Esperantopedia

Leren

Esperanto-alfabet en uitspraak: alle 28 letters

Eén letter, één klank, klemtoon op de voorlaatste lettergreep – na deze pagina kun je elk Esperanto-woord hardop lezen.

Bijgewerkt: 5 min. leestijd

Het Esperanto-alfabet heeft 28 letters: 5 klinkers (a, e, i, o, u) en 23 medeklinkers. Elke letter heeft één basisklank, elke letter wordt uitgesproken en er zijn geen stomme letters. Zes letters dragen een teken – ĉ, ĝ, ĥ, ĵ, ŝ, ŭ – en de letters q, w, x en y horen niet bij het alfabet.

Alle 28 letters

De letternamen volgen een eenvoudig patroon: een klinker heet gewoon zoals hij klinkt, een medeklinker krijgt -o erbij (bo, co, ĉo). De Nederlandse klankvergelijkingen zijn benaderingen; de IPA-kolom volgt PMEG, de standaardgrammatica.

LetterNaamIPAKlinkt als (Nederlands)Voorbeeld
A aa[a]aa in „gaan”akvo – „water”
B bbo[b]b in „bal”bona – „goed”
C cco[ts]ts in „tsaar” – nooit k of spaco – „vrede”
Ĉ ĉĉo[tʃ]tsj in „tsjilpen”ĉokolado – „chocolade”
D ddo[d]d in „dag” – ook aan het woordeinde een echte ddomo – „huis”
E ee[e]e in „bed”, zuiver – nooit een tweeklank als in „nee”eta – „heel klein”
F ffo[f]f in „fiets”familio – „familie”
G ggo[ɡ]harde g als in het Engelse „go” – niet de keel-g van „goed”granda – „groot”
Ĝ ĝĝo[dʒ]dzj, zoals j in „jeans” of „jeep”ĝardeno – „tuin”
H hho[h]h in „hond”, een zachte ademklankhundo – „hond”
Ĥ ĥĥo[x]ch in „lachen” of „nacht” (in het noorden ook de g van „goed”)ĥoro – „koor”
I ii[i]ie in „bier”infano – „kind”
J jjo[j]j in „ja”jes – „ja”
Ĵ ĵĵo[ʒ]zj, zoals de g in „garage” of de j in „jury”ĵurnalo – „krant”
K kko[k]k in „kat”kato – „kat”
L llo[l]l in „lamp”lingvo – „taal”
M mmo[m]m in „maan”mano – „hand”
N nno[n]n in „nu”nokto – „nacht”
O oo[o]oo in „boot”, zonder tweeklankovo – „ei”
P ppo[p]p in „pen”pano – „brood”
R rro[r]gerolde of getikte tongpunt-r, zoals in het Spaans of Italiaansrozo – „roos”
S sso[s]s in „sap” – nooit zsuno – „zon”
Ŝ ŝŝo[ʃ]sj in „sjaal”ŝipo – „schip”
T tto[t]t in „tak”tago – „dag”
U uu[u]oe in „boek” – niet de Nederlandse uurbo – „stad”
Ŭ ŭŭo[w]korte w-klank na een klinker, als in het Engelse „cow”aŭto – „auto”
V vvo[v]v in „vier”, altijd met stemvivo – „leven”
Z zzo[z]z in „zon”, altijd met stemzebro – „zebra”

De Engelse versie van het Fundamento de Esperanto (1905) geeft Engelse sleutelwoorden, zoals „make” voor e en „not” voor o. In de meeste moderne accenten zijn dat tweeklanken of andere klinkers. Mik op stabiele klinkers zonder tweeklank, zoals in het Spaans of Italiaans; of een klinker lang of kort is, maakt niet uit (PMEG).

Waar valt de klemtoon?

De klemtoon valt altijd op de voorlaatste klinker van het woord. De letters j en ŭ zijn geen klinkers, dus ze tellen niet mee.

Elke klinker vormt één lettergreep; de beklemtoonde is gemarkeerd
kafo: KA-fo/ˈka.fo/
lernejo: ler-NE-jo/lerˈne.jo/
ĉiutage: ĉi-u-TA-ge/tʃi.uˈta.ɡe/
Eŭropo: eŭ-RO-po/ewˈro.po/
kiuj: KI-uj/ˈki.uj/

In ĉiutage „elke dag” is elke i en u een eigen lettergreep, dus de klemtoon valt op ta. In Eŭropo „Europa” en kiuj „welke (meervoud)” vormen de paren eŭ en uj elk één lettergreep.

WoordLettergrepenBetekenis
salutonsa-LU-ton„hallo”
familiofa-mi-LI-o„familie”
radiora-DI-o„radio”
ankaŭAN-kaŭ„ook”
hodiaŭho-DI-aŭ„vandaag”
Esperantoes-pe-RAN-to„Esperanto”

Elke i en u naast een andere klinker is een volwaardige lettergreep, daarom zeg je fa-mi-LI-o en niet „fa-MIL-jo”. Als in poëzie of liedjes de uitgang -o van een zelfstandig naamwoord wegvalt en door een apostrof wordt vervangen, blijft de klemtoon waar hij was: famili' spreek je uit als fa-mi-LI.

In het Nederlands ligt de klemtoon vrij, en leenwoorden hebben vaak een andere klemtoon dan hun Esperanto-tegenhanger: „familie” is fa-MI-lie, maar familio is fa-mi-LI-o; „radio” is RA-di-o, maar radio is ra-DI-o.

Tweeklanken (klinker + j of ŭ)

Zes combinaties verbinden een klinker met j of ŭ tot één lettergreep. PMEG beschrijft ze als een klinker plus een halfklinker; in leerboeken heten ze vaak tweeklanken.

CombinatieKlinkt alsVoorbeeld
ajaai in „draai”, maar korterkaj – „en”
ejongeveer ei in „trein”, met een zuivere eplej – „meest”
ojooi in „mooi”, maar korterhundoj – „honden”
ujoei in „foei” – dus niet „ui”kiuj – „welke” (meervoud)
aŭeen heldere a plus korte w, ongeveer au in „blauw”aŭto – „auto”
eŭeeuw in „leeuw”, maar korterEŭropo – „Europa”

In gewone woorden volgt ŭ bijna altijd op a of e, en in 2023 adviseerde de Academie van Esperanto dat ook in nieuwe woorden zo te houden. Waar het Nederlands kw schrijft („kwart”, „kwik”), schrijft het Esperanto kv: kvar „vier”, kvin „vijf”, akvo „water” – nooit „akwo”. De Nederlandse w komt in het Esperanto overeen met de letter v: vino „wijn”, vento „wind”, vorto „woord”.

Hoe spreek je de Esperanto-r uit?

PMEG beveelt een gerolde r aan, gemaakt met de tongpunt bij de tanden, zoals in het Spaans of Italiaans. Een gerolde keel-r, zoals in sommige Franse of Duitse accenten, is even goed. In de praktijk gebruiken sprekers ook andere r-klanken en worden ze gewoon verstaan. Twee dingen tellen: houd r uit elkaar van l (revi „dromen” tegenover levi „optillen”) en laat de r na een klinker niet wegvallen (parko „park” mag niet klinken als pako „pakket”). In veel Nederlandse accenten klinkt de r aan het eind van een lettergreep zwak („kaart”, „park”); in het Esperanto blijft hij hoorbaar.

Schrijven zonder ĉ, ĝ, ŝ: het h-systeem en het x-systeem

Als je de letters met accent niet kunt typen, bestaan er twee vervangende spellingen. Het h-systeem komt uit het Fundamento zelf: schrijf ch, gh, hh, jh, sh en gewoon u voor ŭ. Het kan dubbelzinnig zijn: flughaveno „luchthaven” is flug-haven-o en niet fluĝaveno. Let ook op: ch staat in het h-systeem voor ĉ („tsj”) en dus niet voor de Nederlandse ch-klank; die is ĥ.

Het x-systeem voegt de x toe, die geen Esperanto-letter is: cx, gx, hx, jx, sx, ux. Het is niet officieel, maar ondubbelzinnig en online veel gebruikt. De Academie van Esperanto aanvaardde in 2007 vervangende spellingen voor technische behoeften.

Tips voor Nederlandstaligen

  • De klanken van ĉ, ŝ, ĝ en ĵ ken je al uit leenwoorden: „tsjilpen”, „sjaal”, „jeans”, „garage”. Ĥ is voor jou het makkelijkst: je zegt hem elke keer dat je „lachen” zegt.
  • Spreek elke klinker volledig uit, ook in onbeklemtoonde lettergrepen. Het Nederlands maakt daar vaak een zwakke e van (sjwa), het Esperanto niet: banano is ba-NA-no en niet „bə-NAA-nə”, en saluton eindigt op -ton, niet op „-tən”.
  • Houd klinkers zuiver. In het noorden klinken Nederlandse ee en oo vaak als tweeklank („nee”, „boot”), maar ne „niet” en bona „goed” hebben een pure e en een pure o.
  • Esperanto-u is de Nederlandse oe, niet de u van „bus” of „uur”: urbo klinkt als „OER-bo”.
  • c is altijd „ts”: centro „centrum” is TSEN-tro, niet „sen-tro”.
  • g is altijd hard, zoals in het Engelse „go”: geografio is ge-o-gra-FI-o. De Nederlandse keel-g is in het Esperanto de ĥ.
  • d blijft stemhebbend aan het woordeinde, terwijl het Nederlands verhardt („hand” klinkt als „hant”): sed „maar” eindigt op een echte d. Ook v en z zijn stemhebbende klanken, zodat vino „wijn” niet klinkt als fino „einde”.
  • j is altijd de j van „ja”: jaro „jaar” klinkt als „JAA-ro”.
  • h (een zachte ademklank) en ĥ (de ch van „lachen”) zijn verschillende klanken. Ĥ is de zeldzaamste letter, en veel woorden ermee hebben een vorm met k: ĥemio = kemio „scheikunde”.

Volgende stap: leer de woorden die je het eerst zult horen op Basiszinnen in het Esperanto.

Veelgestelde vragen

Hoeveel letters heeft het Esperanto-alfabet?

Er zijn 28 letters: het Latijnse alfabet zonder q, w, x en y, plus zes letters met een teken: ĉ, ĝ, ĥ, ĵ, ŝ en ŭ.

Wordt Esperanto uitgesproken zoals het geschreven wordt?

Ja. Elke letter staat voor één klank en elke letter wordt uitgesproken. Als je de 28 letters en de klemtoonregel kent, kun je elk woord hardop lezen.

Waar ligt de klemtoon in Esperanto-woorden?

Altijd op de voorlaatste klinker: ta-BLO is fout, TA-blo „tafel” is goed. De letters j en ŭ tellen niet als klinkers.

Waarom gebruikt Esperanto letters als ĉ en ŝ?

Elke klank krijgt precies één letter. In plaats van lettercombinaties zoals tsj of sj gebruikt Esperanto één letter met een teken, zodat de spelling nooit dubbelzinnig wordt.

Hoe typ ik ĉ, ĝ en ŝ?

Voeg op je telefoon Esperanto toe aan je toetsenbord (Gboard ondersteunt het op Android en iPhone) en houd een letter ingedrukt, bijvoorbeeld c voor ĉ. Installeer op een computer een Esperanto-toetsenbordindeling of schrijf in het x-systeem (cx, gx, sx); onze woordenboekzoekfunctie en de cursusoefeningen zetten dat om terwijl je typt.

Bronnen

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.