Esperantopedia

Saluton-cursus

Esperanto les 1: begroeten, uitspraak en alfabet

Vijf uitspraakregels, zeven voornaamwoorden en één werkwoordsvorm – genoeg om hallo te zeggen en jezelf voor te stellen.

Bijgewerkt:

Les stap voor stap starten

Eén ding tegelijk: de dialoog regel voor regel, nieuwe woorden met geluid en plaatjes, één oefening per scherm.

53 woorden18 oefeningen~21 min

In deze eerste les leer je Esperanto hardop te lezen, hallo en tot ziens te zeggen en jezelf voor te stellen. Je maakt kennis met de persoonlijke voornaamwoorden mi, vi, li, ŝi en het werkwoord estas – „ben, bent, is, zijn” – dat voor elke persoon hetzelfde is. Heb je Esperanto nog nooit gehoord? Lees dan eerst de vijf uitspraakregels in het onderdeel Grammatica en kom daarna terug naar de dialoog.

Dialoog

Ana woont in São Paulo in Brazilië. Tomo woont in Krakau in Polen. Allebei zijn net lid geworden van een online Esperanto-gespreksgroep die Juma uit Kenia leidt.

EsperantoNederlands
Juma: Saluton al ĉiuj! Mi estas Juma. Mi estas el Kenjo.Hallo allemaal! Ik ben Juma. Ik kom uit Kenia.
Ana: Saluton, Juma! Mi estas Ana. Mi estas el Brazilo.Hoi, Juma! Ik ben Ana. Ik kom uit Brazilië.
Tomo: Bonan tagon! Mi estas Tomo. Mi estas el Pollando.Goedendag! Ik ben Tomo. Ik kom uit Polen.
Juma: Bonvenon, Ana kaj Tomo! Kiel vi fartas?Welkom, Ana en Tomo! Hoe gaat het met jullie?
Ana: Bone, dankon. Kaj vi?Goed, dank je. En met jou?
Juma: Tre bone, dankon!Heel goed, dank je!
Tomo: Mi fartas bone, sed mi estas iom nervoza. Mi estas komencanto.Het gaat goed met me, maar ik ben een beetje zenuwachtig. Ik ben beginner.
Ana: Ankaŭ mi estas komencanto!Ik ben ook beginner!
Juma: Ne gravas. Ĉi tie ni ĉiuj estas amikoj.Geeft niet. Hier zijn we allemaal vrienden.
Tomo: Dankon, Juma. Saluton, Ana!Dank je, Juma. Hallo, Ana!
Ana: Saluton, Tomo! Ĝis lundo?Hallo, Tomo! Tot maandag?
Juma: Jes, ĝis lundo! Ĝis revido, amikoj!Ja, tot maandag! Tot ziens, vrienden!
Tomo: Ĝis revido!Tot ziens!

Lees elke regel twee keer hardop. Leg de klemtoon op de voorlaatste lettergreep: sa-LU-ton, bon-VE-non, ko-men-CAN-to.

Namen behouden vaak hun eigen spelling en klank: Juma is een Swahili-naam, uitgesproken als „DZJOE-ma”, ook al klinkt de Esperanto-letter j als de j in „ja”.

Nieuwe woorden

EsperantoNederlandsToelichting
salutonhallo, hoibegroeting voor elk moment van de dag
bonan tagongoedendagformeler dan saluton
bonvenonwelkom
ĝis revidotot ziensletterlijk „tot (weer)zien”, net als in het Nederlands; kort: ĝis!
miikvoornaamwoord
vije, jij, jullie, uéén persoon of meerdere
lihijvoornaamwoord
ŝizij, ze (één vrouw)voornaamwoord
niwij, wevoornaamwoord
estasben, bent, is, zijntegenwoordige tijd van esti „zijn”
fartizich (gezondheidshalve) voelen, het makenKiel vi fartas? „Hoe gaat het met je?”
eluitel Brazilo „uit Brazilië”
alnaar, aanSaluton al ĉiuj! „Hallo allemaal!”
ĉiujallen, allemaalni ĉiuj „wij allemaal”
nervozazenuwachtig
kajenklinkt als „kaai”
sedmaar
kielhoevraagwoord (les 7)
bonegoedbijwoord
treheel, erg
iomeen beetje
dankondank je, bedankt
ankaŭookankaŭ mi „ik ook”
jesja
komencantobeginnervan komenci „beginnen”
amikovriendmeervoud amikoj (les 2)
ĉi tiehier
ne gravasgeeft niet, maakt niet uitletterlijk „(het) is niet belangrijk”

Grammatica

Uitspraak in vijf regels

De Esperanto-spelling is fonetisch: als je deze vijf regels kent, kun je elk woord hardop lezen. De volledige lijst met letters staat op de pagina alfabet en uitspraak.

  1. Eén letter, één klank. Elke letter wordt uitgesproken en geen enkele letter is stom.
  2. Vijf zuivere klinkers. a, e, i, o, u klinken kort en zuiver, ongeveer zoals in het Spaans of Italiaans: a als in „pak”, e als in „pen”, i als ie in „fiets”, o als in „bot” en u als oe in „boek”.
  3. Een paar letters wijken af van het Nederlands. Leer de tabel hieronder.
  4. Leg de klemtoon op de voorlaatste klinker. SA-lu-ton is fout; zeg sa-LU-ton. Dezelfde regel geldt voor elk woord: BO-ne, es-pe-RAN-to, KI-el.
  5. aj, ej, oj, uj, aŭ, eŭ zijn elk één lettergreep. Kaj klinkt als „kaai” en ankaŭ is AN-kaŭ, met aŭ als au in „blauw”.
Woorden uit de dialoog: de beklemtoonde lettergreep is gemarkeerd
saluton: sa-LU-ton/saˈlu.ton/
bonvenon: bon-VE-non/bonˈve.non/
komencanto: ko-men-CAN-to/ko.menˈtsan.to/
Esperanto: es-pe-RAN-to/es.peˈran.to/
kiel: KI-el/ˈki.el/
LetterKlinkt alsVoorbeeld
cts in „tsaar”komencanto – „beginner”
ĉtsj in „Tsjechië”ĉi tie – „hier”
gg in het Engelse „go” (altijd een harde plofklank)gravas – „is belangrijk”
ĝdzj, zoals de j in „jeans”ĝis – „tot”
ĥch in „lachen”ĥoro – „koor” (zeldzame letter)
jj in „ja”jes – „ja”
ĵzj, zoals de g in „genie” of de j in „journaal”ĵurnalo – „krant”
rgerolde of getikte tongpunt-rrevido – „weerzien”
ss in „sap”, altijd stemloos, nooit zestas – „is”
ŝsj in „sjaal”ŝi – „zij”
uoe in „boek” (niet de Nederlandse u van „bus”)saluton – „hallo”
ŭheel korte oe, alleen na a of eankaŭ – „ook”

Valkuilen voor Nederlandstaligen

Nederlands en Esperanto liggen qua klank dicht bij elkaar, maar op deze punten moet je opletten:

  • c is „ts”, niet „s” of „k”. Anders dan in „cent” of „café” spreek je komencanto uit als ko-men-TSAN-to.
  • ĉ is „tsj”, niet „ch”. De Nederlandse ch van „lachen” schrijft het Esperanto als ĥ. Ĉi tie begint dus als „tsjie”.
  • g is een harde g, geen keelklank. De schurende g van „goed” bestaat niet in het Esperanto; die komt in de buurt van ĥ. Zeg g als in het Engelse „go”: gravas.
  • u is „oe”. Saluton spreek je uit als sa-LOE-ton, niet met de u van „bus” of „muur”.
  • Een volle e aan het eind. In bone en kiel is de e geen toonloze sjwa zoals in „bonne” of „mooie”, maar een heldere e als in „pen”: BO-ne. Hetzelfde geldt voor elke klinker aan het woordeinde.
  • Houd klinkers zuiver. In veel Nederlandse accenten schuiven lange klinkers als ee en oo een beetje door naar een tweeklank. In het Esperanto blijft de klinker van begin tot eind hetzelfde.
  • Slotmedeklinkers blijven stemhebbend. In het Nederlands klinkt „hond” als „hont”, maar sed „maar” eindigt op een echte d.
  • v en z zijn stemhebbend. Vi begint met een echte v, niet met iets wat naar f neigt; z klinkt als in „zon”.

Persoonlijke voornaamwoorden

Het Esperanto heeft zeven basale persoonlijke voornaamwoorden (oni „men” volgt pas in les 10). Ze veranderen nooit voor beleefdheid: vi is „je”, „jij”, „jullie” én „u” – voor een vriend, een vreemde of een hele groep. Je hoeft dus niet te kiezen tussen „je” en „u”. Zie het volledige hoofdstuk over voornaamwoorden.

EsperantoNederlands
miik
vije, jij, u (één persoon) of jullie (meerdere personen)
lihij
ŝizij, ze (één vrouw)
ĝihet
niwij, we
ilizij, ze (meerdere personen)

Let op twee verschillen. Het Nederlandse „zij” of „ze” kan één vrouw of meerdere personen zijn; het Esperanto heeft daar twee woorden voor: ŝi en ili. En li is alleen „hij” voor een persoon: over een tafel of een stoel zeg je in het Nederlands vaak „hij”, maar in het Esperanto is dat altijd ĝi, nooit li.

Persoonlijke voornaamwoorden

Koppel elk Esperantowoord aan zijn betekenis.

    • mi
      Antwoordik
    • vi
      Antwoordjij, jullie, u
    • li
      Antwoordhij
    • ŝi
      Antwoordzij (één vrouw)
    • ni
      Antwoordwij
    • ili
      Antwoordzij (meerdere personen)

    Betekenissen: hij · zij (één vrouw) · jij, jullie, u · zij (meerdere personen) · ik · wij

Eén werkwoordsvorm voor iedereen: estas

Het werkwoord „zijn” is esti. In de tegenwoordige tijd is het estas voor elke persoon – geen „ben, bent, is, zijn” om uit je hoofd te leren. Dat geldt voor elk Esperanto-werkwoord, zoals je in les 4 en op de pagina over werkwoorden ziet.

EsperantoNederlands
Mi estas Ana.Ik ben Ana.
Vi estas komencanto.Je bent beginner.
Li estas el Pollando.Hij komt uit Polen.
Ŝi estas el Brazilo.Zij komt uit Brazilië.
Ni estas amikoj.Wij zijn vrienden.
Ili estas el Kenjo.Zij komen uit Kenia.

Er is geen woord voor „een”: Mi estas komencanto betekent „Ik ben (een) beginner”. Het Esperanto heeft alleen een woord voor „de” en „het”, namelijk la, dat in les 2 aan bod komt.

Bouw de zin

Zet de woorden in de juiste volgorde.

  1. Ik ben een beginner.

    Woorden: estas komencanto vi mi

    AntwoordMi estas komencanto.
  2. Zij komt uit Brazilië.

    Woorden: li ŝi el Brazilo estas

    AntwoordŜi estas el Brazilo.
  3. Wij zijn vrienden.

    Woorden: estas amikoj vi ni

    AntwoordNi estas amikoj.
  4. Hoe gaat het met je?

    Woorden: fartas vi kiel bone

    AntwoordKiel vi fartas?Ook goed: Kiel fartas vi?

Begroetingen voor elke situatie

EsperantoNederlandsWanneer
Saluton!Hallo! Hoi!op elk moment
Bonan matenon!Goedemorgen!ochtend
Bonan tagon!Goedendag!overdag, iets formeler
Bonan vesperon!Goedenavond!avond
Bonan nokton!Goedenacht! Slaap lekker!als je naar bed gaat
Ĝis revido! / Ĝis!Tot ziens! / Doei!bij vertrek
Ĝis lundo!Tot maandag!ĝis + een tijdstip

Het Nederlandse „dag!” betekent zowel „hallo” als „tot ziens”. In het Esperanto zijn dat twee woorden: saluton bij de begroeting en ĝis bij het afscheid. De -n aan het eind van saluton en bonan tagon is geen versiering: beide zijn verkorte hele zinnen – bonan tagon van „ik wens je een goede dag”, saluton van „ik geef je een groet”. Die uitgang leer je in les 5. Meer begroetingen vind je op de pagina Esperanto-begroetingen.

Begroetingen

Typ het antwoord. In plaats van ĉ, ĝ, ŝ, ŭ kun je cx, gx, sx, ux typen.

  1. Goedemorgen!

    AntwoordBonan matenon
  2. Goedenavond!

    AntwoordBonan vesperon
  3. Goedenacht! (als je naar bed gaat)

    AntwoordBonan nokton
  4. Tot ziens!

    AntwoordĜis revido / Ĝis la revido / Ĝis

Oefeningen

Oefeningen bij les 1

  1. Hoe spreek je c uit in komencanto?

    Antwoordals ts in „tsaar”
  2. Welke lettergreep krijgt de klemtoon in saluton?

    AntwoordLU
  3. Welk woord betekent „zij” (één vrouw)?

    Antwoordŝi
  4. Vertaal: „Ik ben Ana.”

    AntwoordMi estas Ana
  5. Vertaal: „Wij komen uit Brazilië.”

    AntwoordNi estas el Brazilo
  6. Wat is een goed antwoord op Kiel vi fartas?

    AntwoordBone, dankon.
  7. Vertaal: „Hoe gaat het met je?”

    AntwoordKiel vi fartas / Kiel fartas vi
  8. Vul het werkwoord in: Ili ___ el Pollando. („Zij komen uit Polen.”)

    Antwoordestas
  9. Vertaal: „Ik ook!”

    AntwoordAnkaŭ mi / Mi ankaŭ

Cultuurhoekje

Het Esperanto heeft een verjaardag: 26 juli 1887. Op die dag publiceerde de oogarts Ludwik Zamenhof in Warschau het eerste leerboek van de taal, geschreven in het Russisch en ondertekend met Doktoro Esperanto – „dokter Hopende”. Al snel noemde men de taal zelf Esperanto, naar dat pseudoniem. In de geschiedenis van het Esperanto lees je wat er daarna gebeurde.

Veelgestelde vragen

Kan ik ĉ, ĝ en ŝ typen op een gewoon toetsenbord?

Ja. De bekendste oplossing is het x-systeem: typ cx voor ĉ, gx voor ĝ, sx voor ŝ en ux voor ŭ. De oefeningen in deze cursus zetten het voor je om terwijl je typt.

Is vi formeel of informeel?

Allebei. Vi betekent „je” of „jij”, „u” en „jullie”: voor één persoon of meerdere, voor een vriend of een vreemde. Een apart informeel enkelvoud, ci, bestaat in theorie, maar wordt vrijwel nooit gebruikt.

Hoe zeg je „Ik heet…” in het Esperanto?

Het eenvoudigst is Mi estas Ana – „Ik ben Ana”. Je hoort ook Mi nomiĝas Ana – „Ik heet Ana” – en Mia nomo estas Ana – „Mijn naam is Ana”.

Bronnen

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.