Zinnen
Hoe laat is het in het Esperanto? Klok en datum
Uren zijn rangtelwoorden, dus voor de tijd heb je één vraagwoord nodig, het voorzetsel „je” voor de klok en de uitgang -n voor de datum.
Om in het Esperanto naar de tijd te vragen, zeg je Kioma horo estas? – „Hoe laat is het?” Het antwoord is la plus een rangtelwoord: Estas la tria. – „Het is drie uur.” Minuten volgen met kaj „en”, of je telt vanaf het dichtstbijzijnde uur met post „over” en antaŭ „voor”. „Om drie uur” is je la tria. De uitspraakkolommen splitsen de woorden in lettergrepen; de beklemtoonde lettergreep staat in hoofdletters.
De tijd vragen en zeggen
| Esperanto | Nederlands |
|---|---|
| Kioma horo estas? | Hoe laat is het? |
| Estas la tria. | Het is drie uur. |
| Estas la tria horo kaj dek minutoj. | Het is tien over drie (volledige vorm). |
| Estas la tria kaj dek. | Het is tien over drie (gebruikelijke vorm). |
| Je kioma horo vi vekiĝas? – Je la sesa. | Hoe laat word je wakker? – Om zes uur. |
Uren zijn rangtelwoorden (tria „derde”, oka „achtste”), dus het vraagwoord is kioma: kiom „hoeveel” plus de bijvoeglijke uitgang -a, een van de correlatieven. De woorden horo „uur” en minutoj „minuten” worden meestal weggelaten. ReVo legt de logica uit: elk uur wordt genoemd naar het moment waarop het begint, dus 3:20 is nog steeds „het derde (uur)” plus twintig minuten.
Minuten: kaj, post en antaŭ
| Tijd | Met kaj | Met post / antaŭ |
|---|---|---|
| 3:10 | la tria kaj dek | dek post la tria |
| 3:15 | la tria kaj dek kvin, la tria kaj kvarono | kvarono post la tria |
| 3:30 | la tria kaj tridek, la tria kaj duono | duono post la tria |
| 3:45 | la tria kaj kvardek kvin | kvarono antaŭ la kvara |
| 3:50 | la tria kaj kvindek | dek antaŭ la kvara |
Gebruik kvarono „kwart” voor 15 minuten en duono „half” voor 30; voor 20 minuten bestaat geen apart woord (PMEG). Altijd post en antaŭ, nooit de. Het Nederlandse „kwart over drie” is dus kvarono post la tria en „kwart voor vier” kvarono antaŭ la kvara: „over” en „voor” zijn post en antaŭ. Maar Nederlandstaligen moeten opletten: „half negen” betekent 8:30 (net als Duits halb neun), terwijl PMEG zegt dat je duono de la naŭa niet moet gebruiken. Zeg la oka kaj duono of duono antaŭ la naŭa voor 8:30; duono post la naŭa is 9:30.
24-uursklok en a.m./p.m.
| Tijd | Esperanto |
|---|---|
| 12:00 | tagmezo, la dek-dua |
| 15:15 | la dek-kvina kaj dek kvin, la tria kaj dek kvin posttagmeze |
| 21:45 | la dudek-unua kaj kvardek kvin, dek kvin antaŭ la dudek-dua |
| 00:00 | noktomezo, la nula horo |
In het 12-uurssysteem voeg je antaŭtagmeze (atm.) of posttagmeze (ptm.) toe, of een dagdeel: la oka vespere. Een tijd in cijfers heeft geschreven geen la nodig, maar je zegt het wel: je 19:30 lees je als je la dek-naŭa kaj tridek.
Dagdelen
| Nederlands | Esperanto | Uitspraak | als bijwoord („’s …”) |
|---|---|---|---|
| ochtend | mateno | ma-TE-no | matene |
| voormiddag | antaŭtagmezo | an-taŭ-tag-ME-zo | antaŭtagmeze |
| twaalf uur ’s middags | tagmezo | tag-ME-zo | tagmeze |
| middag, namiddag | posttagmezo | post-tag-ME-zo | posttagmeze |
| avond | vespero | ves-PE-ro | vespere |
| nacht | nokto | NOK-to | nokte |
| middernacht | noktomezo | nok-to-ME-zo | – |
Het Nederlandse „middag” dekt zowel tagmezo (twaalf uur) als posttagmezo. ReVo merkt op dat de grenzen van avond en nacht per cultuur en plaats verschillen. Het bijwoord op -e betekent „in de …” of „’s …”: Mi laboras matene. – „Ik werk ’s ochtends.” Voor één bepaalde dag zet je het dagwoord eerst: morgaŭ matene „morgenochtend”, hieraŭ vespere „gisteravond”, ĉi-nokte „vannacht”. Voor Bonan matenon! zie begroetingen.
Nu, straks, laat en geleden
| Nederlands | Esperanto | Uitspraak |
|---|---|---|
| nu / meteen | nun / tuj | nun / tuj |
| binnenkort | baldaŭ | BAL-daŭ |
| al / nog | jam / ankoraŭ | jam / an-KO-raŭ |
| vroeg / laat | frue / malfrue | FRU-e / mal-FRU-e |
Pardonu, ke mi malfruas. – „Sorry dat ik te laat ben.” Voor vandaag, gisteren en morgen zie dagen en maanden.
| Esperanto | Nederlands |
|---|---|
| Mi alvenis antaŭ du tagoj. | Ik ben twee dagen geleden aangekomen. |
| Mi revenos post du tagoj. | Over twee dagen ben ik terug. |
| la pasintan semajnon / ĉi-jare | vorige week / dit jaar |
Antaŭ plus een tijdsduur betekent „geleden”, post plus een tijdsduur betekent „over …” (PMEG). Let op de woordvolgorde: het Nederlandse „geleden” komt ná de tijdsduur („twee dagen geleden”), maar antaŭ komt ervóór: antaŭ du tagoj. De werkwoordsuitgang volgt het tijdwoord: Hieraŭ mi laboris, hodiaŭ mi laboras, morgaŭ mi laboros. Hieraŭ, hodiaŭ en morgaŭ tellen normaal vanaf het moment van spreken. Wil je vanaf een andere dag tellen, zoals in een verhaal, zeg dan la antaŭan tagon „de dag ervoor” of la sekvan tagon „de volgende dag”: Lunde li venis, kaj la sekvan tagon li foriris. – „Op maandag kwam hij, en de volgende dag vertrok hij.”
Je, dum, ĝis, de … ĝis
| Woord | Voorbeeld |
|---|---|
| je „om” | La lernejo komenciĝas je la oka. – „De school begint om acht uur.” |
| dum „tijdens, gedurende” | Dum tri horoj ni babilis. – „We hebben drie uur lang gekletst.” |
| ĝis „tot” | Ni laboras ĝis la sesa. – „We werken tot zes uur.” |
| de … ĝis … | La butiko estas malfermita de la naŭa ĝis la sesa. – „De winkel is open van negen tot zes.” |
| -n, geen woord | Mi dormis ok horojn. – „Ik heb acht uur geslapen.” |
Een tijdsduur krijgt dum of de accusatief: dum tri horoj of tri horojn. Ĝis omvat zijn eindpunt: de lundo ĝis vendredo omvat ook vrijdag, dus het komt overeen met het Nederlandse „van maandag tot en met vrijdag”. Bij deadlines laat preta ĝis vendredo vrijdag zelf toe, terwijl preta antaŭ vendredo betekent: klaar vóór vrijdag (PMEG). Meer in voorzetsels.
Datums
Het basispatroon is la + rangtelwoord + de + maand, waarbij tago „dag” wordt weggelaten en er geen la vóór de maand staat (zie dagen en maanden en getallen).
| Esperanto | Nederlands |
|---|---|
| Kiun daton ni havas hodiaŭ? | Welke datum is het vandaag? |
| Mi venos la 3-an de Majo. | Ik kom op 3 mei. |
| Zamenhof naskiĝis la 15-an de Decembro 1859. | Zamenhof is geboren op 15 december 1859. |
| ĵaŭdon, la 8-an de Oktobro 2026 | donderdag 8 oktober 2026 (briefhoofd) |
| en 1887, la 20-a jarcento, la naŭdekaj jaroj | in 1887, de 20e eeuw, de jaren negentig |
Beantwoordt een datum de vraag „wanneer?”, dan krijgt het rangtelwoord -n: la 3-an de Majo. In een briefhoofd krijgen zowel de weekdag als de datum -n. Uren zijn anders: je la tria is „om drie uur”, maar la trian zou „op de 3e van de maand” betekenen, dus PMEG raadt -n voor uren af. PMEG geeft de voorkeur aan een uitgeschreven maand boven cijfers als 9-3-01, die in verschillende landen verschillend worden gelezen (een Nederlander leest 9 maart, een Amerikaan 3 september); heb je cijfers nodig, dan beveelt het de ISO-vorm aan (1859-12-15).
Leeftijd
| Esperanto | Nederlands |
|---|---|
| Kiom da jaroj vi havas? / Kiom vi aĝas? / Kiomjara vi estas? | Hoe oud ben je? |
| Mi havas tridek jarojn. / Mi aĝas tridek jarojn. | Ik ben dertig. |
| Mi estas tridekjara. | Ik ben dertig (een dertigjarige). |
Levensjaren zijn een maat, dus ze krijgen -n; in tridekjara smelten het getal en jara samen tot één bijvoeglijk naamwoord. Anders dan in het Nederlands („Ik ben dertig”) noem je de eenheid erbij: tridek jarojn. PMEG noemt aĝi met een aantal jaren een moderne uitdrukking; Zamenhof zou havis aĝon de tridek jaroj schrijven.
Hoe vaak
| Nederlands | Esperanto | Uitspraak |
|---|---|---|
| altijd / nooit | ĉiam / neniam | ĈI-am / ne-NI-am |
| meestal | kutime | ku-TI-me |
| vaak / zelden | ofte / malofte | OF-te / mal-OF-te |
| soms | kelkfoje, iafoje | kelk-FO-je, i-a-FO-je |
| elke dag / week | ĉiutage / ĉiusemajne | ĉi-u-TA-ge / ĉi-u-se-MAJ-ne |
| elke maand / elk jaar | ĉiumonate / ĉiujare | ĉi-u-mo-NA-te / ĉi-u-JA-re |
| één keer, twee keer, drie keer | unufoje, dufoje, trifoje | u-nu-FO-je, du-FO-je, tri-FO-je |
Combineer ze om „per” uit te drukken: dufoje semajne „twee keer per week”, unufoje monate „één keer per maand”. Voor een gewoonte op een weekdag gebruik je lunde „op maandag” of ĉiun lundon „elke maandag”. Foje alleen heeft in ReVo twee betekenissen, „eens, op een bepaald moment” en „soms”; gebruik voor de duidelijkheid iam „ooit” of kelkfoje, fojfoje „soms, af en toe”.
Veelgestelde vragen
Hoe laat is het in het Esperanto?
Kioma horo estas? Het antwoord is Estas la plus een rangtelwoord: Estas la oka – „Het is acht uur.” Minuten voeg je toe met kaj: Estas la oka kaj dek.
Hoe zeg je „om 5 uur” in het Esperanto?
Je la kvina. Gebruik je, niet -n, voor de klok: la kvinan zou „op de 5e van de maand” betekenen.
Hoe zeg je „half vier” en „kwart voor vier”?
Half vier is la tria kaj duono (3:30) en kwart voor vier is kvarono antaŭ la kvara. Zeg niet duono de la kvara.
Hoe schrijf je een datum in het Esperanto?
La 26-a de Julio 1887: de dag als rangtelwoord, dan de en de maand. Voor „op die datum” voeg je -n toe: la 26-an de Julio.
Hoe vraag je iemands leeftijd in het Esperanto?
Kiom da jaroj vi havas? of Kiom vi aĝas? Antwoord Mi havas tridek jarojn – „Ik ben dertig.”
Bronnen
- PMEG: Horoj en Datoj
- PMEG: N por tempopunkto en N por mezuro
- PMEG: Ĝis, Antaŭ, Post
- PMEG: Hodiaŭ, hieraŭ, morgaŭ en Ĉi
- ReVo: horo, aĝo, foje, jaro, vespero, noktomezo
Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.