Esperantopedia

Woordenboek · bijvoeglijk naamwoord

pasema

pasema/paˈse.ma/

Officiële stam pas- (Fundamento, 1905)

pasema is een Esperanto-woord (bijvoeglijk naamwoord) met de betekenis ‘voorbijgaand’.

Betekenis

voorbijgaand

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Definitie in het Esperanto

  1. Facile pasanta, ne stabila, ne longatempa
    • ŝanĝiĝemaj kaj pasemaj kiel akvaj ondoj
    • filozofoj […] sugestas ke la koncepto de „materio“ estas pasema kaj nebone difinita

    zie ook: efemera, maldaŭra

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0 · reta-vortaro.de

Uitspraak

IPA
/paˈse.ma/
Lettergrepen
pa·SE·ma

Woordopbouw

  1. passtampasi
  2. emachtervoegselneiging, geneigd tot
  3. auitgangbijvoeglijk naamwoord

Vormen

enkelvoudmeervoud
onderwerppasemapasemaj
lijdend voorwerp (-n)pasemanpasemajn

Voorbeeldzinnen

  • Ĉio estas pasema.Alles is vergankelijk. #1521548pasema: voorbijgaand
  • La tempo estas pasema kombinaĵo de memoro kaj espero.De tijd is een vluchtige combinatie van herinnering en hoop. #12772945pasema: voorbijgaand

Tatoeba, CC BY 2.0 FR

Verwante woorden

pas-

In andere talen

Englishpassing, fleeting
Portuguêspassageiro
Françaispassager (adj.)
Deutschvergänglich
Polskiprzejściowy, przelotny
Русскийпреходящий, мимолётный
Українськаскороминущий, короткотривалий
Češtinamíjející, pomíjivý
Slovenčinapominuteľný
Magyarmúlékony
中文稍纵即逝
日本語一時的な
Românătrecător
Беларускаямінучы, часовы

Reta Vortaro (ReVo), GPL 2.0

Uitspraak, woordopbouw en vormen: Esperantopedia, CC BY-SA 4.0

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.