Esperanto
Esperanto grammatica: overzicht, uitgangen en regels
Leer elf uitgangen en één lidwoord, en je ziet hoe elke Esperanto-zin in elkaar zit.
Spiekbrief
Spiekbrief Esperanto-grammatica: 11 uitgangen, 45 correlatieven, 10 voorvoegsels, 31 achtervoegsels en de 16 regels in tabellen. Printbaar of als pdf.
16 regels
Zamenhofs 16 regels (1887), sinds 1905 bindend via het Fundamento, behandelen uitgangen, tijden, lidwoord en klemtoon. Elke regel kort uitgelegd.
Naamwoorden
Esperanto-zelfstandige naamwoorden eindigen op -o, bijvoeglijke op -a; beide krijgen -j (meervoud) en -n (voorwerp): bonajn katojn. Congruentie, pli, plej.
Accusatief (-n)
De uitgang -n markeert in het Esperanto het lijdend voorwerp (Mi vidas la katon) en ook richting, tijd en maat. Regels, tabellen en veelgemaakte fouten.
Werkwoorden
Esperanto-werkwoorden hebben zes uitgangen (-i, -as, -is, -os, -us, -u) en één vorm voor elke persoon: mi estas, ili estas. Tabellen, wijzen, -ig en -iĝ.
-ig- en -iĝ-
Esperanto-werkwoorden zijn wel of niet overgankelijk: komenci/komenciĝi, fermi/fermiĝi. -ig- voegt een voorwerp toe, -iĝ- haalt het weg. 30+ paren in ReVo.
Lidwoord la
Esperanto heeft één lidwoord, la („de, het”), en geen woord voor „een”. Het verandert nooit: la domo, la domojn. Wanneer gebruik je het, en wat is l'?
Voornaamwoorden
Esperanto-voornaamwoorden volgen één patroon: -n voor het lijdend voorwerp, -a voor bezit (mi, min, mia). Tabel, si en li, het oude ci en het nieuwe ri.
Correlatieven
De 45 Esperanto-correlatieven (tabelwoorden) combineren 5 beginstukken en 9 uitgangen: kiu, tio, ĉiam, nenie. Tabel met betekenissen en geheugensteuntjes.
Voorzetsels
Esperanto heeft 33 officiële voorzetsels, alle uit het Fundamento van 1905. Betekenis en voorbeeld per voorzetsel, plus je, de richting-n en voorvoegsels.
Voegwoorden
Esperanto heeft 16 voegwoorden, 14 uit het Fundamento van 1905. Tabel met voorbeelden, ke tegenover ĉu, ĉar of pro tio ke, en veelgemaakte fouten.
Getallen
Esperanto-getallen gebruiken 13 woorden: nul, unu, du … dek, cent, mil. 20 is dudek, 2026 is du mil dudek ses. Plus rangtelwoorden, data en klokkijken.
Woordvorming
Het Esperanto bouwt woorden uit onveranderlijke delen: mal·san·ul·ej·o is ziekenhuis. Zo vormen stammen, uitgangen, affixen en samenstellingen families.
Voorvoegsels
Het Esperanto heeft 10 officiële voorvoegsels: bo-, ĉef-, dis-, ek-, eks-, ge-, mal-, mis-, pra-, re-. Betekenissen, voorbeelden en een blik op mal-.
Achtervoegsels
Alle 31 officiële Esperanto-achtervoegsels, -aĉ- tot -um-, met betekenis en voorbeelden. 28 komen uit het Fundamento van 1905; -aĉ-, -ism-, -end- later.
Deelwoorden
Zes Esperanto-deelwoorden: bedrijvend -ant-, -int-, -ont-, lijdend -at-, -it-, -ot-. De klinkers a, i, o passen bij -as, -is, -os. Tabellen en ata/ita.
Bijwoorden
Esperanto-bijwoorden eindigen op -e: rapide „snel”, hejme „thuis”. Met -n geef je richting aan (hejmen). Plus basisbijwoorden als jam, nun, tre, tro.
Vergelijking
Esperanto vergelijkt met woordjes, niet met uitgangen: pli … ol „groter dan”, la plej „de grootste”, tiel … kiel „even … als”. Regels en fouten.
Tussenwerpsels
Esperanto heeft negen officiële tussenwerpsels (ha, he, ho, nu, ve, fi, hura, bis, adiaŭ) en veel niet-officiële. Betekenis, voorbeelden en klemtoon.
Vragen en ontkenning
Stel ja/nee-vragen met ĉu en andere vragen met ki-woorden (kio, kie, kiam). Ontken met ne of een neni-woord; twee ontkenningen heffen elkaar op.
Betrekkelijke bijzinnen
Esperanto-betrekkelijke bijzinnen beginnen met kiu, kio of kies. Kiu past zich aan in getal en -n volgt de rol in de bijzin: la libro, kiun mi legas.
Woordvolgorde
De basisvolgorde in het Esperanto is onderwerp–werkwoord–object, maar -n laat woorden verschuiven: La hundo mordis la katon = La katon mordis la hundo.
Veelgemaakte fouten
De meest gemaakte Esperanto-fouten van Nederlandstaligen: ontbrekende -n, -ig- of -iĝ-, sia of lia, ol of kiel, klemtoon. Fout en goed, met de regel erbij.
De Esperanto-grammatica rust op één idee: stammen veranderen nooit, en een kleine set uitgangen betekent altijd hetzelfde. Een woord op -o is een zelfstandig naamwoord, op -a een bijvoeglijk naamwoord, op -as een werkwoord in de tegenwoordige tijd. Er zijn geen onregelmatige werkwoorden, geen onregelmatige meervouden en geen grammaticaal geslacht.
De 16 regels die L. L. Zamenhof in 1887 publiceerde, schetsen dit systeem; de kern hieronder dekt de meeste zinnen die je tegenkomt.
De hele grammatica op één kaart
Het officiële woordenboek van de Akademio de Esperanto telt precies 11 grammaticale uitgangen:
| Uitgang | Wat het aangeeft | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|---|
| -o | zelfstandig naamwoord | domo | ‘huis’ |
| -a | bijvoeglijk naamwoord | granda | ‘groot’ |
| -e | bijwoord | rapide | ‘snel’ |
| -i | infinitief | lerni | ‘leren’ |
| -as | tegenwoordige tijd | mi lernas | ‘ik leer, ik ben aan het leren’ |
| -is | verleden tijd | mi lernis | ‘ik leerde, ik heb geleerd’ |
| -os | toekomende tijd | mi lernos | ‘ik zal leren’ |
| -us | voorwaardelijke wijs | mi lernus | ‘ik zou leren’ |
| -u | bevel, wens | lernu! | ‘leer!’ |
| -j | meervoud | domoj | ‘huizen’ |
| -n | lijdend voorwerp, richting | domon | ‘huis’ (als lijdend voorwerp) |
Uitgangen staan in een vaste volgorde: woordsoort, dan -j, dan -n: grandajn domojn – ‘grote huizen’ (als lijdend voorwerp). Bijvoeglijke naamwoorden nemen de -j en -n van hun zelfstandig naamwoord over, zoals uitgelegd bij zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden.
Werkwoorden krijgen nooit -j of -n en veranderen niet met de persoon: mi lernas, vi lernas, ili lernas – ‘ik leer, jij leert, zij leren’.
De uitgangen in zinnen
Elke uitgang in actie, in een korte alledaagse zin:
- -o: La domo estas nova. – „Het huis is nieuw.”
- -a: Ni loĝas en nova domo. – „We wonen in een nieuw huis.”
- -e: Ŝi parolas malrapide kaj klare. – „Ze spreekt langzaam en duidelijk.”
- -i: Mi volas lerni Esperanton. – „Ik wil Esperanto leren.”
- -as: Nun mi lernas la vortojn. – „Nu leer ik de woorden.”
- -is: Hieraŭ ni lernis dum unu horo. – „Gisteren hebben we een uur lang geleerd.”
- -os: Morgaŭ mi skribos al vi. – „Morgen zal ik je schrijven.”
- -us: Se mi havus tempon, mi vojaĝus. – „Als ik tijd had, zou ik reizen.”
- -u: Venu kun ni! – „Kom met ons mee!”
- -j: Miaj amikoj estas en la parko. – „Mijn vrienden zijn in het park.”
- -n: Mi vidas grandan ŝipon. – „Ik zie een groot schip.”
- Alles samen: Miaj novaj amikoj rapide lernis la gravajn vortojn. – „Mijn nieuwe vrienden hebben de belangrijke woorden snel geleerd.”
De andere bouwstenen
- Eén lidwoord. La betekent ‘de’ en ‘het’, voor elk geslacht en elk getal, en er is geen woord voor ‘een’. Zie het lidwoord.
- Vrije woordvolgorde. Omdat -n het lijdend voorwerp aanduidt, betekenen La hundo vidas la katon en La katon vidas la hundo allebei ‘De hond ziet de kat’. Zie de accusatief.
- Woordvorming. Voorvoegsels en achtervoegsels maken van één stam veel woorden: sana – ‘gezond’, malsana – ‘ziek’, malsanulo – ‘patiënt’, malsanulejo – ‘ziekenhuis’. Zie woordvorming.
- 45 correlatieven. Een raster van 5 × 9 vraag- en antwoordwoorden: kiu – ‘wie, welke’, tiu – ‘die’, ĉiu – ‘iedereen’. Zie correlatieven.
Wat is anders dan in het Nederlands?
Drie dingen vallen Nederlandstaligen meteen op. Esperanto heeft geen de- en het-woorden: la staat voor allebei. De accusatief -n lijkt op het verschil tussen hij en hem, maar geldt voor elk lijdend voorwerp: li – ‘hij’, lin – ‘hem’. En de woordvolgorde is eenvoudiger: in bijzinnen staat het werkwoord niet aan het eind, dus Mi scias, ke li legas la libron – ‘Ik weet dat hij het boek leest’ heeft dezelfde volgorde als een hoofdzin.
Veelgestelde vragen
Heeft de Esperanto-grammatica uitzonderingen?
In de vervoeging en verbuiging niet: elk zelfstandig naamwoord vormt het meervoud met -j, en elk werkwoord gebruikt dezelfde zes uitgangen, ook esti – ‘zijn’. Wat je nog per woord leert, is woordenschat, zoals of een werkwoord een lijdend voorwerp neemt.
Heeft Esperanto grammaticaal geslacht?
Nee. Zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden veranderen niet met het geslacht. Vrouwelijke vormen maak je met het achtervoegsel -in-: patro – ‘vader’, patrino – ‘moeder’.
Waar staat de officiële Esperanto-grammatica?
In het Fundamento de Esperanto (1905), dat de 16 regels in vijf talen geeft. De volledigste moderne beschrijving is de PMEG van Bertilo Wennergren, gratis online.
Bronnen
- Fundamento de Esperanto: grammatica, Engelse versie – Akademio de Esperanto
- Akademia Vortaro: uitleg en statistieken – 11 uitgangen
- PMEG – Plena Manlibro de Esperanta Gramatiko – Bertilo Wennergren, versie 15.5 (2024)
- Esperanto-grammatica – Wikipedia (Engels)
Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.