke vormen en neutrale woorden

PMEG noemt *avo, edzo, fianĉo, filo, frato, kuzo, nepo, nevo, onklo, patro* en *vidvo* mannelijke stammen, dus voor het vrouwelijke woord is *-in-* nodig. De familiewoorden *infano, parenco, familiano* en *orfo* zijn neutraal. Waar het Nederlands neutrale woorden heeft als „ouder” en „partner”, heeft het Esperanto traditioneel geen manier om een ouder, een broer of zus of een echtgeno(o)t(e) te noemen zonder het geslacht van de persoon te vermelden. PMEG beschrijft drie oplossingen, geen van alle onderdeel van de officiële taal:

- **Enkelvoudige *ge*-woorden**: *gepatro, gefrato, geedzo*. PMEG (2024) zegt dat dit gebruik de afgelopen 20 tot 30 jaar is toegenomen; ReVo markeert enkelvoudig *gepatro* als zeldzaam en merkt op dat niet alle sprekers het aanvaarden.
- **Nieuwe stammen** zoals *parento* voor „ouder” en *spozo* voor „echtgeno(o)t(e)”; ReVo markeert beide als zeldzaam.
- **Een neutrale betekenis geven aan *patro* of *edzo***, wat volgens PMEG tot ernstige misverstanden kan leiden.

## Vragen over de familie

| Esperanto | Nederlands |
|---|---|
| *Ĉu vi havas gefratojn?* | Heb je broers of zussen? |
| *Kiom da gefratoj vi havas?* | Hoeveel broers en zussen heb je? |
| *Ĉu vi havas infanojn?* | Heb je kinderen? |
| *Kiom da infanoj vi havas?* | Hoeveel kinderen heb je? |
| *Kiom da jaroj havas via filino?* | Hoe oud is je dochter? |
| *Ĉu viaj gepatroj loĝas proksime?* | Wonen je ouders in de buurt? |

Gebruikelijke antwoorden:

| Esperanto | Nederlands |
|---|---|
| *Mi havas fraton kaj du fratinojn.* | Ik heb één broer en twee zussen. |
| *Mi ne havas gefratojn.* | Ik heb geen broers of zussen. |
| *Mi havas du infanojn: filon kaj filinon.* | Ik heb twee kinderen: een zoon en een dochter. |

PMEG merkt op dat *gefratoj* ook werkt als je niet weet of iemand broers, zussen of allebei heeft. Let op de uitgangen: *havas gefratojn* krijgt het meervoud *-j* en de [accusatief *-n*](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/accusatief/). Meer vraagwoorden staan op de pagina [vragen en ontkenning](https://esperantopedia.org/nl/grammatica/vragen-en-ontkenning/).

## Een korte beschrijving van een familie

| Esperanto | Nederlands |
|---|---|
| *Mi nomiĝas Anna, kaj mi havas grandan familion.* | Ik heet Anna en ik heb een grote familie. |
| *Mia patrino, Maria, ŝatas legi librojn.* | Mijn moeder, Maria, leest graag boeken. |
| *Mi havas unu fraton kaj du fratinojn.* | Ik heb één broer en twee zussen. |
| *Mia frato Paŭlo havas ok jarojn.* | Mijn broer Paŭlo is acht jaar. |
| *Miaj geavoj loĝas apud la maro.* | Mijn grootouders wonen aan zee. |
| *Ni vizitas ilin ĉiun someron.* | We bezoeken hen elke zomer. |
| *Mi tre amas mian familion.* | Ik hou heel veel van mijn familie. |

In sommige gezinnen is Esperanto de taal van het huis; lees over [moedertaalsprekers van het Esperanto](https://esperantopedia.org/nl/over-esperanto/moedertaalsprekers/).

## Veelgestelde vragen

### Hoe zeg je „moeder” in het Esperanto?

*Patrino*, dat is *patro* „vader” plus *-in-* „vrouwelijk”. Kinderen zeggen vaak *panjo* („mama”), en „papa” is *paĉjo*.

### Hoe zeg je „familie” en „familieleden” in het Esperanto?

De familie is *familio*, een gezinslid is *familiano* en een verwant is *parenco*.

### Hoe zeg je „ouders” in het Esperanto?

*Gepatroj*: de stam *patro* met *ge-* „beide geslachten”. Eén ouder is *patro* (vader) of *patrino* (moeder).

### Hoe zeg je „schoonmoeder” en „zwager” in het Esperanto?

*Bopatrino* en *bofrato*. „Schoonouders” is *bogepatroj*.

### Is er een genderneutraal woord voor „ouder” of „broer of zus”?

Niet in de traditionele taal. Sommige sprekers gebruiken enkelvoudig *gepatro* en *gefrato*, anderen stellen nieuwe stammen voor, zoals *parento*; PMEG beschouwt deze als niet-officieel.

## Bronnen

- [PMEG: Parencoj kaj familianoj](https://bertilow.com/pmeg/aldonoj/parencoj_familianoj.html)
- [PMEG: Seksa signifo de O-vortoj](https://bertilow.com/pmeg/gramatiko/o-vortoj/seksa_signifo.html)
- [PMEG: IN](https://bertilow.com/pmeg/vortfarado/afiksoj/sufiksoj/in.html), [GE](https://bertilow.com/pmeg/vortfarado/afiksoj/prefiksoj/ge.html), [BO](https://bertilow.com/pmeg/vortfarado/afiksoj/prefiksoj/bo.html), [PRA](https://bertilow.com/pmeg/vortfarado/afiksoj/prefiksoj/pra.html)
- [PMEG: ID](https://bertilow.com/pmeg/vortfarado/afiksoj/sufiksoj/id.html), [ĈJ](https://bertilow.com/pmeg/vortfarado/afiksoj/sufiksoj/chj.html), [NJ](https://bertilow.com/pmeg/vortfarado/afiksoj/sufiksoj/nj.html)
- [PMEG: Radikoj uzataj prefiksece (DUON, VIC)](https://bertilow.com/pmeg/vortfarado/afiksoj/afiksecaj_elementoj/radikoj_kunmetajhoj.html)
- [ReVo: patro, patrino, gepatroj](https://reta-vortaro.de/revo/art/patr.html), [frato](https://reta-vortaro.de/revo/art/frat.html), [filo](https://reta-vortaro.de/revo/art/fil.html), [avo](https://reta-vortaro.de/revo/art/av.html)
- [ReVo: onklo](https://reta-vortaro.de/revo/art/onkl.html), [kuzo](https://reta-vortaro.de/revo/art/kuz.html), [nevo](https://reta-vortaro.de/revo/art/nev.html), [nepo](https://reta-vortaro.de/revo/art/nep.html)
- [ReVo: edzo, edziĝi, geedzoj](https://reta-vortaro.de/revo/art/edz.html), [fianĉo](https://reta-vortaro.de/revo/art/fiancx.html), [vidvo](https://reta-vortaro.de/revo/art/vidv.html)
- [ReVo: infano](https://reta-vortaro.de/revo/art/infan.html), [familio](https://reta-vortaro.de/revo/art/famili.html), [parenco](https://reta-vortaro.de/revo/art/parenc.html), [ĝemelo](https://reta-vortaro.de/revo/art/gxemel.html), [orfo](https://reta-vortaro.de/revo/art/orf.html), [-id-](https://reta-vortaro.de/revo/art/id.html)
