Nederlands–Esperanto
ja in het Esperanto
‘ja’ is Jes. in het Esperanto.
Jes.
/jes/
Woorden: jes ja
„Ja” is in het Esperanto Jes (jes), uitgesproken met de j van „ja” en de korte e van „bed”. Het is het gebruikelijke antwoord op een ja/nee-vraag, die in het Esperanto met ĉu begint: Ĉu vi parolas Esperanton? – Jes.
Andere manieren om het te zeggen
- Certe!„Zeker!”
- Kompreneble!„Natuurlijk!”
- Jes, dankon.„Ja, graag.” (een aanbod aannemen)
- Bone.„Oké.”
Voorbeeldzinnen
- Ĉu vi estas laca? – Jes.„Ben je moe?” „Ja.”
- Jes, mi fartas bone.„Ja, het gaat goed met me.”
Esperantopedia · Tatoeba, CC BY 2.0 FR
Verwar jes niet met ja: dat bestaat ook in het Esperanto, maar het is een nadrukwoordje (ongeveer „immers, toch”) en betekent niet „ja”.
Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0 · Wiktionary, CC BY-SA 4.0