Esperantopedia

Zinnen

Basiszinnen in het Esperanto met uitspraak

Negenenzeventig zinnen in zes groepen – genoeg om jezelf voor te stellen, eenvoudige vragen te stellen en hulp te halen.

Bijgewerkt: 3 min. leestijd

Dit zijn de zinnen die esperantisten elke dag gebruiken, per situatie gegroepeerd. Bij elke zin staat een uitspraakhulp: het woord is in lettergrepen verdeeld en de beklemtoonde lettergreep staat in hoofdletters. De klemtoon valt altijd op de voorlaatste klinker.

Lees de letters zoals ze in het Esperanto klinken: c = „ts” (zoals in „tsaar”), ĉ = „tsj” (zoals in „Tsjechië”), ĝ = „dzj” (zoals de j in het Engelse „jam”), ĵ = „zj” (zoals in „bagage”), ĥ = de ch van „lachen”, j = „j” (zoals in „ja”), ŝ = „sj” (zoals in „sjaal”) en ŭ = een korte „w”-klank na een klinker (aŭ klinkt ongeveer als „ouw” in „mouw”). De r rol je met de tongpunt. De klinkers zijn zuiver, zonder tweeklank: a zoals in „man”, e zoals in „bed”, i zoals in „vier”, o zoals in „boot” en u zoals „oe” in „boek” – dus niet als de Nederlandse „u”. De g is altijd een harde g (zoals in het Engelse „go”), nooit de Nederlandse keelklank; die klank hoort bij ĥ. Meer staat op de pagina over alfabet en uitspraak. Omdat vi zowel „je/jij” als „u” betekent, vertalen we het hieronder meestal met „je”.

Beleefdheid

EsperantoUitspraakNederlands
Dankon!DAN-konBedankt! / Dank je!
Multan dankon!MUL-tan DAN-konHeel erg bedankt!
Koran dankon!KO-ran DAN-konHartelijk dank!
Ne dankinde.ne dan-KIN-deGraag gedaan. / Geen dank. (letterlijk „niet het bedanken waard”)
…, mi petas.mi PE-tas…, alsjeblieft.
Bonvolu…bon-VO-luWees zo goed om… (+ werkwoord)
Pardonu!par-DO-nuPardon! / Sorry!
Mi bedaŭras.mi be-DAŬ-rasHet spijt me. (Ik betreur het.)
Ne gravas.ne GRA-vasHet geeft niet. / Geen probleem.
Bonvenon!bon-VE-nonWelkom!
Jes. / Ne.jes / neJa. / Nee.
Bone.BO-neOké. / Goed.
Kompreneble!kom-pre-NE-bleNatuurlijk!
Bonan apetiton!BO-nan a-pe-TI-tonEet smakelijk!
Sanon!SA-nonProost! / Gezondheid! (na een nies)

Mi petas staat achter wat je vraagt: Kafon, mi petas – „Een koffie, alsjeblieft”. Bonvolu staat voor een werkwoord: Bonvolu fermi la pordon – „Doe de deur dicht, alsjeblieft”. Ons „alsjeblieft” dekt meer dan één Esperantozin: mi petas bij een verzoek, bonvolu bij een opdracht en ne dankinde als antwoord op „bedankt”. Let op: jes is „ja”, maar ja is iets anders; zie gesprekszinnen.

Jezelf voorstellen

EsperantoUitspraakNederlands
Kiel vi nomiĝas?KI-el vi no-MI-ĝasHoe heet je?
Mi nomiĝas Anna.mi no-MI-ĝas AN-naIk heet Anna.
Mia nomo estas Tom.MI-a NO-mo ES-tas tomMijn naam is Tom.
Mi ĝojas konatiĝi kun vi.mi ĜO-jas ko-na-TI-ĝi kun viLeuk je te ontmoeten.
De kie vi venas?de KI-e vi VE-nasWaar kom je vandaan?
Mi venas el Kanado.mi VE-nas el ka-NA-doIk kom uit Canada.
Kie vi loĝas?KI-e vi LO-ĝasWaar woon je?
Mi loĝas en Londono.mi LO-ĝas en lon-DO-noIk woon in Londen.
Kiom aĝa vi estas?KI-om A-ĝa vi ES-tasHoe oud ben je?
Mi estas tridek jarojn aĝa.mi ES-tas TRI-dek JA-rojn A-ĝaIk ben dertig jaar oud.
Kio estas via profesio?KI-o ES-tas VI-a pro-fe-SI-oWat doe je voor werk?
Mi estas instruisto.mi ES-tas in-stru-IS-toIk ben leraar.
Mi estas studento.mi ES-tas stu-DEN-toIk ben student.
Mi lernas Esperanton.mi LER-nas es-pe-RAN-tonIk leer Esperanto.
Mi parolas iomete.mi pa-RO-las i-o-ME-teIk spreek een beetje.
Jen mia amiko Petro.jen MI-a a-MI-ko PE-troDit is mijn vriend Peter.

Beroepen hebben geen lidwoord nodig, net als in het Nederlands: Mi estas instruisto – „Ik ben leraar”. Een vrouw kan -in- toevoegen: instruistino, studentino.

Twee valkuilen voor Nederlandstaligen. Ten eerste heeft het Esperanto maar één lidwoord, la, dat zowel „de” als „het” vertaalt, en geen onbepaald lidwoord: „een vriend” is gewoon amiko (Mi havas amikon – „Ik heb een vriend”). Ten tweede is li alleen „hij” voor een man of jongen. Voor dingen en dieren zeg je ĝi „het”, ook als wij „hij” zeggen („Hij is blauw” over een auto wordt Ĝi estas blua). Ŝi is „zij/ze” voor een vrouw of meisje.

Vragen

EsperantoUitspraakNederlands
Kio?KI-oWat?
Kiu?KI-uWie? / Welke?
Kie?KI-eWaar?
Kien?KI-enWaarheen?
Kiam?KI-amWanneer?
Kial?KI-alWaarom?
Kiel?KI-elHoe?
Kiom?KI-omHoeveel?
Kia?KI-aWat voor een?
Ĉu vi…?ĉu viJa/nee-vraag, bijvoorbeeld „Spreek je…?”
Kio estas tio?KI-o ES-tas TI-oWat is dat?
Kie estas la necesejo?KI-e ES-tas la ne-ce-SE-joWaar is het toilet?
Kioma horo estas?ki-O-ma HO-ro ES-tasHoe laat is het?
Kiom kostas tio?KI-om KOS-tas TI-oHoeveel kost dat?

Alle vraagwoorden beginnen met ki- en horen bij de tabel van correlatieven. Ja/nee-vragen beginnen met ĉu: Ĉu vi estas laca? – „Ben je moe?”. Waar het Nederlands werkwoord en onderwerp omdraait, blijft de woordvolgorde in het Esperanto gelijk en doet ĉu het werk. Meer over vragen en ontkenning.

Begrijpen

EsperantoUitspraakNederlands
Mi komprenas.mi kom-PRE-nasIk begrijp het.
Mi ne komprenas.mi ne kom-PRE-nasIk begrijp het niet.
Ĉu vi komprenas?ĉu vi kom-PRE-nasBegrijp je het?
Bonvolu ripeti.bon-VO-lu ri-PE-tiHerhaal dat alsjeblieft.
Bonvolu paroli pli malrapide.bon-VO-lu pa-RO-li pli mal-ra-PI-deSpreek alsjeblieft langzamer.
Kion signifas…?KI-on sig-NI-fasWat betekent …?
Kiel oni diras … en Esperanto?KI-el O-ni DI-ras … en es-pe-RAN-toHoe zeg je … in het Esperanto?
Kiel oni skribas tion?KI-el O-ni SKRI-bas TI-onHoe spel je dat?
Ĉu vi povas skribi tion?ĉu vi PO-vas SKRI-bi TI-onKun je dat opschrijven?
Mi ne scias.mi ne SCI-asIk weet het niet.
Mi estas komencanto.mi ES-tas ko-men-CAN-toIk ben beginner.
Ĉu vi parolas angle?ĉu vi pa-RO-las AN-gleSpreek je Engels?
Momenton, mi petas.mo-MEN-ton, mi PE-tasEen momentje, alsjeblieft.

Hulp en noodgevallen

EsperantoUitspraakNederlands
Helpu!HEL-puHelp!
Ĉu vi povas helpi min?ĉu vi PO-vas HEL-pi minKun je me helpen?
Mi bezonas helpon.mi be-ZO-nas HEL-ponIk heb hulp nodig.
Voku kuraciston!VO-ku ku-ra-CIS-tonRoep een dokter!
Voku la policon!VO-ku la po-LI-conBel de politie!
Voku ambulancon!VO-ku am-bu-LAN-conBel een ambulance!
Mi perdiĝis.mi per-DI-ĝisIk ben verdwaald.
Mi malsanas.mi mal-SA-nasIk ben ziek.
Fajro!FAJ-roBrand!
Atentu!a-TEN-tuPas op!

Een praatje maken en reageren

EsperantoUitspraakNederlands
Kio nova?KI-o NO-vaWat is er nieuw?
Bonege!bo-NE-geGeweldig!
Interese!in-te-RE-seInteressant!
Ĉu vere?ĉu VE-reEcht waar?
Eble.EB-leMisschien.
Certe!CER-teZeker!
Mi konsentas.mi kon-SEN-tasIk ben het ermee eens.
Ne zorgu.ne ZOR-guMaak je geen zorgen.
Bonŝancon!bon-ŜAN-conVeel succes!
Gratulon!gra-TU-lonGefeliciteerd!
Feliĉan naskiĝtagon!fe-LI-ĉan nas-kiĝ-TA-gonFijne verjaardag!

Voor hallo en tot ziens op verschillende momenten van de dag, zie begroetingen. Voor hotels, restaurants en kaartjes, zie reiszinnen.

Veelgestelde vragen

Hoe zeg je „dank je wel” in het Esperanto?

Dankon! (DAN-kon). Wil je nadruk leggen, zeg dan Multan dankon! „Heel erg bedankt!”. Het gebruikelijke antwoord is Ne dankinde „Graag gedaan”.

Hoe zeg je „ik begrijp het niet” in het Esperanto?

Mi ne komprenas (mi ne kom-PRE-nas). Voeg Bonvolu paroli pli malrapide toe om iemand te vragen langzamer te spreken.

Hoe zeg je „proost” in het Esperanto?

Sanon! of Je via sano! – „Op je gezondheid!”. Sanon! zeg je ook tegen iemand die niest, zoals wij „gezondheid” zeggen.

Waarom gebruiken de uitspraakhulpen Esperantoletters?

Omdat de Esperantospelling al fonetisch is. Als je de 28 letters kent, vertelt het geschreven woord precies hoe je het uitspreekt; de uitspraakhulp voegt alleen lettergreepgrenzen en klemtoon toe.

Bronnen

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.