Zinnen
Dagelijkse routine in het Esperanto: werkwoorden
Van vekiĝi tot enlitiĝi: de werkwoorden van een gewone dag en de twee kleine patronen, sin en -iĝ-, waarop de meeste berusten.
Een dag in het Esperanto begint met vekiĝi „wakker worden” en eindigt met enlitiĝi „naar bed gaan”. Daartussen was je jezelf (lavi sin), kleed je je aan (vestiĝi), eet je (matenmanĝi, tagmanĝi, vespermanĝi) en werk je (labori). De meeste ochtend- en avondwerkwoorden volgen een van twee patronen: het wederkerende voornaamwoord sin voor wat je aan jezelf doet, of het achtervoegsel -iĝ- voor een verandering die je overkomt. De uitspraakkolom verdeelt de woorden in lettergrepen, met de beklemtoonde lettergreep in hoofdletters; hoe de letters klinken, staat bij Alfabet en uitspraak.
Ochtend: wakker worden, wassen, aankleden
| Nederlands | Esperanto | Uitspraak | Toelichting |
|---|---|---|---|
| wakker worden | vekiĝi | ve-KI-ĝi | Geen lijdend voorwerp; ReVo: ntr |
| iemand wakker maken | veki | VE-ki | Heeft een lijdend voorwerp nodig; ReVo: tr |
| wekker | vekhorloĝo | vek-hor-LO-ĝo | veki + horloĝo „klok” |
| opstaan (uit bed komen) | ellitiĝi | el-li-TI-ĝi | el lito „uit bed” + -iĝi |
| opstaan, overeind komen | leviĝi | le-VI-ĝi | Ook „opkomen”, „rijzen” |
| douchen | duŝi sin, duŝiĝi | DU-ŝi sin, du-ŜI-ĝi | Beide in ReVo |
| een bad nemen | bani sin, baniĝi | BA-ni sin, ba-NI-ĝi | Beide in ReVo |
| je wassen | lavi sin | LA-vi sin | Mi lavas min. „Ik was me.” |
| je handen wassen | lavi al si la manojn | LA-vi al si la MA-nojn | Ook lavi siajn manojn |
| je gezicht wassen | lavi la vizaĝon | LA-vi la vi-ZA-ĝon | ReVo citeert li lavis sian vizaĝon |
| zich scheren | razi sin | RA-zi sin | razi „het haar dicht bij de huid afsnijden” |
| je haar kammen | kombi sin, kombi la harojn | KOM-bi sin, KOM-bi la HA-rojn | ReVo: sin kombi |
| je tanden poetsen | brosi la dentojn | BRO-si la DEN-tojn | dentobroso of dentbroso „tandenborstel” |
| je aankleden | vestiĝi, vesti sin | ves-TI-ĝi, VES-ti sin | Zie de opmerking hieronder |
| ontbijten | matenmanĝi | ma-ten-MAN-ĝi | Zelfstandig naamwoord: matenmanĝo |
Veki of vekiĝi? Veki maakt iemand anders wakker, vekiĝi overkomt jou: La vekhorloĝo vekas min, kaj mi vekiĝas. – „De wekker maakt me wakker en ik word wakker.” Een zin als Mi vekis je la sesa, zonder lijdend voorwerp, is fout; zie -ig- en -iĝ-.
Duŝi sin of duŝiĝi? ReVo geeft beide in één lemma, „duŝiĝi, sin duŝi”, als „zich met een douche wassen”. Het geeft geen voorkeur aan en PMEG noemt ze niet, dus gebruik gerust allebei. Hetzelfde geldt voor bani sin en baniĝi.
Vestiĝi is de regelmatige *-iĝ-*vorm van vesti „kleden” (ESPDIC vermeldt hem). Zoek hem niet in ReVo: het lemma vestiĝo daar is een ander woord, met de betekenis „spoor, overblijfsel” (Engels vestige). Meer kledingwoorden staan op de pagina kleding.
Overdag
| Nederlands | Esperanto | Uitspraak | Toelichting |
|---|---|---|---|
| naar je werk gaan | iri al la laboro, iri al la laborejo | I-ri al la la-BO-ro, I-ri al la la-bo-RE-jo | laboro „werk”, laborejo „werkplek” |
| naar school gaan | iri al la lernejo | I-ri al la ler-NE-jo | lerni + -ej- |
| op weg gaan, vertrekken | ekiri | e-KI-ri | Mi ekiras je la oka. |
| met de bus reizen | veturi per buso | ve-TU-ri per BU-so | Of bicikli „fietsen” |
| werken | labori | la-BO-ri | ReVo: ntr |
| leren | lerni | LER-ni | Nieuwe vaardigheden of feiten |
| studeren | studi | STU-di | Een vak |
| pauzeren | paŭzi | PAŬ-zi | Zelfstandig naamwoord: paŭzo |
| lunchen | tagmanĝi | tag-MAN-ĝi | Zelfstandig naamwoord: tagmanĝo |
| kopen | aĉeti | a-ĈE-ti | Mi aĉetas panon. |
| koken | kuiri | ku-I-ri | Meer bij koken en keuken |
| schoonmaken | purigi | pu-RI-gi | Van pura „schoon” |
| de afwas doen | lavi la vazaron | LA-vi la va-ZA-ron | ReVo: vazaro „vaatwerk”; lavi la telerojn „de borden wassen” |
| de was doen, kleren wassen | lavi vestojn | LA-vi VES-tojn | De was zelf: lavotaĵo |
| bellen | telefoni | te-le-FO-ni | telefoni al iu „iemand bellen” |
ReVo markeert tagmanĝi en de andere maaltijdwerkwoorden als tr (overgankelijk), dus het eten mag lijdend voorwerp zijn: Mi tagmanĝis supon. – „Ik at soep als lunch.” Kamers, meubels en apparaten staan op de pagina huis en wonen.
Avond en nacht
| Nederlands | Esperanto | Uitspraak | Toelichting |
|---|---|---|---|
| thuiskomen | reveni hejmen | re-VE-ni HEJ-men | hejmen „(naar) huis” |
| avondeten | vespermanĝi | ves-per-MAN-ĝi | Zelfstandig naamwoord: vespermanĝo |
| televisie kijken | rigardi televidon, spekti televidon, televidi | ri-GAR-di te-le-VI-don, SPEK-ti te-le-VI-don, te-le-VI-di | ReVo: televidi = spekti televidon |
| lezen | legi | LE-gi | legi libron „een boek lezen” |
| rusten | ripozi | ri-PO-zi | ReVo: ntr |
| je uitkleden | senvestiĝi | sen-ves-TI-ĝi | Tegengestelde van vestiĝi |
| naar bed gaan | enlitiĝi | en-li-TI-ĝi | en lito „in bed” + -iĝi |
| gaan liggen | kuŝiĝi | ku-ŜI-ĝi | Niet per se in bed |
| slapen | dormi | DOR-mi | De toestand van slapen |
| in slaap vallen | ekdormi, endormiĝi | ek-DOR-mi, en-dor-MI-ĝi | Zie hieronder |
Drie werkwoorden dekken de slaap, en een paar andere vullen de gaten.
| Werkwoord | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| dormi | slapen (in slaap zijn) | La infanoj jam dormas. – „De kinderen slapen al.” |
| ekdormi | beginnen te slapen, vaak plotseling | Mi legis kaj baldaŭ ekdormis. – „Ik las en viel al snel in slaap.” |
| endormiĝi | in slaap raken | Mi tuj endormiĝis. – „Ik viel meteen in slaap.” |
| dormeti | dutten | Post la tagmanĝo li dormetis. – „Na de lunch dutte hij.” |
| maldormi | wakker zijn | Mi maldormis la tutan nokton. – „Ik was de hele nacht wakker.” |
PMEG omschrijft ekdormi als „beginnen te slapen, in slaap vallen”; het voorvoegsel ek- voegt een plotselinge start toe (voorvoegsels). ReVo definieert endormiĝi als het overgaan in een slaaptoestand, dus de twee liggen heel dicht bij elkaar. Enlitiĝi betekent alleen in bed stappen. Voor een welterusten-wens zie begroetingen.
Hoe vaak en wanneer
| Nederlands | Esperanto | Uitspraak | Toelichting |
|---|---|---|---|
| elke dag | ĉiutage | ĉi-u-TA-ge | |
| elke ochtend | ĉiumatene | ĉi-u-ma-TE-ne | ĉiuvespere „elke avond” |
| altijd | ĉiam | ĈI-am | |
| meestal | kutime | ku-TI-me | Van kutima „gewoon, gebruikelijk” |
| vaak / zelden | ofte / malofte | OF-te / mal-OF-te | |
| soms | iafoje, kelkfoje, fojfoje | i-a-FO-je, kelk-FO-je, foj-FO-je | Foje alleen is in ReVo dubbelzinnig |
| nooit | neniam | ne-NI-am | Geen extra ne |
| om zeven uur | je la sepa | je la SE-pa | Je voor kloktijden |
| eerst / daarna / ten slotte | unue / poste / fine | u-NU-e / POS-te / FI-ne | Om een verhaal te ordenen |
Voorbeelden: Mi ĉiam matenmanĝas je la sepa. – „Ik ontbijt altijd om zeven uur.” Li kutime legas vespere. – „Hij leest meestal 's avonds.” Ŝi neniam laboras dimanĉe. – „Zij werkt nooit op zondag.” Voor de klok, datums en meer frequentiewoorden zie tijd en datum.
Let op bij „half”. In het Nederlands is „half zeven” 6.30 uur: je telt naar het volgende uur toe. Het Esperanto telt vanaf het uur dat net voorbij is: 6.30 is la sesa kaj duono (letterlijk „zes en een half”), niet la sepa kaj duono. Dat laatste is 7.30 uur.
Sin en -iĝ-: iets met jezelf doen
Het Esperanto heeft twee middelen voor „ik doe het aan mezelf”. Het eerste is het wederkerende voornaamwoord sin, dat net als Nederlands „zich” staat voor het onderwerp als dat li, ŝi, ĝi, ili of een naam is. Bij mi, ni en vi herhaal je hetzelfde voornaamwoord, zoals in „ik was me” (voornaamwoorden).
| Zin | Betekenis |
|---|---|
| Mi lavas min. | Ik was me. |
| Li lavas sin. | Hij wast zich. |
| Li lavas lin. | Hij wast een andere man. |
| Ili vestas sin. | Zij kleden zich aan. |
Sin is nooit het onderwerp: Si lavas is fout (PMEG). Bij een lichaamsdeel beschouwt PMEG Mi lavas al mi la manojn en Mi lavas miajn manojn als gelijkwaardig; al mi zegt van wie de handen zijn.
Het tweede middel is het achtervoegsel -iĝ-, dat van een werkwoord een werkwoord zonder lijdend voorwerp maakt (-ig- en -iĝ-). Zo ontstaan vekiĝi uit veki, vestiĝi uit vesti en duŝiĝi uit duŝi. Van een plaatsbepaling maakt het ellitiĝi („uit bed”) en enlitiĝi („in bed”) (PMEG). Voor wassen en aankleden liggen de twee manieren dicht bij elkaar; PMEG merkt op dat een *-iĝ-*werkwoord de handeling voorstelt als iets wat min of meer vanzelf gebeurt. Bezittelijke voornaamwoorden volgen dezelfde regel: sia is het eigen bezit van het onderwerp (Li lavas sian vizaĝon.), lia dat van iemand anders.
Een dag in de tegenwoordige en verleden tijd
Werkwoorden veranderen niet naar persoon: mi, li, ili lavas. De tegenwoordige tijd eindigt op -as; de verleden tijd vervangt dat door -is (werkwoorden). Al het andere blijft gelijk.
| Tegenwoordige tijd (-as) | Verleden tijd (-is) | Nederlands (tegenwoordig / verleden) |
|---|---|---|
| Mi vekiĝas je la sesa kaj duono. | Mi vekiĝis je la sesa kaj duono. | Ik word / werd om half zeven wakker. |
| Mi ellitiĝas kaj duŝas min. | Mi ellitiĝis kaj duŝis min. | Ik sta / stond op en neem / nam een douche. |
| Mi brosas la dentojn kaj vestas min. | Mi brosis la dentojn kaj vestis min. | Ik poets / poetste mijn tanden en kleed / kleedde me aan. |
| Je la sepa mi matenmanĝas: mi manĝas panon kaj trinkas kafon. | Je la sepa mi matenmanĝis: mi manĝis panon kaj trinkis kafon. | Om zeven uur ontbijt / ontbeet ik: brood en koffie. |
| Je la oka mi veturas per buso al la laborejo. | Je la oka mi veturis per buso al la laborejo. | Om acht uur ga / ging ik met de bus naar mijn werk. |
| Tagmeze mi tagmanĝas kun miaj kolegoj. | Tagmeze mi tagmanĝis kun miaj kolegoj. | Rond het middaguur lunch / lunchte ik met mijn collega's. |
| Vespere mi revenas hejmen kaj kuiras vespermanĝon. | Vespere mi revenis hejmen kaj kuiris vespermanĝon. | 's Avonds kom / kwam ik thuis en kook / kookte ik het avondeten. |
| Poste mi legas libron aŭ rigardas televidon. | Poste mi legis libron aŭ rigardis televidon. | Daarna lees / las ik een boek of kijk / keek ik televisie. |
| Je la deka mi enlitiĝas kaj baldaŭ endormiĝas. | Je la deka mi enlitiĝis kaj baldaŭ endormiĝis. | Om tien uur ga / ging ik naar bed en val / viel ik snel in slaap. |
Voor morgen gebruik je -os: Morgaŭ mi vekiĝos je la sesa. – „Morgen word ik om zes uur wakker.” Woorden voor lichaamsdelen, bij de douche en de tandenborstel, staan op de pagina lichaam en gezondheid.
Veelgestelde vragen
Hoe zeg je „Ik word om zeven uur wakker” in het Esperanto?
Mi vekiĝas je la sepa. Gebruik vekiĝi, niet veki, want je maakt niemand anders wakker. Met een wekker: La vekhorloĝo vekas min je la sepa.
Hoe zeg je „douchen” in het Esperanto?
Duŝi sin of duŝiĝi; ReVo noemt beide en geeft geen van beide de voorkeur. Mi duŝas min ĉiumatene. – „Ik douche elke ochtend.”
Wat is het verschil tussen ellitiĝi en leviĝi?
Ellitiĝi is specifiek: je verlaat je bed (ReVo). Leviĝi is breder: het betekent ook „opkomen” (La suno leviĝas. – „De zon komt op.”) en „opstaan van een stoel”, en wordt veel gebruikt voor het opstaan 's ochtends.
Wat is het verschil tussen dormi, ekdormi en endormiĝi?
Dormi is slapen. Ekdormi en endormiĝi betekenen allebei in slaap vallen; ek- benadrukt de plotselinge start. Enlitiĝi is alleen naar bed gaan.
Bronnen
- ReVo: veki, vekiĝi, lito, ellitiĝi, enlitiĝi, levi, leviĝi, duŝi, duŝiĝi, bani, baniĝi, lavi, razi, kombi, brosi, dentobroso, vesti, senvestiĝi, vestiĝo
- ReVo: manĝi, matenmanĝi, tagmanĝi, vespermanĝi, dormi, endormiĝi, dormeti, maldormi, spekti, televidi, labori, aĉeti, kuiri, purigi, vazaro, kuŝiĝi, vekhorloĝo, kutimi, ofte, foje, neniam
- PMEG: IĜ (ellitiĝi, enlitiĝi, senvestiĝi), EK (ekdormi), Si en simplaj frazoj, Verboj kun al-komplemento (lavi), Mallongigitaj frazoj (Mi vekiĝis je la sepa horo…), E-vortoj: bazaj reguloj (matene)
- ESPDIC: vestiĝi, duŝi sin, ĉiumatene, ĉiutage, kutime
Als Esperantopedia je heeft geholpen, kun je het steunen.