Esperantopedia

Woordenboek · zelfstandig naamwoord

abelejo

abelejo/a.beˈle.jo/

Officiële stam abel- (Fundamento, 1905)

abelejo is een Esperanto-woord (zelfstandig naamwoord) met de betekenis ‘bijenschans’.

Betekenis

bijenschansbijenstal

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Definitie in het Esperanto

  1. Loko, kie abelbredisto aranĝis abelujojn
    • (figure) baldaŭ en Malsupra Egipto ĉio komencis zumi, kvazaŭ en abelejo .

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0 · reta-vortaro.de

Uitspraak

IPA
/a.beˈle.jo/
Lettergrepen
a·be·LE·jo
Beluisteren
Wikimedia Commons

Woordopbouw

  1. abelstamabelo
  2. ejachtervoegselplaats
  3. ouitgangzelfstandig naamwoord

Vormen

enkelvoudmeervoud
onderwerpabelejoabelejoj
lijdend voorwerp (-n)abelejonabelejojn

Voorbeeldzinnen

  • Paĉjo iris al la abelejo por tranĉi al ni mielĉelaron.Papa ging naar de bijenkorf om voor ons een honingraat af te snijden. #11911855abelejo: bijenschans

Tatoeba, CC BY 2.0 FR

Verwante woorden

abel-

In andere talen

Englishapiary
Españolcolmenar, abejera
Portuguêscolmeal
Françaisrucher
DeutschBienenstand
Italianoarnia
Polskipasieka
Русскийпасека
Українськапасіка
Češtinavčelín
Slovenčinavčelín
Magyarméhes
日本語養蜂場
Българскикошер
Danskbigård
Catalàabellar
עבריתמכוורת
فارسیکندوخانه
Bahasa Indonesiapeternakan lebah
ไทยรังผึ้ง, รวงผึ้ง
Беларускаяпасека, пчальнік

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Uitspraak, woordopbouw en vormen: Esperantopedia, CC BY-SA 4.0

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.