Esperantopedia

Grammatica

Esperanto getallen: 0–100, rangtelwoorden, data en tijd

Leer dertien woorden en één regel, en je kunt elk getal tot 999 999 zeggen.

Bijgewerkt: 5 min. leestijd

Esperanto telt met 13 basiswoorden: nul (0), unu (1) tot naŭ (9), dek (10), cent (100) en mil (1000). De regel uit het Fundamento (regel 4) is eenvoudig: getallen die aan elkaar geschreven staan, worden vermenigvuldigd; getallen die los staan, worden opgeteld. Dus dudek = 2 × 10 = 20, en dek du = 10 + 2 = 12.

Aan elkaar geschreven woorden vermenigvuldig je, losse woorden tel je op

12: dek du = 10 + 2

20: dudek = 2 × 10

2026: du mil dudek ses = 2 × 1000 + 2 × 10 + 6

Telwoorden veranderen nooit: ze krijgen geen meervouds-j en geen accusatief-n. Mi havas du fratojn – „Ik heb twee broers”. De enige uitzondering is unu in de betekenis „sommige”: unuj … aliaj – „sommigen … anderen” (PMEG).

Om een getal automatisch om te zetten, gebruik je de getallenomzetter.

Getallen 0–10

GetalEsperantoUitspraak
0nul[nul]
1unu[ˈu.nu]
2du[du]
3tri[tri]
4kvar[kvar]
5kvin[kvin]
6ses[ses]
7sep[sep]
8ok[ok]
9naŭ[naw]
10dek[dek]
100cent[tsent]
1000mil[mil]

Elke letter wordt uitgesproken, en c klinkt altijd als „ts” (zie het alfabet). Unu is „oenoe”, niet met de Nederlandse „u”. Ses (6) en sep (7) zijn makkelijk te verwisselen, dus zeg ze duidelijk.

Getallen 11–20

De getallen 11–19 zijn dek plus een eenheid, als twee woorden geschreven.

GetalEsperantoGetalEsperanto
11dek unu16dek ses
12dek du17dek sep
13dek tri18dek ok
14dek kvar19dek naŭ
15dek kvin20dudek

Getallen 21–100: één regel

Tientallen zijn één woord: eenheid + dek. Elk getal van 21 tot 99 is het tiental, een spatie en dan de eenheid.

TientallenEsperantoVoorbeeldEsperanto
10dek14dek kvar
20dudek21dudek unu
30tridek35tridek kvin
40kvardek47kvardek sep
50kvindek58kvindek ok
60sesdek64sesdek kvar
70sepdek72sepdek du
80okdek86okdek ses
90naŭdek99naŭdek naŭ
100cent100cent

Let op: het Nederlands noemt eerst de eenheid („tweeëntwintig”), het Esperanto begint met het tiental: dudek du, letterlijk „twintig twee”.

Honderdtallen, duizendtallen en miljoenen

Honderdtallen worden ook aan elkaar geschreven: ducent (200), tricent (300), naŭcent (900). Al het andere schrijf je los. Duizendtallen zijn altijd een apart woord: du mil (2000), niet dumil (PMEG). Gebruik geen koppeltekens: cent tridek du, niet cent-tridek-du.

GetalEsperanto
101cent unu
365tricent sesdek kvin
1887mil okcent okdek sep
1905mil naŭcent kvin
2026du mil dudek ses
12 345dek du mil tricent kvardek kvin
333 000tricent tridek tri mil
1 000 000unu miliono
1 000 000 000unu miliardo

Miliono en miliardo zijn zelfstandige naamwoorden, dus ze krijgen -j en da: dek milionoj da homoj – „tien miljoen mensen”. Net als het Nederlands (miljoen, miljard, biljoen) gebruikt het Esperanto de lange schaal: biliono is 10¹², niet het Engelse „billion” (10⁹); dat is miliardo (PMEG).

Rangtelwoorden: -a

Voeg de bijvoeglijke uitgang -a toe voor rangtelwoorden: unua „eerste”, dua „tweede”, tria „derde”, kvara, kvina, sesa, sepa, oka, naŭa, deka „tiende”. Rangtelwoorden congrueren zoals elk bijvoeglijk naamwoord: la unuaj tagoj, la sepan tagon.

Bij samengestelde rangtelwoorden raadt de PMEG een koppelteken aan als duidelijker: dek-unua „elfde”, dudek-unua „eenentwintigste”. Dudek unua komt ook voor. In cijfers schrijf je 1-a, 21-a.

Met -e krijg je bijwoorden: unue „ten eerste”, due „ten tweede”. Met -o krijg je zelfstandige naamwoorden: unuo „een eenheid”, dekduo „een dozijn”, cento „een honderdtal”.

Breuken, veelvouden en groepen

Regel 4 van het Fundamento voegt drie achtervoegsels voor getallen toe, plus het voorzetsel po.

VormBetekenisVoorbeelden
-on-breukduono „helft”, triono „een derde”, kvarono „een kwart”, tri kvaronoj „drie kwart”
-obl-veelvoudduobla „dubbel”, trioble „drie keer zoveel”, dekobla „tienvoudig”
-op-groepduope „met zijn tweeën”, triopo „een trio”, kvarope „met zijn vieren”
poper stuk, verdelendpo du pomoj „twee appels per persoon”
-foj-keer (een stam, geen achtervoegsel)dufoje „twee keer”, trifoje „drie keer”

-obl- en fojo verschillen: duobla pago is een dubbele betaling, dufoja pago is een betaling die twee keer plaatsvindt (PMEG).

Esperanto gebruikt een decimale komma, net als het Nederlands: 3,5 lees je als tri komo kvin. Rekenen is eenvoudig: du plus du estas kvar (2 + 2 = 4), dek minus tri estas sep, sep dividite per du estas tri komo kvin (PMEG).

Data

Een datum is la + rangtelwoord + de + maand (+ jaar). Het woord tago „dag” wordt weggelaten.

  • la sepa de Oktobro 2026 – „7 oktober 2026”
  • geschreven: la 7-a de Oktobro 2026
  • Hodiaŭ estas la unua de Majo. – „Vandaag is het 1 mei.”

Antwoordt de datum op „wanneer?”, dan krijgt hij -n: Ni venos la sepan de Oktobro – „We komen op 7 oktober”. In brieven: merkredon, la 26-an de Novembro 1997 (PMEG). Jaartallen lees je als gewone getallen: en 1887 = en mil okcent okdek sep, niet in de Nederlandse „achttienhonderd”-stijl. Namen van maanden en weekdagen staan bij dagen en maanden.

Klokkijken

Uren zijn rangtelwoorden met la: „het derde (uur)”. Woorden als horo en minutoj worden meestal weggelaten (PMEG).

EsperantoNederlands
Kioma horo estas?„Hoe laat is het?”
Estas la tria.„Het is drie uur.”
Estas la tria kaj dek kvin.„Het is 3:15.”
Estas la tria kaj kvarono.„Het is kwart over drie.”
Estas la sepa kaj duono.„Het is half acht.”
Estas dek post la tria.„Het is tien over drie.”
Estas dek kvin antaŭ la deka.„Het is kwart voor tien.”
Je kioma horo? – Je la oka.„Om hoe laat?” – „Om acht uur.”
la dek-kvina kaj dek kvin„15:15”

Gebruik antaŭ „voor” en post „over”, nooit de. „Om” een tijdstip is je (zie voorzetsels).

Pas op bij halve uren: het Nederlandse „half acht” telt naar het volgende uur toe en is 7:30, dus la sepa kaj duono – „zeven uur en een half”. Wie „half acht” letterlijk vertaalt als la oka kaj duono, zegt eigenlijk 8:30 en wordt verkeerd begrepen.

Voorbeelden in zinnen

  • Mi havas du fratojn kaj unu fratinon. – „Ik heb twee broers en één zus.”
  • La bileto kostas dudek kvin eŭrojn. – „Het kaartje kost vijfentwintig euro.”
  • Mia avino naskiĝis en mil naŭcent kvindek kvar. – „Mijn oma is in 1954 geboren.”
  • Ŝi loĝas en la kvina etaĝo. – „Ze woont op de vijfde verdieping.”
  • Mi legis la libron dufoje. – „Ik heb het boek twee keer gelezen.”
  • Duono de la klaso estas malsana. – „De helft van de klas is ziek.”
  • La trajno foriras je la tria kaj duono. – „De trein vertrekt om half vier.”
  • La infanoj eniris po du. – „De kinderen kwamen twee aan twee binnen.”

Veelgestelde vragen

Hoe tel je tot 10 in het Esperanto?

Unu, du, tri, kvar, kvin, ses, sep, ok, naŭ, dek. Nul is nul.

Hoe zeg je 2026 in het Esperanto?

Du mil dudek ses. Duizendtallen zijn altijd een apart woord, dus 2000 is du mil, niet dumil.

Hoe zeg je „eerste”, „tweede” en „derde”?

Voeg -a toe aan het getal: unua, dua, tria. „Eenentwintigste” is dudek-unua.

Wat is een miljard en een biljoen in het Esperanto?

Miliardo (10⁹) en biliono (10¹²), net als in het Nederlands, omdat het Esperanto de lange schaal volgt.

Hoe zeg je hoe laat het is in het Esperanto?

Gebruik la met een rangtelwoord: Estas la oka – „Het is acht uur”. „Om acht uur” is je la oka, en half negen is la oka kaj duono.

Bronnen

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.