Esperantopedia

Woordenboek · zelfstandig naamwoord

havo

havo/ˈha.vo/

Officiële stam hav- (Fundamento, 1905)

havo is een Esperanto-woord (zelfstandig naamwoord) met de betekenis ‘bezit’.

Betekenis

bezit

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Verwante betekenissen: eigendom, bezitting, goed

Engelstalig WikiWoordenboek (vertaaltabellen), CC BY-SA 4.0 · en.wiktionary.org

Definitie in het Esperanto

  1. Tio, kion oni havas, posedas
    • mia filino pli volas homon sen havaĵo, ol havaĵon sen homo
    • li havis vastan dometon, multon da tero, bruto kaj ĉia havo

    zie ook: apartenaĵo, posedo, propraĵo, proprietaĵo

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0 · reta-vortaro.de

Uitspraak

IPA
/ˈha.vo/
Lettergrepen
HA·vo
Beluisteren
Wikimedia Commons

Woordopbouw

  1. havstamhavo
  2. ouitgangzelfstandig naamwoord

Vormen

enkelvoudmeervoud
onderwerphavohavoj
lijdend voorwerp (-n)havonhavojn

Voorbeeldzinnen

  • Kiam havo malaperis, saĝo aperis.Het is te laat om de staldeur te sluiten als het paard inmiddels al is weggelopen. #648497havo: bezit
  • Pli bona estas paco feliĉa, ol havo plej riĉa.Beter geluk en vrede, dan de grootste rijkdom. #649441havo: bezit
  • Pli feliĉa sinjoro sen havo, ol riĉulo sed sklavo.Een heer zonder goed is gelukkiger dan een rijke slaaf. #649471

Tatoeba, CC BY 2.0 FR

Verwante woorden

hav-

In andere talen

Englishasset, possession, property
Españolposesión
Portuguêsbem (propriedade)
Françaisavoir, bien, fortune
DeutschHabe, Habseligkeit
Polskimajątek, dobytek, mienie
Русскийимущество
Українськамайно
Češtinajmění, majetek
Slovenčinamajetok
Magyarvagyon, jószág
日本語持ち物
Românăproprietate
Bahasa Indonesiaaset, milik, kepemilikan, kepunyaan
ไทยทรัพย์สิน
Беларускаямаёмасьць

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Uitspraak, woordopbouw en vormen: Esperantopedia, CC BY-SA 4.0

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.