Esperantopedia

Woordenboek · zelfstandig naamwoord

paroĥestro

paroĥestro/pa.roˈxes.tro/

Officiële stam paroĥ- (Fundamento, 1905)

paroĥestro is een Esperanto-woord (zelfstandig naamwoord) met de betekenis ‘pastoor’.

Betekenis

pastoor

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Definitie in het Esperanto

  1. Respondeculo pri precipaj religiaĵoj en paroĥo.
  2. Pastro al kiu episkopo komisiis predikadon kaj sakramentadon en unu paroĥo de la episkopujo

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0 · reta-vortaro.de

Uitspraak

IPA
/pa.roˈxes.tro/
Lettergrepen
pa·ro·ĤES·tro
Beluisteren
Wikimedia Commons

Woordopbouw

  1. paroĥstamparoĥo
  2. estrachtervoegselleider, hoofd
  3. ouitgangzelfstandig naamwoord

Vormen

enkelvoudmeervoud
onderwerpparoĥestroparoĥestroj
lijdend voorwerp (-n)paroĥestronparoĥestrojn

Voorbeeldzinnen

  • La paroĥestro estas en la preĝejo.De pastoor is in de kerk. #11950253
  • La paroĥestro diris, ke Tom brulos en infero.De pastoor zegde dat Tom in de hel zal branden. #2199168
  • Saluton, sinjoro paroĥestro.Goedemorgen, meneer pastoor. #12288944

Tatoeba, CC BY 2.0 FR

Verwante woorden

paroĥ-

In andere talen

Englishrector, vicar
Françaiscuré (chargé de paroisse)
DeutschPfarrgemeindevorsteher
Polskipleban
Українськапарох, парафіяльний священик
Magyarplébános
Românăpreot
Беларускаяпробашч

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Uitspraak, woordopbouw en vormen: Esperantopedia, CC BY-SA 4.0

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.