Saluton-cursus
Esperanto les 2: familie, zelfstandige naamwoorden, meervoud
Eén uitgang voor zelfstandige naamwoorden, één voor het meervoud, één woord voor „de” en „het” – en je kunt je hele familie voorstellen.
Eén ding tegelijk: de dialoog regel voor regel, nieuwe woorden met geluid en plaatjes, één oefening per scherm.
29 woorden18 oefeningen~15 min
In deze les leer je hoe Esperanto-zelfstandige naamwoorden werken. Elk zelfstandig naamwoord eindigt op -o, het meervoud krijgt -j en één lidwoord, la, betekent „de” of „het” voor alle woorden. Je beschrijft ook je familie met mia „mijn”, wijst dingen aan met jen „hier is, hier zijn” en voegt mensen toe met kaj „en” en ankaŭ „ook”.
Dialoog
Een week later hebben Ana en Tomo een videogesprek. Ana laat een foto van haar familie zien.
| Esperanto | Nederlands |
|---|---|
| Ana: Saluton, Tomo! Jen foto de mia familio. | Hoi, Tomo! Hier is een foto van mijn familie. |
| Tomo: Saluton! Ho, granda familio! | Hoi! Oh, wat een grote familie! |
| Ana: Jes! Jen miaj gepatroj, Paulo kaj Rita. | Ja! Dit zijn mijn ouders, Paulo en Rita. |
| Tomo: Kaj la knabo? | En de jongen? |
| Ana: La knabo estas mia frato, Pedro. Li estas studento, kiel mi. | De jongen is mijn broer, Pedro. Hij is student, net als ik. |
| Tomo: Kaj la du knabinoj? | En de twee meisjes? |
| Ana: Ili estas miaj fratinoj, Bia kaj Lara. Ili estas ĝemeloj. | Dat zijn mijn zussen, Bia en Lara. Ze zijn een tweeling. |
| Tomo: Kaj la kato? | En de kat? |
| Ana: La kato estas Kafo. Ĝi estas la ĉefo de la familio! | De kat is Kafo („Koffie”). Die is de baas van de familie! |
| Tomo: Ha ha! Jen ankaŭ mia familio: miaj gepatroj, mia fratino Marta kaj mi. | Ha ha! Hier is ook mijn familie: mijn ouders, mijn zus Marta en ik. |
| Ana: Kaj la sinjorino? | En die mevrouw? |
| Tomo: Ŝi estas mia avino, Zofia. Ŝi estas la ĉefo de nia familio! | Dat is mijn oma, Zofia. Zij is de baas van onze familie! |
| Ana: Ha ha! Kafo kaj Zofia – du ĉefoj! | Ha ha! Kafo en Zofia – twee bazen! |
Nieuwe woorden
| Esperanto | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| familio | familie, gezin | zelfstandig naamwoord |
| foto | foto | zelfstandig naamwoord |
| patro | vader | patrino „moeder” |
| gepatroj | ouders | ge- = beide geslachten |
| frato | broer | fratino „zus” |
| avo | opa, grootvader | avino „oma, grootmoeder”, geavoj „grootouders” |
| knabo | jongen | knabino „meisje” |
| studento | student | voor iedereen |
| ĝemeloj | tweeling | enkelvoud ĝemelo „tweelingbroer of -zus” |
| kato | kat | |
| ĉefo | baas, hoofd, leider | |
| sinjorino | mevrouw, dame | sinjoro „meneer, heer” |
| la | de, het | het enige lidwoord |
| jen | hier is, hier zijn, kijk | om iets aan te wijzen |
| de | van | foto de mia familio |
| mia | mijn | miaj voor een meervoud |
| via | jouw, je, uw | |
| nia | ons, onze | |
| du | twee | getallen in les 8 |
| granda | groot | bijvoeglijk naamwoord (les 3) |
| kiel | zoals, net als | kiel mi „net als ik” |
| ho | oh | tussenwerpsel |
Grammatica
Zelfstandige naamwoorden eindigen op -o
Elk Esperanto-zelfstandig naamwoord eindigt op -o: familio, patro, kato, foto. Zo herken je een zelfstandig naamwoord meteen, ook als je het woord niet kent. Zelfstandige naamwoorden hebben geen grammaticaal geslacht: la familio en la kato gebruiken hetzelfde la. Je hoeft dus nooit te leren of een woord „de” of „het” is. Meer op de pagina over zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden.
Het meervoud: voeg -j toe
Voeg -j toe voor het meervoud. De uitgang -oj klinkt als ooi in „mooi”.
| Enkelvoud | Meervoud | Nederlands |
|---|---|---|
| frato | fratoj | broers |
| familio | familioj | families |
| knabino | knabinoj | meisjes |
| ĉefo | ĉefoj | bazen |
Er zijn geen onregelmatige meervouden: infano „kind” → infanoj „kinderen”, homo „mens” → homoj „mensen”. Wie Nederlands kent, weet hoe lastig het meervoud daar is (-en, -s, -eren, -'s, klinkerwissel als in „stad – steden”). In het Esperanto is het altijd -j.
Eén lidwoord: la
La betekent „de” of „het” en verandert nooit: la knabo, la knaboj, la knabino. Gebruik het ongeveer waar je in het Nederlands „de” of „het” gebruikt. Voor „een” gebruik je geen lidwoord: kato is „een kat”, la kato is „de kat”. De details staan op de pagina over het lidwoord.
Vrouwelijke vormen met -in-
Een paar woorden voor mensen zijn standaard mannelijk: familiewoorden als patro, frato, avo, en ook knabo „jongen” en sinjoro „heer”. Het achtervoegsel -in- maakt de vrouwelijke vorm: patrino „moeder”, fratino „zus”. Het voorvoegsel ge- betekent „beide geslachten samen”: gepatroj „ouders”, gefratoj „broers en zussen”. De meeste andere woorden voor personen, zoals studento en amiko, kun je voor iedereen gebruiken. Het achtervoegsel lijkt op Nederlands „-in” in „vriendin” en „koningin”.
| Mannelijk | Vrouwelijk | Beide |
|---|---|---|
| patro – vader | patrino – moeder | gepatroj – ouders |
| frato – broer | fratino – zus | gefratoj – broers en zussen |
| avo – opa | avino – oma | geavoj – grootouders |
| knabo – jongen | knabino – meisje | geknaboj – jongens en meisjes |
patrinomoeder
gepatrojouders
„Mijn”, „jouw”, „ons”: voeg -a toe aan het voornaamwoord
Bezittelijke voornaamwoorden zijn voornaamwoorden met de uitgang -a van het bijvoeglijk naamwoord. Voor een meervoud krijgen ze net als het zelfstandig naamwoord een -j: mia frato „mijn broer”, miaj fratoj „mijn broers”. Het Nederlands kiest tussen „mijn”, „jouw”, „uw”, „ons” en „onze”, afhankelijk van persoon, beleefdheid en „de”/„het”; het Esperanto maakt het eenvoudiger. Alle vormen vind je op de pagina over voornaamwoorden.
| Voornaamwoord | Bezittelijk | Voorbeeld |
|---|---|---|
| mi | mia – mijn | mia familio |
| vi | via – jouw, uw, jullie | via frato |
| li | lia – zijn | lia patrino |
| ŝi | ŝia – haar | ŝiaj gepatroj |
| ĝi | ĝia – zijn (van een zaak of dier) | ĝia nomo |
| ni | nia – ons, onze | nia avino |
| ili | ilia – hun | ilia kato |
Jen, kaj, ankaŭ
Jen wijst iets aan: Jen mia frato – „Hier is mijn broer”, Jen la fotoj – „Hier zijn de foto's”. Kaj verbindt woorden en zinnen: Paulo kaj Rita. Ankaŭ betekent „ook” en staat meestal vlak voor het woord waar het over gaat: Ankaŭ Marta estas studento – „Marta is ook student”. Na een naam of voornaamwoord hoor je het ook andersom, met dezelfde betekenis: Marta ankaŭ estas studento.
Oefeningen
Cultuurhoekje
Sommige gezinnen spreken thuis Esperanto. Kinderen die ermee opgroeien heten denaskuloj – „mensen vanaf hun geboorte” – en onderzoekers schatten dat er ongeveer 1.000 tot 2.000 van zijn. Sommigen komen uit stellen die elkaar via het Esperanto leerden kennen en geen andere gemeenschappelijke taal hebben; vaker kiezen ouders die wél een gemeenschappelijke taal delen er zelf voor om Esperanto met hun kinderen te spreken. Lees meer over Esperanto als moedertaal.
Veelgestelde vragen
Heeft het Esperanto grammaticaal geslacht?
Nee. Zelfstandige naamwoorden hebben geen geslacht en la is voor elk woord hetzelfde. Alleen woorden voor mensen en dieren kunnen het geslacht tonen, en -in- maakt de vrouwelijke vorm. Je hoeft dus niet te onthouden welke woorden „de” en welke „het” krijgen.
Hoe zeg je „een” in het Esperanto?
Dat doe je niet. Het Esperanto heeft geen onbepaald lidwoord: kato betekent „een kat” of „kat”, en la kato betekent „de kat”.
Waarom is het miaj gepatroj en niet mia gepatroj?
Mia werkt als een bijvoeglijk naamwoord, en bijvoeglijke naamwoorden krijgen -j als hun zelfstandig naamwoord in het meervoud staat. Die overeenkomst oefen je in les 3.
Bronnen
- Fundamento de Esperanto – grammatica in het Engels (regels 1–3)
- PMEG: La – bazaj reguloj (het lidwoord)
- PMEG: Nombro – bazaj reguloj (het meervoud)
- PMEG: Seksa signifo de O-vortoj (mannelijke, vrouwelijke en neutrale zelfstandige naamwoorden)
- PMEG: Posedaj pronomoj (bezittelijke voornaamwoorden)
- PMEG: Ankaŭ (plaats in de zin)
- Jouko Lindstedt, „Native Esperanto as a test case for natural language”, SKY Journal of Linguistics 19 (2006)
- Wikipedia: Native Esperanto speakers
Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.