Esperantopedia

Woordenboek · zelfstandig naamwoord

buĉisto

buĉisto/buˈtʃis.to/

Officiële stam buĉ- (Fundamento, 1905)

buĉisto is een Esperanto-woord (zelfstandig naamwoord) met de betekenis ‘slachter’.

Betekenis

slachter

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Verwante betekenissen: slager, beenhouwer

Engelstalig WikiWoordenboek (vertaaltabellen), CC BY-SA 4.0 · en.wiktionary.org

Definitie in het Esperanto

  1. Tiu, kiu profesie buĉas brutojn, krude preparas viandon kaj aliajn bestajn produktojn
    • li rampis […] tra plenigita butiko de buĉisto, li trovis nur viandon kaj ĉie denove nur viandon
    • post momento venis buĉisto, kiu veturigis junan porkon en puŝveturilo

    zie ook: viandisto

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0 · reta-vortaro.de

Uitspraak

IPA
/buˈtʃis.to/
Lettergrepen
bu·ĈIS·to
Beluisteren
Wikimedia Commons

Woordopbouw

  1. buĉstambuĉi
  2. istachtervoegselberoep, aanhanger
  3. ouitgangzelfstandig naamwoord

Vormen

enkelvoudmeervoud
onderwerpbuĉistobuĉistoj
lijdend voorwerp (-n)buĉistonbuĉistojn

Voorbeeldzinnen

  • Vi ankoraŭ estas buĉisto, ĉu ne?Je bent nog steeds een slager, nietwaar? #12383171
  • Mi scias, ke Tomo estas buĉisto.Ik weet dat Tom een ​​slager is. #13190643
  • Vi estas buĉisto, ĉu ne?U bent een slager, nietwaar? #8348076

Tatoeba, CC BY 2.0 FR

Verwante woorden

buĉ-

In andere talen

Englishbutcher
Françaisboucher (abatteur), chevillard (boucher)
DeutschMetzger, Schlachter, Fleischer
Polskirzeźnik, masarz
中文屠户
日本語屠殺人
Bahasa Indonesiajagal, penjagal, tukang jagal, penyembelih
Беларускаязабойшчык (жывёлы)

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Uitspraak, woordopbouw en vormen: Esperantopedia, CC BY-SA 4.0

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.