Zinnen
Valse vrienden in het Esperanto voor Nederlandstaligen
Zevenendertig Esperanto-woorden die op Nederlandse lijken maar iets anders betekenen, elk met het juiste woord voor wat je bedoelde.
Een valse vriend in het Esperanto is een woord dat op een Nederlands woord lijkt maar iets anders betekent. Het bekendste voorbeeld is mondo: dat is „wereld”, niet „mond”; een mond is buŝo. De tabellen hieronder bevatten 37 van zulke woorden, gegroepeerd naar soort en gecontroleerd in het woordenboek Reta Vortaro (ReVo), dat ook Nederlandse vertalingen geeft. Lijkt op is het Nederlandse woord waaraan het Esperanto-woord doet denken (door spelling of klank), Betekent eigenlijk is de Esperanto-betekenis, en Zeg in plaats daarvan geeft het Esperanto-woord voor de Nederlandse betekenis.
Zeven van de woorden in de tabellen horen bij de 100 meest voorkomende Esperanto-woorden van onze woordenlijst: vi (rang 4), de (7), al (8), en (9), ŝati (47), dum (62) en tempo (78); post (102) en domo (103) volgen er direct op. Je komt de valkuilen dus al in de eerste lessen tegen.
Kleine woorden
Juist de korte functiewoorden spelen je parten, omdat ze zo vaak voorkomen. Meer over voorzetsels en voornaamwoorden staat op de pagina's veelgemaakte fouten en voornaamwoorden.
| Esperanto | Lijkt op | Betekent eigenlijk | Zeg in plaats daarvan |
|---|---|---|---|
| de | de (lidwoord) | van, vanaf | la „de, het” |
| en | en | in | kaj „en” |
| al | al | aan, naar, tot | jam „al, reeds”, ĉiuj „alle” |
| ja | ja | immers, toch (nadruk) | jes „ja” |
| post | post | na, achter | poŝto „post” |
| dum | dom | tijdens, terwijl | stulta „dom” |
| vi | wie, wij (klank) | je, jij, u, jullie | kiu „wie”, ni „wij” |
| ĵus | jus | net, zojuist | suko „sap” |
- De en la: het Esperanto heeft maar één bepaald lidwoord, la, voor „de” en „het”, in enkelvoud en meervoud: la domo „het huis”, la domoj „de huizen”. De is een voorzetsel: la libro de Maria „het boek van Maria”. Een onbepaald lidwoord als „een” bestaat niet: domo is „een huis”. Zie het lidwoord.
- En en kaj: en is een voorzetsel: en la domo „in het huis”. Voor „en” tussen woorden zeg je kaj: pano kaj butero „brood en boter”.
- Al: al geeft de richting of de ontvanger aan: Mi donas libron al Maria „Ik geef Maria een boek”. „Al” in de zin van „reeds” is jam (Ŝi jam venis „Ze is al gekomen”).
- Ja en jes: jes is „ja”. Ja versterkt een zin; ReVo vertaalt het met „immers” of „toch”: Vi ja scias! „Je weet het toch!”
- Post en poŝto: post tri tagoj is „na drie dagen”. De dienst die brieven bezorgt heet poŝto; het verschil zit in de ŝ („sj”).
- Dum en stulta: dum staat voor een zelfstandig naamwoord (dum la tago „overdag”) of voor een bijzin (dum li ankoraŭ parolis „terwijl hij nog sprak”). Met „dom” heeft het niets te maken; dat is stulta (ReVo: „stom, dom”).
- Vi: vi betekent „jij”, „je”, „u” en ook „jullie”. Het Esperanto maakt geen onderscheid tussen „je” en „u”, en vi toont geen geslacht of rang (PMEG). Een vertrouwelijk ci staat wel in het woordenboek van het Fundamento, maar volgens PMEG wordt het bijna nooit gebruikt.
- Ĵus: Mi ĵus venis is „Ik ben net gekomen”. Spreek de ĵ uit als „zj”, zoals in „bagage”. Sap, zoals in „jus d'orange”, is suko.
Zelfstandige naamwoorden
Mensen, lichaam en dieren
| Esperanto | Lijkt op | Betekent eigenlijk | Zeg in plaats daarvan |
|---|---|---|---|
| mondo | mond | wereld | buŝo „mond” |
| mano | man | hand | viro „man” |
| mamo | mama | (vrouwelijke) borst | panjo „mama”, patrino „moeder” |
| nepo | nep | kleinzoon | falsa „vals, nep” |
| filo | file | zoon | dosiero „bestand”, ŝtopiĝo de la trafiko „file” |
| fraŭlo | vrouw (klank) | vrijgezel, ongehuwde man | virino „vrouw”, edzino „echtgenote” |
| koro | koor | hart | ĥoro „koor” |
| kolo | kool | hals, nek | brasiko „kool (groente)”, karbo „(steen)kool” |
| koko | kok | hoen, kip | kuiristo „kok” |
- Mondo en buŝo: mondo is „wereld”; Wiktionary leidt het af van Frans monde en Latijn mundus. Een mond is buŝo.
- Mano en viro: mano is een hand, geen man. Een man is viro, een vrouw virino.
- Mamo en panjo: ReVo definieert mamo als het deel van de borst bij vrouwen dat de melkklieren bevat. „Mama” is panjo, een koosvorm van patrino „moeder”; „papa” is paĉjo. Zie familie.
- Nepo en nepino: nepo is de zoon van je zoon of dochter, nepino de dochter van je zoon of dochter. „Nep” is falsa.
- Filo: filo is „zoon”, filino „dochter”. Een computerbestand is dosiero. Een file op de weg is een ŝtopiĝo de la trafiko, zoals ReVo het gebruikt.
- Fraŭlo: fraŭlino is een ongehuwde vrouw (ReVo). „Vrouw” is virino, „echtgenote” edzino.
- Koro, ĥoro: de ĥ is de „ch” van „lachen”: koro spreek je uit als KO-ro, ĥoro als CHO-ro. Wiktionary leidt koro af van Latijn cor.
- Kolo, brasiko, karbo: het Nederlandse „kool” dekt hier twee woorden: de groente is brasiko, de brandstof karbo. Kolo is ReVo's „hals, nek”.
- Koko: koko is volgens ReVo een hoen en volgens Wiktionary „kip” of „gevogelte”; het woord komt uit Frans coq en Engels cock. Een kok is een kuiristo (kuiri „koken” + -isto).
Dingen en begrippen
| Esperanto | Lijkt op | Betekent eigenlijk | Zeg in plaats daarvan |
|---|---|---|---|
| domo | dom | huis, gebouw | stulta „dom” |
| sorto | soort | lot, noodlot | speco „soort” |
| kampo | kamp | veld, akker | tendaro „kamp” |
| korto | kort | binnenplaats, hof | mallonga „kort” |
| pilo | pil | batterij (element) | pilolo „pil” |
| brando | brand | brandewijn, sterkedrank | fajro „vuur”, incendio „brand” |
| roko | rok | rots | jupo „rok” |
| tempo | tempo | tijd | rapido „tempo, snelheid” |
| vesto | vest | kleding, kledingstuk | veŝto „vest” |
| boto | boot | laars | boato „boot” |
- Domo: een huis is domo: Mia domo estas granda „Mijn huis is groot”. Voor „dom” zeg je stulta.
- Sorto en speco: ReVo vertaalt sorto met „lot”. Wiktionary leidt het af van Frans sort en Italiaans sorte, uiteindelijk van Latijn sors „lot”. „Soort” is speco: speco de serpentoj „een soort slang”.
- Kampo: ReVo vertaalt kampo met „veld, akker” en kent ook het open terrein waar iets gebeurt (la kampo de la batalo „het slagveld”). Een kamp om in te overnachten is een tendaro (tendo „tent” + -ar- „groep”).
- Korto: korto is een binnenplaats of erf. „Kort” is mallonga, het tegenovergestelde van longa „lang”.
- Pilo: pilo is een kleine energiebron, dus een batterij. Een pil om in te nemen is pilolo.
- Brando: Wiktionary leidt brando af van Engels brandy, dat teruggaat op Nederlands brandewijn. Het Nederlands is hier dus zelf de bron. Voor „brand” zeg je fajro („vuur”) of incendio („grote brand”).
- Roko: ReVo vertaalt roko met „rots”. Het kledingstuk is een jupo.
- Tempo: tempo is „tijd” (la tempo pasas „de tijd gaat voorbij”). Snelheid of tempo is rapido (ReVo: la rapido de la sono „de snelheid van het geluid”).
- Vesto en veŝto: ReVo vertaalt vesto met „kleding, kleren”. Een vest is een veŝto. Meer valkuilen staan op de pagina kleding.
- Boto en boato: ReVo definieert boto als een hoge schoen van rubber of leer die tot de knie reikt. Een kleine boot is een boato.
Werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden
| Esperanto | Lijkt op | Betekent eigenlijk | Zeg in plaats daarvan |
|---|---|---|---|
| turni | turnen | draaien | gimnastiki „turnen” |
| mordi | moord | bijten | murdi „vermoorden”, murdo „moord” |
| ŝati | schatten, schat | leuk vinden, waarderen | taksi „schatten, taxeren” |
| brili | bril | schitteren, schijnen | okulvitroj „bril” |
| lasta | last | laatste | ŝarĝo „last” |
- Turni: Ŝi turnis la ŝlosilon en la seruro – „Ze draaide de sleutel in het slot.” Wie „turnen” bedoelt, zegt gimnastiki.
- Mordi: La hundo mordis mian manon – „De hond beet in mijn hand.” Bij „moord” hoort murdo, bij „vermoorden” murdi.
- Ŝati: ŝati kafon is „koffie lekker vinden”. Wie „schatten” in de zin van „inschatten” bedoelt, zegt taksi; ReVo vertaalt taksi met „taxeren, schatten, waarderen”. Een schat die je vindt is een trezoro.
- Brili: La suno brilas „De zon schijnt”. Een bril is okulvitroj (meervoud).
- Lasta: Li alvenis la lasta – „Hij kwam als laatste aan.” Een last die je draagt is een ŝarĝo.
Woorden die maar gedeeltelijk overeenkomen
Deze woorden delen iets met hun Nederlandse tegenhanger, maar de overeenkomst is niet volledig.
| Esperanto | Lijkt op | Betekent eigenlijk | Zeg in plaats daarvan |
|---|---|---|---|
| stato | staat (toestand) | toestand, gesteldheid | ŝtato „staat (land)” |
| glaso | glas | drinkglas | vitro „glas (stof), ruit” |
| krano | kraan | (water)kraan | gruo „hijskraan” |
| nu | nu | welnu, kom (tussenwerpsel) | nun „nu (op dit moment)” |
| gimnazio | gymnasium | middelbare school, per land anders ingericht | – |
- Stato en ŝtato: het Nederlandse „staat” dekt beide woorden. „In goede staat” is en bona stato (toestand), „de staat” (land) is ŝtato. Het verschil zit in de ŝ, die je als „sj” uitspreekt.
- Glaso en vitro: glaso is het glas om uit te drinken (glaso da akvo „een glas water”); het materiaal en de ruit zijn vitro.
- Krano en gruo: krano is de kraan van de waterleiding. Een hijskraan, en ook de vogel kraanvogel, is gruo.
- Nu en nun: nu is een tussenwerpsel om aan te moedigen of de aandacht te trekken: Nu, aŭskultu! „Welnu, luister!” ReVo geeft als Nederlandse vertalingen „nu, wel, welnu”. Voor „nu” in de zin van „op dit moment” zeg je nun.
- Gimnazio: ReVo definieert het als een middelbare school die per land anders is ingericht. Het Nederlandse gymnasium, een vwo-school met Latijn en Grieks, is er één type van.
Eén Nederlands woord, meerdere Esperanto-woorden
Hier is de valkuil omgekeerd: het Nederlandse woord dekt dingen die het Esperanto scheidt.
| Nederlands | Esperanto-woorden | Verschil |
|---|---|---|
| leren | lerni / instrui | lerni is zelf leren, instrui is „iemand iets leren”, onderwijzen |
| neef, nicht | kuzo, kuzino / nevo, nevino | de kinderen van een oom of tante, tegenover de kinderen van een broer of zus |
| wortel | karoto / radiko | de groente, tegenover de wortel van een plant of tand, ook de stam van een woord |
| kool | brasiko / karbo | de groente, tegenover steenkool of houtskool |
| bank | banko / benko / sofo | de geldinstelling, de bank om op te zitten (buiten) en de bank in de woonkamer |
| slot | seruro / kastelo / fino | het slot van een deur, het kasteel en het einde |
| draad | drato / fadeno | metaaldraad of kabel, tegenover naai- of weefdraad |
| rijden | veturi / rajdi | veturi is rijden in een voertuig, rajdi is rijden op een paard of motor; fietsen is bicikli |
| lang | alta / longa | lang van gestalte, tegenover lang in afstand of tijd |
| oud | maljuna / malnova | levende wezens, tegenover dingen |
| zij | ŝi / ili | één vrouw, tegenover meer personen of dingen |
| dan | ol / tiam | „groter dan” is pli granda ol, „toen, op dat moment” is tiam |
Een paar toelichtingen: ReVo vertaalt kuzo én nevo beide met „neef”, en rajdi met „rijden (op een dier)”. Voor „Hoe oud ben je?” gebruik je niet maljuna maar Kiom aĝa vi estas?; zie mensen beschrijven. En ŝi spreek je uit als „sji”, niet als „zij”.
Gelukkig ook goede vrienden
Niet elk gelijkend woord is een valstrik. De ReVo-definities komen overeen met het Nederlands bij de volgende woorden.
| Esperanto | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| eventuale | eventueel | voor Engelstaligen een valstrik („eventually”), voor jou niet |
| aktuala | actueel | „van belang op dit moment”; voor „huidig” raadt ReVo nuna aan (la nuna jaro „het huidige jaar”) |
| simpatia | sympathiek | aangenaam, leuk gevonden |
| humoro / humuro | humeur / humor | humoro is de stemming, humuro de humor: het Nederlands maakt hetzelfde onderscheid |
| romano | roman | letterlijk hetzelfde woord |
| preciza | precies, nauwkeurig | |
| kontroli | controleren | |
| gimnastiko | gymnastiek |
Veel gelijkende woorden kloppen dus wel. Zo betekenen hundo (hond), trinki (drinken), ŝtono (steen), butero (boter), ŝtalo (staal), vango (wang), ŝpari (sparen) en kuko (koek) precies wat je verwacht. Je kennis van het Nederlands helpt je dus ook echt.
Klanken die je parten spelen
Een gelijkend woord kan ook anders klinken dan je denkt. Twee voorbeelden voor Nederlandstaligen, de rest staat bij Alfabet en uitspraak:
- De u is „oe”. Het Nederlands spreekt „u” uit als in „uur”, het Esperanto als „oe”: kun klinkt als „koen”, lundo als „LOEN-do”, buso als „BOE-so”.
- De c is „ts”. Het Esperanto kent geen „s” of „k” voor de c: cent klinkt als „tsent” en centro als „TSEN-tro”.
De valse vrienden in zinnen
| Esperanto | Nederlands |
|---|---|
| Mi vidis la tutan mondon. | Ik heb de hele wereld gezien. |
| La hundo mordis mian manon. | De hond beet in mijn hand. |
| Dum mi laboras, mia filo ludas. | Terwijl ik werk, speelt mijn zoon. |
| Post la lernejo ni iras al la poŝto. | Na school gaan we naar het postkantoor. |
| Mia koro batas rapide. | Mijn hart klopt snel. |
| La kuiristo kuiras supon. | De kok kookt soep. |
| Ŝi portas okulvitrojn. | Ze draagt een bril. |
| La suno brilas. | De zon schijnt. |
| Mi trinkas glason da suko. | Ik drink een glas sap. |
| Mia nepo havas tri jarojn. | Mijn kleinzoon is drie. |
| Li estas fraŭlo kaj loĝas sola. | Hij is vrijgezel en woont alleen. |
| Ni iros per boato. | We gaan met de boot. |
| Li alvenis la lasta. | Hij kwam als laatste aan. |
Waarom bestaan er valse vrienden?
De meeste Esperanto-stammen komen uit het Latijn en de Romaanse talen. In onze analyse van de woordherkomst is 69% van de 843 frequente stammen met herkomstgegevens Romaans en 24% Germaans. Een stam behoudt meestal de betekenis die hij in de bronstaal heeft, en die kan afwijken van de Nederlandse verwant.
Wiktionary leidt sorto af van Frans sort en Italiaans sorte, beide uit Latijn sors „lot”, mondo van Frans monde en koro van Latijn cor. Wie Frans of een andere Romaanse taal kent, zit daarom vaak goed: ReVo vertaalt kolo met Frans „cou” en koro met „cœur”. Vertrouw dus niet op de klank van een woord, maar op de betekenis die het in het Esperanto heeft.
Zo voorkom je valse vrienden
- Zoek elk woord dat op een Nederlands woord lijkt op in het woordenboek, dat de betekenis, de woordopbouw en een voorbeeld toont.
- Leer eerst de alledaagse woorden met de 100 meest voorkomende woorden en controleer elk nieuw gelijkend woord hier.
- Gebruik woorddelen om de Nederlandse betekenis te krijgen: tendo „tent” + -ar- „groep” geeft tendaro „kamp”, en kuiri „koken” + -ist- geeft kuiristo „kok”. Zie achtervoegsels.
- Vergelijk je eigen uitglijders met de veelgemaakte fouten.
Veelgestelde vragen
Wat is een valse vriend in het Esperanto?
Het is een Esperanto-woord dat lijkt op een woord uit je eigen taal maar iets anders betekent. Voor Nederlandstaligen horen daar onder meer mondo „wereld”, sorto „lot”, koro „hart” en nepo „kleinzoon” bij.
Betekent mondo „mond” in het Esperanto?
Nee. Mondo is „wereld”. Een mond is buŝo.
Hoe zeg je „ja” in het Esperanto?
Jes. Het woord ja bestaat ook, maar het is een nadrukwoordje: Vi ja scias! „Je weet het toch!”
Hoe zeg je „en” in het Esperanto?
Kaj. En betekent „in”: en la domo „in het huis”.
Hoe controleer ik of een Esperanto-woord betekent wat ik denk?
Zoek het op in het woordenboek voordat je het gebruikt, en lees de definitie, niet alleen de Nederlandse vertaling. ReVo geeft definities in het Esperanto en vertalingen in tientallen talen, waaronder het Nederlands.
Bronnen
- ReVo, kleine woorden: de, en, al, ja, jes, kaj, post, poŝto, dum, stulta, vi, ĵus, jam
- ReVo, mensen, lichaam en dieren: mondo, buŝo, mano, viro, mamo, nepo, filo, dosiero, ŝtopiĝo, fraŭlo, fraŭlino, koro, ĥoro, kolo, brasiko, karbo, koko, kuiristo
- ReVo, dingen en begrippen: domo, sorto, speco, kampo, tendo, tendaro, korto, longa, mallonga, pilo, pilolo, brando, fajro, incendio, roko, jupo, tempo, rapido, vesto, veŝto, boto, boato
- ReVo, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden: turni, gimnastiko, gimnastiki, mordi, murdi, murdo, ŝati, taksi, trezoro, brili, okulvitroj, lasta, ŝarĝo
- ReVo, gedeeltelijke overeenkomsten: stato, ŝtato, glaso, vitro, krano, gruo, nu, nun, gimnazio
- ReVo, één Nederlands woord, meerdere Esperanto-woorden: lerni, instrui, kuzo, nevo, radiko, banko, benko, sofo, seruro, kastelo, fino, drato, fadeno, veturi, rajdi, ol, tiam
- ReVo, goede vrienden: eventuala, aktuala, simpatio, humoro, humuro, romano, preciza, kontroli, hundo, trinki, ŝtono, butero, ŝtalo, vango, ŝpari, kuko
- PMEG: Dua persono (vi, ci)
- Wiktionary (CC BY-SA), Esperanto-etymologieën: brando, sorto, mondo, koro, koko
- Wikipedia (nl): Gymnasium
Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.