Esperantopedia

Woordenboek · zelfstandig naamwoord

fianĉiĝo

fianĉiĝo/fi.anˈtʃi.dʒo/

Officiële stam fianĉ- (Fundamento, 1905)

fianĉiĝo is een Esperanto-woord (zelfstandig naamwoord) met de betekenis ‘verloving’.

Betekenis

verloving

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Definitie in het Esperanto

  1. Solena promeso por edziĝi aŭ edziniĝi al iu
    • heroldoj rajdadis tra la tuta urbo kaj sciigadis la fianĉiĝon
    • oni festis la fianĉiĝon de la filino

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0 · reta-vortaro.de

Uitspraak

IPA
/fi.anˈtʃi.dʒo/
Lettergrepen
fi·an·ĈI·ĝo
Beluisteren
Wikimedia Commons

Woordopbouw

  1. fianĉstamfianĉo
  2. iĝachtervoegselworden
  3. ouitgangzelfstandig naamwoord

Vormen

enkelvoudmeervoud
onderwerpfianĉiĝofianĉiĝoj
lijdend voorwerp (-n)fianĉiĝonfianĉiĝojn

Voorbeeldzinnen

  • La heroldoj rajdadis tra la tuta urbo kaj sciigadis la fianĉiĝon.De herauten reden door de hele stad en kondigden de verloving aan. #4219392
  • Li aĉetis por ŝi ringon de fianĉiĝo, sed ili neniam geedziĝis.Hij heeft een verlovingsring voor haar gekocht maar ze zijn nooit getrouwd. #11799553
  • Hieraŭ la fianĉiĝo de sinjoro Rogers kaj de fraŭlino Smith estis anoncita.Gisteren werd de verloving van de heer Rogers en van juffrouw Smith aangekondigd. #3029863

Tatoeba, CC BY 2.0 FR

Verwante woorden

fianĉ-

In andere talen

Englishengagement, betrothal
Españolcompromiso
Françaisfiançailles
DeutschVerlobung
Polskizaręczyny
Українськазаручини (хлопця)
中文婚约
日本語婚約
Българскиангажимент
Bahasa Indonesialamaran, pinangan, pertunangan
Беларускаязаручыны

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Uitspraak, woordopbouw en vormen: Esperantopedia, CC BY-SA 4.0

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.