Esperantopedia

Woordenboek · bijvoeglijk naamwoord

norda

norda/ˈnor.da/

Officiële stam nord- (Fundamento, 1905)

norda is een Esperanto-woord (bijvoeglijk naamwoord) met de betekenis ‘noordelijk’.

Betekenis

noordelijk

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Definitie in het Esperanto

  1. Situanta en nordo, tien montranta aŭ de tie vena
    • la monto Cion, en la norda regiono, la urbo de la granda Reĝo
    • norda vento .

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0 · reta-vortaro.de

Uitspraak

IPA
/ˈnor.da/
Lettergrepen
NOR·da
Beluisteren
Wikimedia Commons

Woordopbouw

  1. nordstamnordo
  2. auitgangbijvoeglijk naamwoord

Vormen

enkelvoudmeervoud
onderwerpnordanordaj
lijdend voorwerp (-n)nordannordajn

Voorbeeldzinnen

  • Japanio situas en la norda hemisfero.Japan ligt in het noordelijk halfrond. #595610
  • Nafto malkovriĝis sub la Norda Maro.Er werd aardolie gevonden onder de Noordzee. #1807641norda: noordelijk
  • Avo Frosto vivas en norda poluso.De Kerstman woont op de Noordpool. #3717025norda: noordelijk

Tatoeba, CC BY 2.0 FR

Verwante woorden

nord-

In andere talen

Englishnorth, northern
Françaisboréal, du nord, septentrional
Deutschnördlich
Polskipółnocny
Русскийсеверный
Українськапівнічний
Češtinaseverský
Slovenčinaseverský
Magyarészaki
中文北面
日本語北の
Catalànord, del nord, septentrional, boreal
Bahasa Indonesiautara
Беларускаяпаўночны

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Uitspraak, woordopbouw en vormen: Esperantopedia, CC BY-SA 4.0

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.