Esperantopedia

Zinnen

Koken in het Esperanto: keukenwoorden, werkwoorden, recept

Van kuirejo tot kuiraĵo: de keukenwoorden, kookwerkwoorden en maten die je nodig hebt om een recept te volgen en te schrijven.

Bijgewerkt: 4 min. leestijd

De keuken is kuirejo, van kuiri „koken, bereiden” en -ej- „plaats”. De belangrijkste kookwerkwoorden zijn kuiri „koken (bereiden)”, boli „koken (kokend zijn)”, friti „bakken in vet”, baki „bakken in de oven” en rosti „roosteren”. Veel gereedschap is naar een werkwoord genoemd: tranĉi „snijden” geeft tranĉilo „mes”. Eetwoorden staan bij eten en drinken, de rest van het huis bij huis en thuis. De uitspraakhulp verdeelt woorden in lettergrepen, met de beklemtoonde lettergreep in hoofdletters.

De keuken en de apparaten

NederlandsEsperantoUitspraakToelichting
keukenkuirejoku-i-RE-joEen plaats om te koken
ovenbakfornobak-FOR-noEen forno om in te bakken
oven, smeltoven, stookovenfornoFOR-noRuimer: bakken, smelten of verwarmen
fornuis, kooktoestelfornelofor-NE-loOven plus kookplaten of branders
ovenruimtebakujoba-KU-jobaki + -uj-
koelkastfridujofri-DU-joHet woordenboek ReVo noemt frida „koud” een neologisme
diepvriezerfrostujofros-TU-joVoedsel blijft er maandenlang goed
ketel, waterketelbolkruĉobol-KRU-ĉoMet handvat, deksel en tuit

Pannen en gereedschap

NederlandsEsperantoUitspraakToelichting
potpotoPO-toOok een bloempot
steelpankaseroloka-se-RO-loDieper dan een pato
koekenpanpatoPA-toOndiep, met een lange steel; ReVo noemt ook fritilo
dekselkovriloko-VRI-lokovri „bedekken”
zeef, vergietkribrilokri-BRI-lokribri „zeven”
raspraspiloras-PI-loraspi „raspen”
garde, klopperkirlilokir-LI-loVoor het kloppen van eieren of room
soeplepel, opscheplepelĉerpiloĉer-PI-loOm vloeistof op te scheppen
weegschaalpesilope-SI-loOm af te wegen

Borden en bestek

NederlandsEsperantoUitspraakToelichting
bordtelerote-LE-roOndiep, om van te eten
schaal, gerechtpladoPLA-doEen serveerschaal, of het eten daarop
kombovloBOV-loEen vat zonder hals
kop, kopjetasoTA-soVoor warme dranken
glasglasoGLA-soHoger dan breed
mestranĉilotran-ĈI-lo
vorkforkoFOR-ko
lepelkuleroku-LE-ro
bestekmanĝilaroman-ĝi-LA-romanĝi + -il- + -ar-

Kookwerkwoorden

Bijna alle kookwerkwoorden zijn overgankelijk: ze nemen een lijdend voorwerp met -n (zie het accusatief).

Let als Nederlandstalige op twee valkuilen. Het Nederlandse „koken” dekt zowel kuiri (een maaltijd bereiden) als boli (kokend zijn): „het water kookt” is La akvo bolas, „ik kook soep” is Mi kuiras supon. En het Nederlandse „bakken” dekt zowel friti (in de koekenpan) als baki (in de oven): een ei bak je met friti, brood met baki.

NederlandsEsperantoUitspraakToelichting
koken, bereidenkuiriku-I-riHet algemene werkwoord
koken in waterbolkuiribol-ku-I-riIn kokend water
bakken, friturenfritiFRI-tiIn hete olie of vet
bakken (in de oven)bakiBA-kiIn een oven of in as
roosteren, bradenrostiROS-tiZonder toegevoegd vet of water
grillenkradrostikrad-ROS-tiOp een rooster boven vuur
stovenstufiSTU-fiLangzaam, in een gesloten pot
stomenvaporkuiriva-por-ku-I-rivaporo „stoom” + kuiri

Eten bereiden

NederlandsEsperantoUitspraakToelichting
snijdentranĉiTRAN-ĉi
hakkenhakiHA-kiMet een slag in stukken delen
schillensenŝeligisen-ŝe-LI-giReVo: senŝeligi terpomon
mengenmiksiMIK-si
roeren, kloppenkirliKIR-liEen snelle draaibeweging
knedenknediKNE-diMeel en water tot deeg
gietenverŝiVER-ŝiEen vloeistof
stortenŝutiŜU-tiGraan, zand, meel
toevoegenaldonial-DO-ni
smeren, insmerenŝmiriŜMI-riEen dun laagje vet
zouten / kruidensali / spiciSA-li / SPI-ciZout toevoegen / specerijen toevoegen
proevengustumigus-TU-miMet opzet

Gusti is een ander werkwoord en heeft geen lijdend voorwerp: La supo bongustas. „De soep smaakt goed.” Vergelijk Mi gustumas la supon. „Ik proef de soep.” Het Nederlands maakt hetzelfde onderscheid met „smaken” en „proeven”.

Warmte en kou

NederlandsEsperantoUitspraakToelichting
verwarmen, opwarmenvarmigivar-MI-gi
afkoelen, koud makenmalvarmigimal-var-MI-gi
smelten (iets laten smelten)fandiFAN-difandiĝi „zelf smelten”
ontdooiendegelide-GE-liOnovergankelijk
bevriezenfrostigifros-TI-giIJskoud maken
koud zijnfridiFRI-diReVo’s voorbeeld is een koelkast

Koken, smelten, gaar worden: -ig- en -iĝ- in de keuken

Het Nederlands gebruikt één werkwoord voor „het water kookt” en „ik kook het water”; het Esperanto gebruikt er twee. Boli is wat de vloeistof doet, boligi wat jij ermee doet. Bij andere werkwoorden loopt het andersom: kuiri is wat je met eten doet, kuiriĝi wat het eten zelf doet. De regel staat op de pagina over -ig- en -iĝ-.

WerkwoordenUit zichzelfIemand doet het
boli → boligiLa lakto bolas. „De melk kookt.”Mi boligas la lakton. „Ik kook de melk.”
kuiriĝi ← kuiriLa supo kuiriĝas. „De soep wordt gaar.”Mi kuiras la supon. „Ik kook de soep.”
fandiĝi ← fandiLa butero fandiĝas. „De boter smelt.”Mi fandas la buteron. „Ik smelt de boter.”

Maten

NederlandsEsperantoUitspraakToelichting
kilogram / gramkilogramo / gramoki-lo-GRA-mo / GRA-mo
literlitroLI-tro
deciliterdecilitrode-ci-LI-troEen tiende liter
kopjetasoTA-soReVo: bij het koken ongeveer 150 ml
eetlepelsupkulerosup-ku-LE-roOngeveer 15 ml
theelepeltekulerote-ku-LE-roOngeveer 5 ml
stuk / plakpeco / tranĉaĵoPE-co / tran-ĈA-ĵo
helft / kwartduono / kvaronodu-O-no / kva-RO-noduono de la kuko „de helft van de taart”

Het gemeten ding staat na da en krijgt geen -n: du tasoj da faruno „twee kopjes meel”. De maat is het lijdend voorwerp: Mi aldonas du tasojn da faruno. Meer regels voor da staan op de pagina eten en drinken.

Een recept: krespoj (pannenkoeken)

Een recept is een recepto en een ingrediënt een ingredienco. ReVo definieert krespo als een dunne pannenkoek van meel, melk en eieren, ook patkuko genoemd; hij lijkt sterk op de Nederlandse pannenkoek.

Ingrediencoj – ingrediënten: 150 gramoj da faruno (150 g meel), 3 decilitroj da lakto (3 dl melk), 2 ovoj (2 eieren), iom da salo (een beetje zout), 1 supkulero da oleo (1 eetlepel olie), sukero kaj citrono (suiker en citroen).

Kiel prepari – de bereiding:

  1. Metu la farunon en grandan bovlon. – Doe het meel in een grote kom.
  2. Rompu la ovojn en la bovlon kaj aldonu la lakton kaj iom da salo. – Breek de eieren in de kom en voeg de melk en een beetje zout toe.
  3. Kirlu la miksaĵon per forko, ĝis ĝi fariĝos glata. – Roer het mengsel met een vork tot het glad is.
  4. Lasu la miksaĵon ripozi dek minutojn. – Laat het mengsel tien minuten rusten.
  5. Varmigu la paton kaj ŝmiru ĝin per iom da oleo. – Verwarm de pan en vet hem in met een beetje olie.
  6. Verŝu en la paton iom de la miksaĵo. – Giet een beetje van het mengsel in de pan.
  7. Fritu la krespon du minutojn, turnu ĝin kaj fritu ĝin ankoraŭ unu minuton. – Bak de pannenkoek twee minuten, draai hem om en bak hem nog een minuut.
  8. Ripetu, ĝis la miksaĵo finiĝos. – Herhaal dit tot het mengsel op is.
  9. Servu la krespojn kun sukero kaj citrono. – Serveer de pannenkoeken met suiker en citroen.

De stappen zijn bevelen op -u (zie werkwoorden); met ni erbij wordt het „laten we…”: Ni kuiru! Een tijdsduur krijgt -n zonder voorzetsel: du minutojn. En da staat nooit voor la: iom da salo, maar iom de la miksaĵo „een deel van het mengsel”.

Hoe keukenwoorden zijn opgebouwd

WoorddeelBetekenisVoorbeelden
-ej-plaatskuirejo keuken, bakejo bakkerij
-il-gereedschap, toesteltranĉilo mes, raspilo rasp, rostilo braadtoestel
-uj-houderfridujo koelkast, piprujo pepervaatje, salujo zoutvaatje
-aĵ-een concreet dingkuiraĵo een bereid gerecht, fritaĵo gebakken eten, bakaĵo gebak
-ist-persoon met een beroepkuiristo kok, bakisto bakker
-ar-verzamelingmanĝilaro bestek, vazaro serviesgoed

PMEG zegt dat woorden op -il- normaal van werkwoorden komen, dus een kookwerkwoord geeft je zijn gereedschap: rosti → rostilo, miksi → miksilo. Niet elk zo gevormd woord wordt gebruikt: ReVo markeert bolilo als „te vermijden” en verkiest bolkruĉo. Zie achtervoegsels en woordvorming. Kuirilo is elk keukengereedschap of -apparaat.

Veelgestelde vragen

Hoe zeg je „keuken” in het Esperanto?

Kuirejo, van kuiri „koken” en -ej- „plaats”.

Hoe zeg je „koken” in het Esperanto?

Kuiri: Mi kuiras vespermanĝon. „Ik kook het avondeten.” Preciezer zijn friti, baki, rosti en bolkuiri.

Wat is het verschil tussen boli en boligi?

Boli is wat een vloeistof doet: La akvo bolas. Boligi is wat jij ermee doet: Mi boligas akvon. Voor eten in kokend water zeg je bolkuiri: Mi bolkuiras terpomojn.

Hoe geef je hoeveelheden in een recept in het Esperanto?

Noem de maat en daarna da: taso da lakto „een kopje melk”, supkulero da oleo „een eetlepel olie”.

Bronnen

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.