Esperantopedia

Saluton-cursus

Esperanto les 10: woordvorming met voor- en achtervoegsels

Leer één stam en een handvol voor- en achtervoegsels, en je woordenschat vermenigvuldigt zich.

Bijgewerkt:

Les stap voor stap starten

Eén ding tegelijk: de dialoog regel voor regel, nieuwe woorden met geluid en plaatjes, één oefening per scherm.

38 woorden21 oefeningen~19 min

In deze les leer je de truc waardoor de Esperanto-woordenschat zo snel groeit: woorden bouwen uit onderdelen. Een stam plus een voor- of achtervoegsel plus een uitgang levert een nieuw woord op dat je zonder woordenboek begrijpt: lern·ej·o „leer + plaats + zelfstandig naamwoord” = „school”. Je leert acht van de nuttigste voor- en achtervoegsels – mal-, -ej-, -ist-, -in-, -et-, -eg-, -ul- en -an- – en ziet hoe één stam uitgroeit tot een hele woordfamilie.

Dialoog

Het congres heeft een spelletjesavond. Juma, die in les 1 de online groep leidde, presenteert een woordspel.

EsperantoNederlands
Juma: Bonvenon al la vortludo! La reguloj estas simplaj: mi diras vorton, kaj vi faras novajn vortojn.Welkom bij het woordspel! De regels zijn eenvoudig: ik zeg een woord en jullie maken nieuwe woorden.
Juma: La unua vorto: granda. Kio estas la malo?Het eerste woord: granda „groot”. Wat is het tegenovergestelde?
Ana: Malgranda!Klein!
Juma: Ĝuste! Kaj tre, tre granda?Juist! En heel, heel groot?
Tomo: Grandega! Kiel la kongresejo!Reusachtig! Net als het congresgebouw!
Juma: Bonege. Nun: lerni. Kiel ni nomas la lokon, kie oni lernas?Prima. Nu: lerni „leren”. Hoe noemen we de plaats waar je leert?
Keiko: Lernejo!School!
Juma: Kaj la personon, kiu instruas tie?En de persoon die daar lesgeeft?
Ana: Instruisto – aŭ instruistino, se ŝi estas virino.Een leraar – of een lerares, als het een vrouw is.
Juma: Perfekte! Kaj ni ĉiuj ĉi tie, ĉe la kongreso?Perfect! En wij allemaal hier, op het congres?
Tomo: Ni estas kongresanoj!Wij zijn congresdeelnemers!
Juma: Jes! Lasta vorto: domo. Kaj malgranda domo?Ja! Laatste woord: domo „huis”. En een klein huis?
Keiko: Dometo!Een huisje!
Juma: Kaj persono, kiu estas juna?En een persoon die jong is?
Ana: Junulo! Kiel ni!Een jongere! Net als wij!
Juma: Ha ha! Gratulon – vi ĉiuj gajnis!Ha ha! Gefeliciteerd – jullie hebben allemaal gewonnen!

Kie en kiu verbinden ook twee delen van een zin: la lokon, kie oni lernas – „de plaats waar je leert”; la personon, kiu instruas – „de persoon die lesgeeft”.

Nieuwe woorden

EsperantoNederlandsToelichting
vortludowoordspelvorto „woord” + ludo „spel”
reguloregel
simplaeenvoudig
dirizeggen
malohet tegenovergesteldemal- als woord gebruikt
lokoplaats
onimen, je (in het algemeen)kie oni lernas „waar je leert”
instruilesgeven, onderwijzenlerni „leren”
personopersoon
virinovrouwviro „man”
domohuis
junajongmaljuna „oud (van mensen)”
lastalaatste
gajniwinnen
gratulon!gefeliciteerd!
seals, indien
lernejoschoollern- + -ej-
instruistoleraarinstru- + -ist-
kongresanocongresdeelnemerkongres- + -an-
dometohuisjedom- + -et-
grandegareusachtig, enormgrand- + -eg-
junulojongerejun- + -ul-
malsanulejoziekenhuismal- + san- + -ul- + -ej-

Grammatica

Hoe woordvorming werkt

Een Esperanto-woord bestaat uit een stam, eventuele voor- en achtervoegsels en een uitgang. De uitgang laat de woordsoort zien – -o zelfstandig naamwoord, -a bijvoeglijk naamwoord, -e bijwoord, -i werkwoord – en de voor- en achtervoegsels voegen betekenis toe. Het Fundamento (regel 11) zegt dat samengestelde woorden worden gevormd door bestaande delen samen te voegen. Lees meer op de pagina over woordvorming.

lernstamleren
ejachtervoegselplaats
ouitgangzelfstandig naamwoord

lernejoschool

kongresstamcongres
anachtervoegsellid, inwoner
ouitgangzelfstandig naamwoord

kongresanocongresdeelnemer

malvoorvoegseltegenovergestelde
sanstamgezond
ulachtervoegselpersoon
ejachtervoegselplaats
ouitgangzelfstandig naamwoord

malsanulejoziekenhuis

Acht voor- en achtervoegsels om mee te beginnen

Het Esperanto heeft 10 officiële voorvoegsels en 31 achtervoegsels. Deze acht dekken een groot deel van de alledaagse woorden. Zie de volledige lijsten van voorvoegsels en achtervoegsels.

Voor-/achtervoegselBetekenisVoorbeelden
mal-het tegenovergesteldegranda → malgranda „klein”; fermi „sluiten” → malfermi „openen”
-ej-plaats voorlerni → lernejo „school”; kafo → kafejo „café”
-ist-beroep, specialistinstrui → instruisto „leraar”; programo → programisto „programmeur”
-in-vrouwelijkamiko → amikino „vriendin”; instruisto → instruistino „lerares”
-et-klein, zwakkerdomo → dometo „huisje”; ridi „lachen” → rideti „glimlachen”
-eg-groot, sterkergranda → grandega „reusachtig”; pluvo „regen” → pluvego „stortbui”
-ul-persoon met die eigenschapjuna → junulo „jongere”; riĉa „rijk” → riĉulo „rijk iemand”
-an-lid, inwonerkongreso → kongresano „deelnemer”; urbo → urbano „stedeling”

Veel hiervan herken je uit het Nederlands:

  • -et- werkt als de verkleinvorm -je: domo → dometo is „huis” → „huisje”. Maar -et- kan meer: rideti is „glimlachen”, een „klein lachen”.
  • -in- lijkt op „-in” in „vriendin” en „koningin”.
  • -ist- lijkt op „-ist” in „pianist” en „journalist”.
  • -ej- lijkt in zijn gebruik op „-erij” in „bakkerij” of „brouwerij”: een plaats waar iets gebeurt.
  • -eg- heeft geen vast Nederlands equivalent; je hoort er „reuze-” of een los woord voor.

Wat betekent het voor- of achtervoegsel?

Koppel elk Esperantowoord aan zijn betekenis.

    • mal-
      Antwoordhet tegenovergestelde
    • -ej-
      Antwoordplaats voor
    • -ist-
      Antwoordberoep
    • -et-
      Antwoordklein, zwakker
    • -eg-
      Antwoordgroot, sterker
    • -ul-
      Antwoordpersoon met die eigenschap

    Betekenissen: het tegenovergestelde · persoon met die eigenschap · klein, zwakker · plaats voor · groot, sterker · beroep

Verander de uitgang, verander de woordsoort

Dezelfde stam kan een zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord of werkwoord worden door alleen de uitgang te veranderen.

UitgangWoordBetekenis
-o (zelfstandig naamwoord)kantolied
-i (werkwoord)kantizingen
-a (bijvoeglijk naamwoord)kantazang-, lied-
-e (bijwoord)kantezingend, al zingend
kantozelfstandig naamwoord

Eén stam, vier uitgangen

Kies de juiste uitgang.

  1. een lied

    kant

    Uitgang voor kant-
    Antwoordkanto
  2. Ana zingt graag.

    Ana ŝatas kant.

    Uitgang voor kant-
    AntwoordAna ŝatas kanti.
  3. Het werk is interessant.

    La labor estas interes.

    Uitgang voor labor-
    Uitgang voor interes-
    AntwoordLa laboro estas interesa.
  4. Tomo kookt goed.

    Tomo kuiras bon.

    Uitgang voor bon-
    AntwoordTomo kuiras bone.
  5. een gezonde jongen

    san knab

    Uitgang voor san-
    Uitgang voor knab-
    Antwoordsana knabo

Eén stam, een hele familie

Leer de stam san- „gezond” en je begrijpt al een hele woordfamilie. Ons Esperanto-woordenboek toont de onderdelen en de woordfamilie van elk woord.

WoordBetekenis
sanagezond
sanogezondheid
malsanaziek
malsanoziekte
malsanulopatiënt, zieke
malsanulejoziekenhuis
saniĝibeter worden, genezen

Je ziet dezelfde logica in het Nederlandse „ziekenhuis”: letterlijk een huis voor zieken, net als mal·san·ul·ej·o een plaats voor zieke mensen is.

Het achtervoegsel -iĝ- in saniĝi betekent „worden”: je kent het al van renkontiĝi, nomiĝi, komenciĝi en turniĝi.

Voor- en achtervoegsels kunnen ook alleen staan

Omdat voor- en achtervoegsels ook zelf stammen zijn, kunnen ze uitgangen krijgen en woorden worden: malo „het tegenovergestelde”, ejo „een plaats”, eta „piepklein”, ega „enorm”, ino „een vrouwelijk wezen”. Het bijwoord ege „buitengewoon” is heel gewoon: ege bona – „buitengewoon goed”.

Bouw één woord

Typ het antwoord. In plaats van ĉ, ĝ, ŝ, ŭ kun je cx, gx, sx, ux typen.

  1. een plaats om te eten (manĝi + -ej-)

    Antwoordmanĝejo
  2. een tafeltje (tablo)

    Antwoordtableto
  3. een kok – iemand wiens beroep koken is (kuiri)

    Antwoordkuiristo
  4. een zeer sterke wind, een storm (vento)

    Antwoordventego
  5. een lid van de familie (familio)

    Antwoordfamiliano

Oefeningen

Oefeningen bij les 10

  1. Wat betekent malbela?

    Antwoordlelijk
  2. Welk achtervoegsel betekent „plaats”?

    Antwoord-ej-
  3. Vertaal met één woord: „een lerares”

    Antwoordinstruistino
  4. Wat is een dometo?

    Antwoordeen klein huis
  5. Wat betekent mal·san·ul·ej·o?

    Antwoordziekenhuis
  6. Vertaal met één woord: „reusachtig, heel groot”

    Antwoordgrandega
  7. Welk woord betekent „congresdeelnemer”?

    Antwoordkongresano
  8. Vertaal met één woord: „een jongere”

    Antwoordjunulo
  9. Wat is het tegenovergestelde van nova?

    Antwoordmalnova
  10. Welk woord noemt een beroep?

    Antwoordinstruisto

Cultuurhoekje

Het Esperanto heeft een eigen literatuur, geschreven en vertaald sinds 1887. Schrijvers als Kálmán Kalocsay, Julio Baghy en de Schotse dichter William Auld schreven oorspronkelijke poëzie en romans, en Auld vertaalde In de ban van de ring (The Lord of the Rings, 1995–97). Niemand heeft alle Esperanto-boeken geteld; één overzicht schat het aantal op ongeveer 10.000 titels omstreeks 2000. Ontdek de Esperanto-literatuur.

Veelgestelde vragen

Hoeveel voor- en achtervoegsels heeft het Esperanto?

Er zijn 10 officiële voorvoegsels en 31 officiële achtervoegsels, plus zes achtervoegsels voor deelwoorden. Je hoeft ze niet allemaal tegelijk te leren; de acht uit deze les dekken een groot deel van het dagelijks taalgebruik.

Mag ik zelf woorden verzinnen?

Ja, binnen grenzen. Is een combinatie duidelijk en bestaat er nog geen gangbaar woord, dan zullen mensen het begrijpen. Bestaat er al een algemeen bekend woord, gebruik dat dan: iedereen begrijpt malsanulejo „ziekenhuis” (hospitalo komt ook voor).

Is malbona echt het gewone woord voor „slecht”?

Ja. Malbona „slecht” is het standaardwoord, net als malgranda „klein”. Leerlingen vinden woorden met mal- eerst soms vreemd, maar alle sprekers gebruiken ze.

Bronnen

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.