Esperantopedia

Woordenboek · zelfstandig naamwoord

farĉo

farĉo/ˈfar.tʃo/

Officieel woord (9e Oficiala Aldono)

farĉo is een Esperanto-woord (zelfstandig naamwoord) met de betekenis ‘vulling’.

Betekenis

vullingvulselfarce

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Definitie in het Esperanto

  1. Hakita kaj spicita viando, legomaĵo aŭ fruktaĵo por enmeti internen de manĝaĵo
    • konkoj kun farĉo
    • la pirogo, krevinte, eligis parton de la farĉo

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0 · reta-vortaro.de

Uitspraak

IPA
/ˈfar.tʃo/
Lettergrepen
FAR·ĉo
Beluisteren
Wikimedia Commons

Woordopbouw

  1. farĉstamfarĉo
  2. ouitgangzelfstandig naamwoord

Vormen

enkelvoudmeervoud
onderwerpfarĉofarĉoj
lijdend voorwerp (-n)farĉonfarĉojn

Verwante woorden

farĉ-

In andere talen

Englishstuffing, mincemeat
Portuguêsrecheio, recheado
Françaisfarce
DeutschFüllung, Farce
Polskifarsz
Русскийфарш
Українськафарш, начинка
Magyartöltelék
Türkçe(dolma içi)
中文夹心
日本語詰め物
Беларускаяфарш

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Uitspraak, woordopbouw en vormen: Esperantopedia, CC BY-SA 4.0

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.