Esperantopedia

Zinnen

Spreekwoorden in het Esperanto: Zamenhofs Proverbaro

De klassieke Esperanto-spreekwoorden in hun oorspronkelijke vorm, met letterlijke vertaling en de Nederlandse spreekwoorden die erbij passen.

Bijgewerkt: 3 min. leestijd

De Proverbaro Esperanta is een verzameling van ongeveer 2630 spreekwoorden en gezegden die L. L. Zamenhof in het Esperanto bracht en in 1910 uitgaf. Hij baseerde zich op een verzameling die zijn vader, Markus Zamenhof, in het Russisch, Pools, Frans en Duits had bijeengebracht. Hieronder staan 32 gezegden uit de Proverbaro, per thema gegroepeerd, elk met een letterlijke vertaling en, waar er een bekend is, het bijpassende Nederlandse spreekwoord.

Esperanto-spreekwoorden per thema

De formulering en spelling volgen de edities van 1910 en 1925; de apostrof in Temp' vervangt een weggelaten -o. De Nederlandse equivalenten liggen dicht bij de betekenis en zijn geen woordelijke vertaling; „–” betekent dat er geen bekend equivalent is. Voor alledaagse uitdrukkingen zie basiszinnen.

Werk en geld

EsperantoLetterlijke betekenisNederlands equivalent
Komenco bona — laboro duona.Een goed begin is het halve werk.Een goed begin is het halve werk.
Sen laboro ne venas oro.Zonder werk komt er geen goud.–
Kiu amas la liton, ne akiros profiton.Wie van het bed houdt, zal geen winst behalen.–
Ne prokrastu ĝis morgaŭ, kion vi povas fari hodiaŭ.Stel niet uit tot morgen wat je vandaag kunt doen.Stel niet uit tot morgen wat je vandaag kunt doen.
Ŝparu groŝon — vi havos plenan poŝon.Spaar een muntje en je krijgt een volle zak.Wie de penning niet eert, is de daalder niet weerd.

Woorden en zwijgen

EsperantoLetterlijke betekenisNederlands equivalent
Parolo estas arĝento, oron similas silento.Spreken is zilver; zwijgen lijkt op goud.Spreken is zilver, zwijgen is goud.
Granda parolisto estas duba faristo.Een groot prater is een twijfelachtige doener.Veel geschreeuw en weinig wol.
Vundo pasas, vorto restas.Een wond gaat voorbij, een woord blijft.–
La muro havas orelojn.De muur heeft oren.De muren hebben oren.
Gardu vin du baroj: lipoj kaj dentaroj.Laat twee barrières je bewaken: de lippen en het gebit.–

Vrienden

EsperantoLetterlijke betekenisNederlands equivalent
Amikon montras malfeliĉo.Ongeluk toont wie je vriend is.In nood leert men zijn vrienden kennen.
Kun kiu vi festas, tia vi estas.Met wie je feest, zo ben je.Zeg me met wie je omgaat, en ik zeg je wie je bent.

Leren

EsperantoLetterlijke betekenisNederlands equivalent
Per pacienco venas scienco.Door geduld komt kennis.–
Lernu juna — vi scios maljuna.Leer als je jong bent, dan weet je het als je oud bent.Jong geleerd is oud gedaan.
Homo lernas la tutan vivon.Een mens leert zijn hele leven.Men leert nooit uit.

Tijd en lot

EsperantoLetterlijke betekenisNederlands equivalent
Temp' estas mono.Tijd is geld.Tijd is geld.
Kiu vivos, tiu vidos.Wie leeft, zal zien.De tijd zal het leren.
Ne en unu tago elkreskis Kartago.Carthago groeide niet op in één dag.Rome is ook niet in één dag gebouwd.
Plej bone ridas, kiu laste ridas.Het best lacht wie het laatst lacht.Wie het laatst lacht, lacht het best.
Pli bone malfrue, ol neniam.Beter laat dan nooit.Beter laat dan nooit.

Oorzaak en gevolg, schijn

EsperantoLetterlijke betekenisNederlands equivalent
Kiu semas venton, rikoltos fulmotondron.Wie wind zaait, zal onweer oogsten.Wie wind zaait, zal storm oogsten.
Kia ago, tia pago.Zo de daad, zo de betaling.–
Ne ĉio brilanta estas diamanto.Niet alles wat schittert is diamant.Het is niet al goud wat er blinkt.
Ne juĝu pri afero laŭ ĝia ekstero.Oordeel niet over een zaak naar haar buitenkant.Beoordeel een boek niet op zijn kaft.
Unu ovo malbona tutan manĝon difektas.Eén slecht ei bederft de hele maaltijd.Eén rotte appel in de mand maakt de hele mand rot.

Dieren, thuis en in het buitenland

EsperantoLetterlijke betekenisNederlands equivalent
Kiu bojas, ne mordas.Wie blaft, bijt niet.Blaffende honden bijten niet.
Kiam kato promenas, la musoj festenas.Als de kat gaat wandelen, houden de muizen feest.Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel.
Fiŝo pli granda malgrandan englutas.Een grotere vis slikt een kleinere in.De grote vis eet de kleine.
Pri la lupo rakonto, kaj la lupo renkonte.Men praat over de wolf, en de wolf komt eraan.Als je van de duivel spreekt, trap je op zijn staart.
Monto gravediĝis, muso naskiĝis.De berg werd zwanger, een muis werd geboren.De berg heeft een muis gebaard.
Ĉio transmara estas ĉarma kaj kara.Alles van overzee is charmant en dierbaar.–
Neniu estas profeto en sia urbeto.Niemand is profeet in zijn stadje.Niemand is profeet in eigen land.

Waar komt de Proverbaro vandaan?

Markus Zamenhof begon in 1905 met het uitgeven van een vergelijkende Russisch-Pools-Frans-Duitse frasenverzameling en overleed voordat die klaar was. Omdat hij ook een Esperantodeel wilde, bereidde zijn zoon er een voor; het verscheen in afleveringen, in 1910 als boek, en in 1925 in Parijs in een tweede druk. De verzameling mengt echte spreekwoorden met idiomatische uitdrukkingen als Ĉerpi akvon per kribrilo – „water scheppen met een zeef”, een zinloze taak. Zie ook Zamenhof en Esperantoliteratuur.

De tekst telt 1232 genummerde groepen verwante gezegden, gerangschikt naar de Russische sleutelwoorden van het origineel, met achteraan een alfabetische onderwerpsindex.

Hoe wordt ze nu gebruikt?

Het woordenboek ReVo noemt de uitgave van 1974 in zijn bibliografie (afkorting PrV) en citeert haar in veel trefwoorden. De taalkundige Sabine Fiedler (2015) meldt dat slechts ongeveer 7% van de 2630 eenheden algemeen bekend is bij sprekers, en noemt de laatste twee gezegden in de tabellen erg populair tegenwoordig. Een uitgebreidere moderne versie, de achttalige Oklingva Proverbaro, verscheen in 2020. Meer om te lezen: voorbeeldteksten.

Woordvorming in de spreekwoorden

WoordOnderdelenBetekenis
proverbaroproverb·ar·oeen verzameling spreekwoorden
dentarodent·ar·ode tanden als geheel, het gebit
parolisto, faristoparol·ist·o, far·ist·oeen prater, een doener (-ist-: iemand die iets als beroep of gewoonte doet)
malfeliĉomal·feliĉ·oongeluk
malfruemal·fru·elaat (frue is „vroeg”)
malŝparimal·ŝpar·iverspillen, het tegendeel van ŝpari „sparen”

Het achtervoegsel -ar- betekent een geheel van veel gelijksoortige dingen, -ist- een persoon die iets vaak of beroepsmatig doet en mal- het rechtstreekse tegendeel. Zie woordvorming, achtervoegsels en voorvoegsels.

Patronen die ze makkelijk te onthouden maken

Veel spreekwoorden rijmen (ago – pago, bona – duona) of koppelen correlatieven: Kiu vivos, tiu vidos, Kia ago, tia pago. Andere gebruiken ju … des: Ju pli da bruo, des malpli da ĝuo. – „Hoe meer lawaai, des te minder plezier.” Dat patroon herken je direct uit het Nederlandse „hoe … des te …”. Fiedler merkt op dat ze het lijdend voorwerp vaak voor het werkwoord zetten, zoals het achtervoegsel -n toelaat (Amikon montras malfeliĉo), of werkwoorden omwisselen voor nadruk: Pri gustoj oni disputi ne devas (gewone volgorde: oni ne devas disputi).

Uitdrukkingen uit het woordenboek

ReVo noteert ook beeldspraak:

EsperantoReVo’s uitlegTrefwoord
perdi la kaponzijn gezonde verstand verliezen, gek wordenkapo
lia nomo estas sur ĉies langohij is heel beroemdlango
bruligi siajn fingrojnzichzelf compromitteren, onaangename ervaringen opdoenfingro
foriri kun longa nazoteleurgesteld vertrekken, zonder iets bereikt te hebbennazo

Nederlandstaligen herkennen hier meteen „het hoofd verliezen”, „zijn vingers branden” en „met een lange neus vertrekken”.

Veelgestelde vragen

Wie schreef de Esperanto-spreekwoorden?

L. L. Zamenhof bracht de verzameling samen en gaf de gezegden uit de Russisch-Pools-Frans-Duitse verzameling van zijn vader Markus Zamenhof weer in het Esperanto. Veel ervan lijken daarom op spreekwoorden die in heel Europa bekend zijn.

Hoeveel spreekwoorden staan er in de Proverbaro Esperanta?

Ongeveer 2630 verschillende, volgens Fiedler (2015), Vikipedio en de nummering van de uitgave van 1974. Ze zijn gedrukt in 1232 genummerde groepen en sommige gezegden komen in meerdere groepen voor.

Welke Esperanto-spreekwoorden kennen sprekers echt?

Weinig: slechts ongeveer 7% van de eenheden is algemeen bekend (Fiedler, 2015). Ze noemt Ĉio transmara estas ĉarma kaj kara en Neniu estas profeto en sia urbeto als erg populair.

Waar kan ik de hele Proverbaro lezen?

De uitgave van 1925 is overgetypt op Vikifontaro (Esperanto-Wikisource); een gedigitaliseerd exemplaar van de tekst uit 1910 staat ook online (zie Bronnen).

Bronnen

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.