Esperantopedia

Grammatica

Vergrotende en overtreffende trap in Esperanto: pli, plej

Pli, plej en ol vervangen het Nederlandse „-er”, „-st” en „dan”, en geen enkele vergelijking is onregelmatig.

Bijgewerkt: 6 min. leestijd

Esperanto vergelijkt met losse woordjes, niet met uitgangen. Pli betekent „meer”, plej „meest”, malpli „minder”, malplej „minst”, ol „dan” en kiel „als”. „Groter dan” is dus pli granda ol en „de grootste” is la plej granda. Aan het bijvoeglijk naamwoord verandert niets en geen enkele vorm is onregelmatig: „beter” is pli bona en „de beste” is la plej bona.

De patronen in één oogopslag

BetekenisPatroonVoorbeeldVertaling
meer … danpli … olLa elefanto estas pli granda ol la muso.„De olifant is groter dan de muis.”
minder … danmalpli … olTiu libro estas malpli malfacila ol ĉi tiu.„Dat boek is minder moeilijk dan dit.”
het meestla plej … elŜi estas la plej saĝa el miaj amikoj.„Zij is de wijste van mijn vrienden.”
even … alstiel … kielMi estas tiel alta kiel mia patro.„Ik ben even lang als mijn vader.”
hoe meer …, hoe meerju pli …, des pli …Ju pli frue, des pli bone.„Hoe eerder, hoe beter.”

Vergrotende trap: pli … ol

Zet pli vlak vóór het bijvoeglijk naamwoord of bijwoord en ol vóór datgene waarmee je vergelijkt. Pli verandert nooit, maar het bijvoeglijk naamwoord houdt zijn gewone -j en -n (zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden). Het Nederlands heeft „groter” maar „meer geïnteresseerd”, en het onregelmatige „beter”; het Esperanto gebruikt altijd pli, hoe lang het woord ook is.

GrondwoordVergrotende trapOvertreffende trap
bona „goed”pli bona „beter”la plej bona „de beste”
malbona „slecht”pli malbona „slechter”la plej malbona „de slechtste”
granda „groot”pli granda „groter”la plej granda „de grootste”
bone „goed”pli bone „beter”plej bone „het best”
rapide „snel”pli rapide „sneller”plej rapide „het snelst”
  • Mia frato estas pli juna ol mi. – „Mijn broer is jonger dan ik.”
  • Mi vidis pli grandajn domojn. – „Ik zag grotere huizen.”
  • Ŝi kantas pli bone ol mi. – „Zij zingt beter dan ik.” Bijwoorden worden op dezelfde manier vergeleken (bijwoorden).

Wat volgt op ol

Na ol krijgt een woord de vorm die het in de volledige zin zou hebben (PMEG). Een onderwerp heeft geen uitgang, een lijdend voorwerp krijgt -n (de accusatief). Maak ter controle de zin in gedachten af. Het Nederlands kent hetzelfde verschil in „dan hij” tegenover „dan van hem”.

ZinBetekenis
Mi amas vin pli ol li.„Ik hou meer van jou dan hij (van jou houdt).” (ol li amas vin)
Mi amas vin pli ol lin.„Ik hou meer van jou dan van hem.” (ol mi amas lin)
Mi ŝatas kafon pli ol teon.„Ik hou meer van koffie dan van thee.”

Voor een getal betekenen pli ol en malpli ol „meer dan” en „minder dan”, en het zelfstandig naamwoord krijgt de uitgang die de hele woordgroep nodig heeft: Mi havas pli ol dek librojn. – „Ik heb meer dan tien boeken.”

Overtreffende trap: la plej … el

Plej staat vóór het bijvoeglijk naamwoord, meestal met la, omdat een overtreffende trap gewoonlijk naar iets unieks verwijst. De groep waartoe het behoort, volgt na el – „van, uit”. Plaatswoorden als en kunnen ook.

  • Ŝi estas la plej saĝa el miaj amikoj. – „Zij is de wijste van mijn vrienden.”
  • Ŝi kuras plej rapide. – „Zij rent het snelst.” (geen la bij een bijwoord)
  • Tio estas la dua plej alta turo en la urbo. – „Dat is de op één na hoogste toren van de stad.”

Voor precies twee dingen is la pli de natuurlijke keuze, en el la du mag wegvallen: Li estas la pli juna el la du fratoj. – „Hij is de jongste van de twee broers.”

Minder en minst: malpli, malplej

Malpli en malplej zijn pli en plej omgedraaid met mal-: Teo estas malpli forta ol kafo. – „Thee is minder sterk dan koffie.” Maar malpli en pli mal- zijn niet altijd uitwisselbaar. Het paar uit de PMEG: Li estas malpli bela ol vi – „Hij is minder knap dan jij” – is een compliment voor jou, terwijl Li estas pli malbela ol vi – „Hij is lelijker dan jij” – een belediging voor hem is.

Gelijke vergelijkingen: tiel … kiel, same … kiel

PatroonVoorbeeldVertaling
tiel … kiel – even … alsMia fratino estas tiel forta kiel mi.„Mijn zus is even sterk als ik.”
ne tiel … kiel – niet zo … alsTeo ne estas tiel forta kiel kafo.„Thee is niet zo sterk als koffie.”
same … kiel – net zo … alsŜi parolas same bone kiel mi.„Zij spreekt net zo goed als ik.”
sama … kiel – dezelfde … alsMi aĉetis la saman libron kiel vi.„Ik kocht hetzelfde boek als jij.”
tiom da … kiom – zoveel … alsNi havas tiom da tempo, kiom ni bezonas.„We hebben zoveel tijd als we nodig hebben.”

Tiel valt vaak weg voor kiel: Ŝi kantas kiel birdo. – „Zij zingt als een vogel.” Zamenhof schreef tiel same kiel; tegenwoordig is het kortere same kiel normaal, en samkiel is een aanvaarde korte vorm (PMEG). Tiel en kiel duiden een graad aan; tiom en kiom een hoeveelheid. Een woord na kiel volgt dezelfde regel voor de rol in de zin als na ol.

Net als in het Nederlands („groter dan”, maar „even groot als”) is er dus een vast verschil: ol na een vergrotende trap, kiel bij gelijkheid.

Hoeveelheden vergelijken: pli da, malpli da

Voor „meer van iets” verbind je het getelde met da (voorzetsels). Het zelfstandig naamwoord na da krijgt geen -n, ook niet als het lijdend voorwerp is; een meervoud houdt zijn -j.

  • Mi volas pli da kafo. – „Ik wil meer koffie.”
  • Mi havas pli da libroj ol vi. – „Ik heb meer boeken dan jij.”
  • Ŝi havas malpli da tempo ol mi. – „Zij heeft minder tijd dan ik.”

Pli da libroj vergelijkt hoeveelheden. Pli ol dek libroj vergelijkt met een getal.

Sterker en zwakker

WoordBetekenisVoorbeeldVertaling
multe pliveel meerŜi estas multe pli alta ol mi.„Zij is veel langer dan ik.”
ankoraŭ pli, eĉ plinog meerHodiaŭ estas ankoraŭ pli varme.„Vandaag is het nog warmer.”
trezeertre granda„heel groot”
trotetro granda„te groot”

Versterk pli met multe, niet met tre: multe pli granda (PMEG). Plej betekent nooit „zeer”; dat is tre.

Het achtervoegsel -eg- maakt de betekenis binnen het woord groter: varma – „warm” → varmega – „heet”, bona → bonega – „uitstekend”, bone → bonege. Het is geen vergrotende trap: bonega betekent niet „beter”.

Hoeveel meer: verschillen en veelvouden

Een maat van het verschil krijgt -n: Mia fratino estas tri jarojn pli aĝa ol mi. – „Mijn zus is drie jaar ouder dan ik.” Voor veelvouden gebruik je fojojn: Ĝi estas dek fojojn pli rapida ol la malnova. – „Het is tien keer sneller dan het oude.”

Hoe meer … hoe meer: ju … des

Ju opent het eerste deel en des het tweede, elk met pli of malpli (voegwoorden). Het Nederlands zegt twee keer „hoe”, maar het Esperanto gebruikt ju … des, niet ju … ju.

  • Ju pli mi lernas, des pli mi ŝatas la lingvon. – „Hoe meer ik leer, hoe meer ik van de taal ga houden.”
  • Ju pli mi pensas pri tio, des malpli mi komprenas. – „Hoe meer ik erover nadenk, hoe minder ik ervan begrijp.”

Zo … mogelijk: kiel eble plej

Kiel eble plej vraagt om de hoogst mogelijke graad: Venu kiel eble plej baldaŭ. – „Kom zo spoedig mogelijk.” De eenwoordsvorm plejeble bestaat ook. Het mildere kiom eble betekent „voor zover mogelijk”: Mi kiom eble evitas sukeron. – „Ik vermijd suiker zoveel mogelijk.”

Veelgemaakte fouten

FoutGoedWaarom
bonpli, bona plipli bonaPli is een los woord vóór het bijvoeglijk naamwoord.
pli bona kiel mi, pli bona ke mipli bona ol mi„Dan” is ol; kiel is voor gelijkheid.
Petro estas pli alta ol min.Petro estas pli alta ol mi.Na ol heeft het woord zijn rol in de volledige zin: een onderwerp, dus geen -n.
Mi ŝatas kafon pli ol teo.Mi ŝatas kafon pli ol teon.Het vergeleken lijdend voorwerp houdt -n.
tre pli grandamulte pli grandaTre versterkt pli niet.
Mi havas pli da librojn.Mi havas pli da libroj.Geen -n na da.

Voorbeelden in zinnen

  • Mia nova telefono estas pli malpeza ol la malnova. – „Mijn nieuwe telefoon is lichter dan de oude.”
  • Ĉi tiu estas la plej bona kafo en la urbo. – „Dit is de beste koffie van de stad.”
  • Julio estas la plej varma monato de la jaro. – „Juli is de warmste maand van het jaar.”
  • Mia filino legas pli multe ol mi. – „Mijn dochter leest meer dan ik.”
  • Hodiaŭ estas malpli varme ol hieraŭ. – „Vandaag is het minder warm dan gisteren.”
  • Ŝia aŭto estas same rapida kiel la mia. – „Haar auto is even snel als de mijne.”
  • Ju pli longe mi atendas, des pli nervoza mi iĝas. – „Hoe langer ik wacht, hoe zenuwachtiger ik word.”
  • En la klaso estas pli da knabinoj ol da knaboj. – „In de klas zitten meer meisjes dan jongens.”

Veelgestelde vragen

Hoe zeg je „beter” en „best” in het Esperanto?

Pli bona is „beter” en la plej bona is „de beste”. Bij bijwoorden: pli bone, plej bone. „Slechter” en „slechtst” zijn pli malbona en la plej malbona. Onregelmatige vormen zijn er niet.

Is het pli … ol of pli … kiel?

Pli … ol. Ol betekent „dan” na pli en malpli. Kiel gebruik je voor gelijkheid: tiel … kiel, same … kiel.

Hoe zeg je „hoe meer … hoe meer” in het Esperanto?

Gebruik ju pli … des pli …: Ju pli frue, des pli bone. – „Hoe eerder, hoe beter.” Ju … ju is niet correct.

Wat is het verschil tussen pli en plu?

Pli geeft graad of hoeveelheid aan: Li laboras pli ol mi. – „Hij werkt meer dan ik.” Plu geeft voortzetting aan: Li ne laboras plu. – „Hij werkt niet meer.” Zamenhof legde het paar zo uit (ReVo).

Bronnen

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.