Esperantopedia

Saluton-cursus

Esperanto les 6: verleden tijd, toekomst en weekdagen

Wissel één klinker en je reist door de tijd: laboris, laboras, laboros.

Bijgewerkt:

Les stap voor stap starten

Eén ding tegelijk: de dialoog regel voor regel, nieuwe woorden met geluid en plaatjes, één oefening per scherm.

53 woorden19 oefeningen~21 min

In deze les leer je over het verleden en de toekomst praten. Het Esperanto heeft drie tijdsuitgangen – -is voor het verleden, -as voor het heden en -os voor de toekomst – en ze werken bij elk werkwoord op dezelfde manier. Je leert ook de dagen van de week, woorden als hieraŭ „gisteren” en morgaŭ „morgen”, en hoe je „op maandag” zegt.

Dialoog

Ana heeft nieuws. Ze belt Tomo op een dinsdagavond.

EsperantoNederlands
Ana: Tomo! Mi havas grandan novaĵon!Tomo! Ik heb groot nieuws!
Tomo: Kio okazis?Wat is er gebeurd?
Ana: Hieraŭ mi aĉetis flugbileton. En Julio mi iros al la Universala Kongreso!Gisteren heb ik een vliegticket gekocht. In juli ga ik naar het Wereldcongres!
Tomo: Vere? Bonege!Echt? Geweldig!
Ana: Kaj vi? Vi ankaŭ venos, ĉu ne?En jij? Jij komt toch ook?
Tomo: Mi ankoraŭ ne decidis. Mi devos peti feriojn.Ik heb nog niet besloten. Ik zal vrij moeten vragen.
Ana: Vi devas veni! Ni finfine renkontiĝos!Je moet komen! Dan zien we elkaar eindelijk!
Tomo: Vi pravas. Lundon mi parolos kun mia ĉefo.Je hebt gelijk. Maandag praat ik met mijn baas.
Ana: Bone! Kaj kion vi faris dum la semajnfino?Mooi! En wat heb je in het weekend gedaan?
Tomo: Sabaton mi vizitis mian avinon. Dimanĉon mi dormis la tutan tagon!Zaterdag heb ik mijn oma bezocht. Zondag heb ik de hele dag geslapen!
Ana: Ha ha! Mi ne dormis multe. Mi kantis kun la koruso en du koncertoj.Ha ha! Ik heb niet veel geslapen. Ik heb met het koor in twee concerten gezongen.
Tomo: Kaj kion vi faros morgaŭ?En wat ga je morgen doen?
Ana: Morgaŭ mi havos ekzamenon pri biologio. Hodiaŭ mi devas studi!Morgen heb ik een examen biologie. Vandaag moet ik studeren!
Tomo: Bonŝancon! Mi skribos al vi lundon, post la renkontiĝo kun la ĉefo.Veel succes! Ik schrijf je maandag, na het gesprek met de baas.

Ĉu ne? aan het eind van een zin werkt als „toch?”, „hè?” of „niet?”.

Nieuwe woorden

EsperantoNederlandsToelichting
hieraŭgisteren
hodiaŭvandaag
morgaŭmorgen
ankoraŭ nenog nietankoraŭ „nog”
finfineeindelijk, uiteindelijk
havihebben
aĉetikopen
irigaan
okazigebeuren
decidibeslissen, besluiten
petivragen om, verzoeken
parolispreken, praten
vizitibezoeken
dormislapen
skribischrijven
renkontiĝielkaar ontmoetenrenkontiĝo „ontmoeting, bijeenkomst”
pravigelijk hebbenVi pravas. „Je hebt gelijk.”
novaĵonieuws, nieuwtjevan nova „nieuw”
flugbiletovliegticketflugi „vliegen” + bileto „kaartje”
feriojvakantie, vrije dagenmeestal meervoud; ferio „een vrije dag”
ekzamenoexamen
semajnfinoweekendsemajno „week” + fino „einde”
dumtijdens
prioverekzameno pri biologio
postnapost la renkontiĝo „na de ontmoeting”
multeveelMi ne dormis multe. „Ik heb niet veel geslapen.”
tutahele, gehelela tutan tagon „de hele dag”
kongresocongresla Universala Kongreso „het Wereldcongres van Esperanto”
bonŝancon!veel succes!

Grammatica

Drie tijden, drie uitgangen

Esperanto-werkwoorden hebben voor elke tijd één uitgang, voor alle personen dezelfde. Verander -as in -is voor het verleden of in -os voor de toekomst. Meer op de pagina over werkwoorden.

InfinitiefVerleden -isHeden -asToekomst -os
esti – zijnestis – was, warenestas – ben, bent, is, zijnestos – zal zijn, zullen zijn
labori – werkenlaboris – werkte(n), heb gewerktlaboras – werk(t), werkenlaboros – zal werken
iri – gaaniris – ging(en), ben gegaaniras – ga(at), gaaniros – zal gaan
havi – hebbenhavis – had(den), heb gehadhavas – heb(t), hebbenhavos – zal hebben
nu

De -is-vorm dekt zowel het Nederlandse „ik werkte” als „ik heb gewerkt”. Het Nederlands kiest tussen de onvoltooid verleden tijd en de voltooide tijd met „hebben” of „zijn” („ik at”, „ik heb gegeten”, „ik ben gegaan”); het Esperanto gebruikt voor allebei dezelfde vorm. Mi jam manĝis betekent „Ik heb al gegeten”.

EsperantoNederlands
Hieraŭ mi aĉetis flugbileton.Gisteren heb ik een vliegticket gekocht.
Mi ankoraŭ ne decidis.Ik heb nog niet besloten.
En Julio mi iros al la kongreso.In juli ga ik naar het congres.
Morgaŭ mi havos ekzamenon.Morgen heb ik een examen.

Waar het Nederlands voor plannen graag de tegenwoordige tijd gebruikt – „In juli ga ik naar het congres”, „Morgen heb ik een examen” – gebruikt het Esperanto normaal -os: En Julio mi iros al la kongreso.

Verleden, heden of toekomst?

Kies de juiste uitgang.

  1. Gisteren heb ik een vliegticket gekocht.

    Hieraŭ mi aĉet flugbileton.

    Uitgang voor aĉet-
    AntwoordHieraŭ mi aĉetis flugbileton.
  2. Morgen heb ik een examen.

    Morgaŭ mi hav ekzamenon.

    Uitgang voor hav-
    AntwoordMorgaŭ mi havos ekzamenon.
  3. Nu studeer ik.

    Nun mi stud.

    Uitgang voor stud-
    AntwoordNun mi studas.
  4. Zondag heb ik de hele dag geslapen.

    Dimanĉon mi dorm la tutan tagon.

    Uitgang voor dorm-
    AntwoordDimanĉon mi dormis la tutan tagon.
  5. In juli ga ik naar het congres.

    En Julio mi ir al la kongreso.

    Uitgang voor ir-
    AntwoordEn Julio mi iros al la kongreso.

Tijdwoorden

EsperantoNederlands
antaŭhieraŭeergisteren
hieraŭgisteren
hodiaŭvandaag
morgaŭmorgen
postmorgaŭovermorgen
nunnu
baldaŭbinnenkort, straks
jamal, reeds
ankoraŭnog; ankoraŭ ne – nog niet
postelater, daarna

Dagen van de week

Dagen zijn zelfstandige naamwoorden die je met een kleine letter schrijft, net als in het Nederlands. Op de pagina dagen en maanden staan ook de maanden en de data.

EsperantoNederlands
lundomaandag
mardodinsdag
merkredowoensdag
ĵaŭdodonderdag
vendredovrijdag
sabatozaterdag
dimanĉozondag

Dagen van de week

Koppel elk Esperantowoord aan zijn betekenis.

    • lundo
      Antwoordmaandag
    • mardo
      Antwoorddinsdag
    • merkredo
      Antwoordwoensdag
    • ĵaŭdo
      Antwoorddonderdag
    • vendredo
      Antwoordvrijdag
    • sabato
      Antwoordzaterdag
    • dimanĉo
      Antwoordzondag

    Betekenissen: zaterdag · zondag · vrijdag · donderdag · maandag · woensdag · dinsdag

„Op maandag”, „op maandagen”

Voor „op maandag” gebruik je -n of en: lundon of en lundo. Het bijwoord lunde betekent „maandags”: elke maandag, of op een willekeurige maandag. Dezelfde -n laat zien hoe lang iets duurt: la tutan tagon „de hele dag”.

EsperantoNederlands
Lundon mi parolos kun la ĉefo.Maandag praat ik met de baas.
Sabate mi kantas en koruso.Zaterdags zing ik in een koor.
Mi dormis la tutan tagon.Ik heb de hele dag geslapen.

Wanneer?

Typ het antwoord. In plaats van ĉ, ĝ, ŝ, ŭ kun je cx, gx, sx, ux typen.

  1. „op vrijdag” (één woord)

    Antwoordvendredon
  2. „vrijdags”, elke vrijdag (één woord)

    Antwoordvendrede
  3. „de hele dag” (drie woorden)

    Antwoordla tutan tagon
  4. „overmorgen” (één woord)

    Antwoordpostmorgaŭ

Oefeningen

Oefeningen bij les 6

  1. Welke uitgang kenmerkt de toekomst?

    Antwoord-os
  2. Vertaal: „Gisteren heb ik gewerkt.”

    AntwoordHieraŭ mi laboris / Hieraŭ laboris mi / mi Hieraŭ laboris / mi laboris Hieraŭ / laboris Hieraŭ mi / laboris mi Hieraŭ
  3. Zet in de verleden tijd: Mi dormas.

    AntwoordMi dormis
  4. Vertaal: „Morgen gaan we naar het congres.”

    AntwoordMorgaŭ ni iros al la kongreso / Morgaŭ ni al la kongreso iros / Morgaŭ iros ni al la kongreso / Morgaŭ iros al la kongreso ni / Morgaŭ al la kongreso ni iros / Morgaŭ al la kongreso iros ni / ni Morgaŭ iros al la kongreso / ni Morgaŭ al la kongreso iros / ni iros Morgaŭ al la kongreso / ni iros al la kongreso Morgaŭ / ni al la kongreso Morgaŭ iros / ni al la kongreso iros Morgaŭ / iros Morgaŭ ni al la kongreso / iros Morgaŭ al la kongreso ni / iros ni Morgaŭ al la kongreso / iros ni al la kongreso Morgaŭ / iros al la kongreso Morgaŭ ni / iros al la kongreso ni Morgaŭ / al la kongreso Morgaŭ ni iros / al la kongreso Morgaŭ iros ni / al la kongreso ni Morgaŭ iros / al la kongreso ni iros Morgaŭ / al la kongreso iros Morgaŭ ni / al la kongreso iros ni Morgaŭ
  5. Welke dag komt na merkredo?

    Antwoordĵaŭdo
  6. Wat betekent Lunde mi laboras?

    Antwoord„Ik werk maandags.”
  7. Vul de juiste vorm van esti in: Hieraŭ la vetero ___ bela.

    Antwoordestis
  8. Vertaal: „Ik heb nog niet besloten.”

    AntwoordMi ankoraŭ ne decidis
  9. Vertaal: „Zaterdag heb ik mijn oma bezocht.”

    AntwoordSabaton mi vizitis mian avinon / En sabato mi vizitis mian avinon / Mi vizitis mian avinon sabaton / Mi vizitis mian avinon en sabato

Cultuurhoekje

De meest gevierde Esperanto-feestdag is Zamenhofdag, 15 december – de verjaardag van de bedenker van de taal, die in 1859 in Białystok werd geboren. Sinds de jaren twintig is het ook Esperanto-boekendag, waarop esperantisten een boek in het Esperanto kopen of geven. Plaatselijke clubs komen bijeen voor lezingen, etentjes of een verjaardagstaart. Lees meer over Zamenhofdag.

Veelgestelde vragen

Hoe zeg je „ik heb gedaan” in het Esperanto?

Meestal met de gewone verleden tijd: Mi jam manĝis – „Ik heb al gegeten”. Je hoeft dus ook niet te kiezen tussen „hebben” en „zijn” („ik heb gegeten”, „ik ben gegaan”). Samengestelde vormen met deelwoorden bestaan wel, maar die heb je zelden nodig; je ziet ze kort in les 12.

Schrijf je dagen van de week met een hoofdletter in het Esperanto?

Nee. Dagen schrijf je met een kleine letter: lundo, sabato. Maandnamen werden traditioneel met een hoofdletter geschreven – Julio – en de referentiegrammatica PMEG beveelt dat aan, al schrijven veel mensen ze nu met een kleine letter. In het Nederlands schrijf je maanden altijd met een kleine letter.

Hoe zeg je „volgende week” en „vorige week”?

La venontan semajnon is „volgende week” en la pasintan semajnon is „vorige week”. Beide krijgen -n omdat ze zeggen wanneer iets gebeurt.

Bronnen

Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.