Esperantopedia

Zinnen

Huis en thuis in het Esperanto: kamers, meubels, zinnen

De meeste huiswoorden zijn een korte stam plus -ej- „plaats”, -il- „gereedschap” of -uj- „houder”, of een woord vóór ĉambro „kamer”.

Bijgewerkt: 4 min. leestijd

Een huis is domo, thuis is hejmo, een kamer is ĉambro en een appartement is apartamento. Veel huiswoorden zijn uit een paar delen opgebouwd: kuir- „koken” plus -ej- „plaats” geeft kuirejo „keuken”, en dormi „slapen” plus ĉambro geeft dormoĉambro „slaapkamer”. De uitspraakhulp verdeelt woorden in lettergrepen, met de beklemtoonde lettergreep in hoofdletters.

Soorten huizen en woningen

NederlandsEsperantoUitspraakToelichting
huisdomoDO-moEen gebouw waar mensen wonen of werken
huisjedometodo-ME-to-et- „klein”
groot huis, groot gebouwdomegodo-ME-go-eg- „groot”; ReVo: vaak met veel flats of kantoren
woongebouwloĝdomoloĝ-DO-moloĝi „wonen” + domo
appartement, flatapartamentoa-par-ta-MEN-toEen van meerdere woningen in een huis
woningloĝejolo-ĜE-joElke woonplek: flat, kamer of huis
hutkabanoka-BA-noKlein en eenvoudig gebouwd
villavilaovi-LA-oEen sierlijk landhuis of zomerhuis
thuishejmoHEJ-moZie de volgende paragraaf

Apartamento staat niet in de oorspronkelijke woordenlijst van het Fundamento: ReVo markeert het als een van de Officiële Aanvullingen van de Academie.

Domo of hejmo: huis en thuis

Domo is het gebouw. Hejmo is de plaats waar iemand blijvend woont, vooral het thuis van een gezin. Het Esperanto houdt uit elkaar wat in het Engels „home” en „house” heet; het Nederlands maakt met „huis” en „thuis” hetzelfde onderscheid: Ni aĉetis novan domon. „We hebben een nieuw huis gekocht.” Mi ŝatas mian hejmon. „Ik hou van mijn thuis.”

NederlandsEsperantoUitspraak
huiselijk, thuis-hejmaHEJ-ma
heimweehejmsopirohejm-so-PI-ro
thuishejmeHEJ-me
naar huishejmenHEJ-men

Hejme zegt waar je bent, hejmen waarheen je gaat: Mi estas hejme. „Ik ben thuis.” Mi iras hejmen. „Ik ga naar huis.” De uitgang -n geeft al de richting aan (zie bijwoorden en het accusatief). Oudere teksten gebruiken dome en domen voor hetzelfde, wat ReVo als verouderd aanduidt. Om „bij iemand thuis” te zeggen gebruik je ĉe: PMEG merkt op dat ĉe vaak naar iemands thuis verwijst. Mi loĝas ĉe miaj gepatroj. „Ik woon bij mijn ouders.”

Kamers

NederlandsEsperantoUitspraakHoe het is opgebouwd
kamerĉambroĈAM-broElke door muren afgescheiden ruimte
keukenkuirejoku-i-RE-jokuiri „koken” + -ej-
slaapkamerdormoĉambrodor-mo-ĈAM-brodormi „slapen” + ĉambro
badkamerbanĉambroban-ĈAM-broEen kamer voor een bad of douche
toiletnecesejone-ce-SE-jonecesa „nodig” + -ej-
woonkamervivoĉambrovi-vo-ĈAM-broReVo: waar het gezin samenkomt
salonsalonosa-LO-noReVo: een sierlijke kamer voor gasten
eetkamermanĝoĉambroman-ĝo-ĈAM-bromanĝi „eten” + ĉambro
halantaŭĉambroan-taŭ-ĈAM-broWaar je jassen ophangt
gangkoridoroko-ri-DO-roVerbindt kamers op één verdieping
kelderkeloKE-loOnder de grond, vaak voor voorraden
zoldersubtegmentosub-teg-MEN-tosub „onder” + tegmento „dak”
balkonbalkonobal-KO-no
terrasterasote-RA-so
tuinĝardenoĝar-DE-no
garagegaraĝoga-RA-ĝo

Nederlandstaligen hebben hier een voordeel: „slaapkamer”, „badkamer”, „eetkamer” en „wachtkamer” zijn precies zo opgebouwd als dormoĉambro, banĉambro, manĝoĉambro en atendoĉambro.

Necesejo is het beleefde woord: PMEG verklaart het als de plaats voor een noodzakelijke handeling die je liever niet rechtstreeks noemt. ReVo noemt klozeto en tualetejo als andere woorden ervoor. Banejo is een plaats om te baden, zoals een badhuis.

Delen van een huis

NederlandsEsperantoUitspraak
verdiepingetaĝoe-TA-ĝo
begane grond, gelijkvloersteretaĝote-re-TA-ĝo
trapŝtuparoŝtu-PA-ro
liftliftoLIF-to
deurpordoPOR-do
raamfenestrofe-NES-tro
muurmuroMU-ro
vloerplankoPLAN-ko
plafondplafonopla-FO-no
daktegmentoteg-MEN-to
ingangenirejoe-ni-RE-jo
sleutelŝlosiloŝlo-SI-lo

Etaĝo is een niveau van een gebouw, planko de bodem van een kamer. ReVo waarschuwt dat de telling verschilt: in veel Europese landen telt de teretaĝo als nul en is het volgende niveau la unua etaĝo, terwijl elders de begane grond de eerste is. „De derde verdieping” kan dus twee verschillende niveaus betekenen. In Nederland en Vlaanderen is de eerste verdieping de verdieping boven de begane grond (in België ook „gelijkvloers” genoemd), dus dat past bij la unua etaĝo. Rangtelwoorden als tria worden uitgelegd bij getallen.

Meubels en apparaten

NederlandsEsperantoUitspraak
meubelmebloME-blo
meubilairmeblarome-BLA-ro
bedlitoLI-to
tafeltabloTA-blo
stoelseĝoSE-ĝo
leunstoelbrakseĝo, fotelobrak-SE-ĝo, fo-TE-lo
bank, sofasofoSO-fo
kastŝrankoŜRAN-ko
boekenkastlibroŝrankoli-bro-ŜRAN-ko
plankbretoBRE-to
bureauskribtabloskrib-TA-blo
spiegelspegulospe-GU-lo
gordijnkurtenokur-TE-no
lamplampoLAM-po
klokhorloĝohor-LO-ĝo
NederlandsEsperantoUitspraak
koelkastfridujofri-DU-jo
ovenbakfornobak-FOR-no
fornuiskuirforno, forneloku-ir-FOR-no, for-NE-lo
magnetronmikroondilomi-kro-on-DI-lo
wasmachinelavmaŝinolav-ma-ŜI-no
stofzuigerpolvosuĉilopol-vo-su-ĈI-lo
televisietelevidilote-le-vi-DI-lo
gootsteen, wasbaklavujola-VU-jo
badbanujoba-NU-jo
doucheduŝoDU-ŝo

Het gewone forno is ruimer: ReVo definieert het als een gemetselde stookruimte om brood te bakken, metalen te smelten of te verwarmen. Maaltijden, borden en dranken staan op de pagina eten en drinken.

Hoe huiswoorden zijn opgebouwd

WoorddeelBetekenisVoorbeelden
-ej-plaats voor ietskuirejo keuken, loĝejo woning, manĝejo kantine, lavejo een plaats om te wassen
-il-gereedschap, toestelŝlosilo sleutel, hejtilo verwarmingstoestel, televidilo televisietoestel
-uj-houderfridujo koelkast, banujo bad, lavujo gootsteen
-ar-een verzameling vanmeblaro meubilair, vazaro serviesgoed, manĝilaro bestek
-eg-grootdomego groot huis, pordego grote poort
-et-kleindometo huisje, tableto tafeltje

PMEG beschrijft -ej- als een plaats, kamer of gebouw dat voor iets bedoeld is, -uj- als een houder die gemaakt is om iets te bevatten, en -il- als een werktuig of toestel voor een handeling. Dus kuirejo is waar je kookt, terwijl fridujo een kist is die eten koud houdt. ReVo voegt toe dat frida „koud” nog als neologisme geldt, maar dat fridujo in het dagelijks leven is ingeburgerd. Meer patronen staan op de pagina’s over achtervoegsels, voorvoegsels en woordvorming.

Kamers met ĉambro zetten hun doel voorop: atendoĉambro „wachtkamer”. ReVo schrijft een verbindende -o- in dormoĉambro maar niet in banĉambro.

Werkwoorden voor het leven thuis

NederlandsEsperantoUitspraakToelichting
wonenloĝiLO-ĝiloĝanto „bewoner”
hurenluiLU-iluprenanto „huurder”
verhurenluigilu-I-giludonanto „verhuurder”
meubilerenmebliME-blimeblita „gemeubileerd”
kokenkuiriku-I-ri
wassenlaviLA-vilavmaŝino
schoonmakenpurigipu-RI-gi
opruimen, ordenenordigior-DI-gi
afsluiten, op slot doenŝlosiŜLO-siŝlosilo

ReVo definieert lui als iets voor een vaste tijd tegen betaling krijgen, en luigi als het geven ervan. De prijs is luprezo „huurprijs”. Loĝi betekent ook als gast verblijven: loĝi en hotelo „in een hotel verblijven”.

Nuttige zinnen in huis

Zeggen waar je woont

EsperantoNederlands
Kie vi loĝas?Waar woon je?
Mi loĝas en apartamento en la tria etaĝo.Ik woon in een appartement op de derde verdieping.
Ĉu vi loĝas en domo aŭ en apartamento?Woon je in een huis of in een appartement?
Mi loĝas en dometo apud la maro.Ik woon in een huisje aan zee.
Kiom da ĉambroj havas via loĝejo?Hoeveel kamers heeft je woning?
Nia loĝejo havas tri ĉambrojn kaj malgrandan kuirejon.Onze woning heeft drie kamers en een kleine keuken.

Zowel en la tria etaĝo als sur la tria etaĝo komt voor; de keuze van het voorzetsel wordt behandeld bij voorzetsels.

Verwelkomen en vragen

EsperantoNederlands
Bonvenon al mia hejmo!Welkom bij mij thuis!
Envenu kaj sidiĝu, bonvolu.Kom binnen en ga zitten, alsjeblieft.
Sentu vin hejme!Voel je thuis!
Kie estas la necesejo?Waar is het toilet?
Ĉu mi rajtas uzi vian banĉambron?Mag ik je badkamer gebruiken?
Bonvolu ŝalti la lumon.Doe het licht aan, alsjeblieft.

Een woning beschrijven

EsperantoNederlands
La kuirejo estas malgranda, sed hela.De keuken is klein, maar licht.
La dormoĉambro estas apud la banĉambro.De slaapkamer ligt naast de badkamer.
La ĝardeno estas malantaŭ la domo.De tuin ligt achter het huis.

Huren en klusjes

EsperantoNederlands
Mi serĉas apartamenton por lui.Ik zoek een appartement om te huren.
Ni luas malgrandan loĝejon en la centro.We huren een kleine woning in het centrum.
Kiom kostas lui ĉi tiun loĝejon?Wat kost het om deze woning te huren?
Ĉu la apartamento estas meblita?Is het appartement gemeubileerd?
Hodiaŭ mi purigas la kuirejon kaj ordigas la ĉambron.Vandaag maak ik de keuken schoon en ruim ik de kamer op.

Woorden voor familieleden staan op de pagina familie.

Veelgestelde vragen

Hoe zeg je „huis” in het Esperanto?

Domo. Een klein huis is dometo, een groot huis domego en een flatgebouw loĝdomo. Het meervoud is domoj.

Wat is het verschil tussen domo en hejmo?

Domo is een gebouw, hejmo is de plaats waar een persoon of gezin woont. „Welkom bij mij thuis” is Bonvenon al mia hejmo, „een nieuw huis” is nova domo.

Hoe zeg je „kamers” en „badkamer” in het Esperanto?

„Kamer” is ĉambro, meervoud ĉambroj. Een badkamer is banĉambro; het toilet is necesejo, ook klozeto of tualetejo genoemd.

Hoe zeg je „ik ga naar huis”?

Mi iras hejmen. De uitgang -n op hejme „thuis” geeft de richting aan.

Bronnen

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.