Esperantopedia

Woordenboek · zelfstandig naamwoord

malriĉo

malriĉo/malˈri.tʃo/

Officiële stam riĉ- (Fundamento, 1905)

malriĉo is een Esperanto-woord (zelfstandig naamwoord) met de betekenis ‘armoede’.

Betekenis

armoede

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Definitie in het Esperanto

  1. Malabundo, manko je mono, havaĵoj, enhavo
    • pereo por la malriĉuloj estas ilia malriĉo
    • oni sentas tian mankon kaj malriĉon, se neniu ion diras ĉetombe

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0 · reta-vortaro.de

Uitspraak

IPA
/malˈri.tʃo/
Lettergrepen
mal·RI·ĉo

Woordopbouw

  1. malvoorvoegseltegenovergestelde
  2. riĉstamriĉo
  3. ouitgangzelfstandig naamwoord

Vormen

enkelvoudmeervoud
onderwerpmalriĉomalriĉoj
lijdend voorwerp (-n)malriĉonmalriĉojn

Voorbeeldzinnen

  • Malriĉo instruis lin esti memstara.De armoede had hem geleerd op eigen benen te staan. #1193811
  • Malriĉo pli malbonas ol malsano.Armoede is erger dan ziekte. #11511481
  • Malriĉo ne estas hontinda.Armoe is geen schande. #1809220

Tatoeba, CC BY 2.0 FR

Verwante woorden

riĉ-

In andere talen

Englishpoverty, penury
Españolpobreza
Françaispaupérisme, pauvreté
DeutschArmut
Polskibieda
Русскийбедность
Magyarszegénység
Türkçeyoksulluk
中文贫困
Românăsărăciei
Catalàpobresa
Bahasa Indonesiakemiskinan
Беларускаябеднасьць

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Uitspraak, woordopbouw en vormen: Esperantopedia, CC BY-SA 4.0

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.